Vietnam bleef koud. Hoe verder we naar het noorden reisden, hoe kouder het werd. Met als hoogtepunt Sapa. Deze stad ligt een stuk hoger, tegen de uitlopers van de Himalaya aan, waardoor het er berekoud is.

Of nou ja, berekoud. ik was 35 graden gewend. Dan is een dagtemperatuur van 16 graden steenkoud, echt! Had ik even spijt dat ik mijn spijkerbroek al in de eerste week had weggegooid. Wie gaat er ook vanuit dat Zuidoost Azië koud kan zijn #voorbereiding. Sapa bleek het toevluchtsoord voor veel minderheidsgroeperingen. Ik dacht dan ook dat Sapa een klein dorpje was met nauwelijks voorzieningen. Maar helaas was ik 20 jaar te laat. Sapa was inmiddels een bolwerk van sportkleding, motorbikes, toeristische markten en The North Face (nep, weet ik uit ervaring).

Rijke blanke toeristen

Gelukkig kwamen ik en mijn reisgezelschap al snel met het idee om het lokale leven dan zelf maar op te zoeken. Dus we eindigden met onze vers gehuurde motorbikes onderaan een berg. Door oude schattige vrouwen met kleurige pakjes werden we nog net niet aan onze haren de berg op gesleept. De reden daarvan bleek al snel. Deze arme zielige minderheidsgroepering is namelijk ontzettend gewend aan ons rijke blanke toeristen. En blanke rijke toeristen hebben geld, veel geld! Dus ze waren een beetje lief, lieten van alles zien en 10 minuten later hadden we allemaal een veel te dure sjaal om onze nek. Want het was er wel koud, echt! Als boeren met kiespijn reden we de berg weer af, we hadden minstens het driedubbele betaald van de normale prijs. Aan die arme oude schattige zielige vrouwen.

Oorlog, bijna dan

Na een maand was het tijd om terug te vliegen naar Bangkok. Een mini reünie met een eerdere reisgenoot en natuurlijk een ware overlevingsstrijd, want net op dat moment waren de levensgevaarlijke demonstraties aan de gang. Op tv was het oorlog. In het echte leven niet veel meer dan een markt, veel lekker eten en Thaise mensen op ieniemienie stoeltjes die naar speeches luisterden. Gevaarlijk? Niets van gemerkt. Gezellig was het wel. Na een ‘vakantie’ op de Thaise eilanden vol strand, duiken, zonnebrand, kerst en kwallen was het tijd voor het allerlaatste land dat ik tijdens mijn reis zou bezoeken: Maleisië. Na een tocht, die 3 uur had moeten duren, kwam ik 23 uur later aan op Langkawi. Door vrienden van de familie werd ik meegesleept naar een Chinees restaurant en vervolgens in mijn hostel gedumpt. Slapen zul je. Oud en Nieuw vierden we op het strand, uiteraard met Nieuwjaars duik.

Pulau Pangkor

Veel mooie plekken stonden nog op de lijst. De Cameron Highlands bleek echt een pareltje te zijn, vooral het Mossy Forest, waar bomen volledig bedekt zijn met mos. En de Rafflesia, de grootste bloem ter wereld. En de lelijkste. Voor de bloem moest wel wat moeite gedaan worden: een hike van 2,5 uur heen en dezelfde route weer terug. Een geweldige tocht vol jungle, modder en bloedzuigers. Maar het was wel echt mooi.  Het mooiste plekje in Maleisië vond ik in Pulau Pangkor. Een eiland dat nog niet ontdekt is door massatoerisme en waar overal  neushoornvogels vliegen, maar vooral een eiland waar geen bal te doen is, behalve minuscule krabben bespioneren als ze met hun scharen kleine balletjes maken van het zand. Binnen anderhalf uur heb je een rondje gereden over het hele eiland. De rust en ongedwongenheid maakte het voor mij een van de mooiste plekken van Maleisië. Helaas was het niet altijd mooi weer. Mijn nieuwe ‘beste vrienden voor een dag’ en ik besloten daarom maar naar het kleine centrum te rijden voor een wedstrijdje lelijke souvenirs kopen voor elkaar. Heerlijk eiland.

Naar huis

Na een paar dagen acclimatiseren in wereldstad Kuala Lumpur op naar huis. Met lood in mijn slippers naar het vliegveld en na een lange vlucht was het dan zover. Schiphol. De huilende baby’s, het chagrijnige personeel en het vieze eten kon ik nog handelen. Maar terug in Nederland, waar het uiteraard 300 graden vroor, wenste de douaneman mij vol medeleven een ‘wel thuis’. Serieus? Hoezo wel thuis?! Dus daar zat ik dan. Alweer. In mijn dooie uppie te wachten tot die rotkoffