Giulietta van den Beld is 13 jaar en zit in de tweede klas van het gymnasium. Ze is hoogbegaafd of, zoals ze zelf zegt: ik ben slimmer dan andere kinderen. Door die eigenschap werd haar leven gek genoeg eerder lastig dan gemakkelijk.

Wat is hoogbegaafd?

‘Je weet dingen eerder dan anderen. Je weet soms zelf dingen die je niet eerder hebt geleerd, doordat je ze misschien ergens onbewust hebt opgepikt. Het is bijna alsof je paranormaal bent, maar dat is toch iets anders.’

Wanneer merkte je voor het eerst dat je hoogbegaafd bent?

‘Toen ik in groep 3 zat. We leerden optellen en aftrekken en ineens vroeg ik de juffrouw iets over vermenigvuldigen, terwijl we dat nog niet hadden gehad. Mijn klasgenoten begrepen niet hoe vermenigvuldigen werkte, ook niet als ik het uitlegde. Dat ze dat niet snapten, begreep ik dan weer niet. Dat was het eerste moment waarop ik dacht dat ik misschien gewoon slimmer was dan de andere kinderen.

Soms twijfelde ik of ik slim was, of de anderen gewoon dom. In elk geval vonden mensen me raar, omdat ik dingen snapte die zij niet begrepen. Op die manier kwam ik alleen te zitten in de klas. In groep 4 kon ik nog met een paar mensen opschieten, maar in groep 5 deden de meesten vervelend tegen me.

Gelukkig had ik een aardige meester die me extra werk gaf. Zo had ik altijd wat te doen en hoefde ik me niet met de anderen bezig te houden. Halverwege het jaar ging het beter. De kinderen spraken me niet meer aan en vielen me niet meer lastig. Ik was aan het leren en dat werd mijn houvast.’

Was dat niet verschrikkelijk eenzaam?

‘In groep 6 kreeg ik gelukkig een vriendin waar ik de pauzes mee doorbracht. Later bleek dat zij óók heel slim was. Dat wist ze niet, maar toen we aan het eind van het jaar de cijfers kregen, bleken we allebei negens en tienen te halen. Door deze overeenkomst trokken we steeds meer naar elkaar toe. Ondertussen was ik voor mijn klasgenoten een vraagbaak geworden. Ik hielp ze als ze daarom vroegen. Verder zat ik alleen.’

Maar je behaalde wel geweldige cijfers?

‘Eerst wel, maar in groep 7 ging het bergafwaarts. Mijn klasgenoten lieten me met rust, die sprak ik alleen al ik ze iets uitlegde. Ik had ook nog steeds mijn beste vriendin, die ik zag in de pauzes. Maar ik kreeg een nieuwe leraar die me minder goed begeleidde. Als ik om extra werk vroeg, liet hij het me ergens anders vragen. Ik liep dan de halve school door zonder extra werk te krijgen.

Ik ging steeds minder doen. We hadden een weekrooster. Mijn vriendin werkte dat rustig af en was de hele week bezig, maar ik werkte snel en was al na drie dagen klaar. De rest van de week klooide ik maar wat aan. Dat aanklooien werd steeds erger, ik werd steeds gemakkelijker en dacht: dat haal ik later wel weer in. Maar op een gegeven moment lukte dat niet meer. Mijn meester merkte niet dat ik zo weinig deed, hij zei er in elk geval niets van. Maar toen mijn ouders een gesprek met hem hadden, bleek dat ik een enorme achterstand had opgelopen. Terwijl ik eigenlijk heel slim ben!’

Wat is er toen gebeurd?

‘In groep 8 hebben mijn ouders me naar een school gestuurd waar ik wél kon leren. Daar was ik erg blij mee. Maar ik had drie maanden niets gedaan en was gewend dat dit ook niet hoefde. Omdat ik nu niet hard genoeg werkte, snapte ik dingen niet. Op een gegeven moment liep ik met rekenen drie hoofdstukken achter, maar ik durfde niks te vragen. Gelukkig ontdekte de lerares dat ik achterliep en tijdens de les niks deed. Na een goed gesprek met haar ging de knop om en ging ik weer leren en vragen stellen.

Op de nieuwe school maakte ik vrienden. Het is een school voor speciale leerlingen en je zit tussen mensen van hetzelfde niveau. Je kunt gewoon beter opschieten met mensen die hetzelfde zijn als jij. Toen pas merkte ik het verschil met de jaren ervoor waarin ik bijna geen vrienden had. Er waren nu mensen die voor me opkwamen.

Na die school ging ik naar de open dag van een vwo-talentklas. Er lag een doorsnede van een vulkaan op tafel en daar konden de leerlingen me van alles over vertellen. Dat soort dingen vind ik leuk om te weten. Ik heb geen zin om over koetjes en kalfjes te praten. Ik dacht: hier zijn mensen hetzelfde als ik.’

Hoe gaat het nu met je?

‘Sinds de talentklas heb ik weer lol. Ik heb nu vriendinnen met wie ik praat over meidendingen. Wel merk ik dat ik in groep 8 basiskennis heb gemist, bijvoorbeeld bij wiskunde. Er is geen tijd om de achterstand in te halen, want we moeten heel hard werken.’

Ben je misschien toch niet zo slim als je dacht?

‘Er is een verschil tussen kennis en leren. Ik ben wel slim, maar de basiskennis ontbreekt. Ik kan daardoor niet toepassen wat ik nu leer.’

Heeft hoogbegaafd zijn eigenlijk voordelen?

‘Als je je best doet, kun je een leuke carrière opbouwen. Niet alleen genoeg geld verdienen, maar ook doen wat je leuk vindt.’

Weet je al wat je worden wilt?

‘Nee. Ik kan niet kiezen tussen talen en techniek. Ik ben niet goed in techniek, maar ik vind het wel heel erg leuk.’

Kom je nog aan je gevoelens toe als je zo in je hoofd zit?

‘Ja hoor, maar op het moment dat ik aan het leren ben, zit ik helemaal in mijn hoofd en minder bij mijn gevoel. Ik kan dat moeilijk combineren, het is het een of het ander. Ik kan gelukkig wel snel schakelen.’

Tips van Giulietta:

Hoe herken je hoogbegaafdheid bij je jezelf?

  • Je hebt minder vrienden en staat vaak alleen (maar dat hoeft niet altijd).
  • Je weet veel zonder dat je het actief hebt geleerd.
  • In de klas ben je heel goed bezig of juist helemaal niet.

En wat doe je als het niet zo lekker gaat?

  • Als je weet dat je gemakkelijk leert, zeur dan net zolang totdat je extra werk krijgt. Zorg ervoor dat je lekker bezig blijft en niet drie dagen per week zit te niksen.
  • Als je iets met twee vingers in je neus kunt, maar het toch niet goed gaat, dan is dat meestal omdat het onderwerp je niet interesseert. Als je merkt dat het niet goed gaat, durf dan om hulp te vragen.

3 reacties

  1. @ElsDeboutte

    Heel herkenbaar! Dank voor je heldere artikel. Ik ben ervan overtuigd dat het een zegen is, maar dat het wel uitdagingen schept. Mijn beide zonen zijn hoogdintelligent, mijn man en ik moeten ook niet onderdoen. Ikzelf heb me op school altijd een beetje een 'alien' gevoeld, en vaak voelde ik me zelfs dom, want waarom moesten die anderen zo vaak dingen herhalen, had ik iets gemist ;-)? Achteraf gezien echt een kwestie van begeleiding die beter kon. Mijn oudste koos de zwaarste richting in de middelbare school en dat brengt hem echt de kluif die hij nodig heeft. Het is een zegen met een hele grote uitdaging naar 'integratie' en gezonde werkhouding toe.

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van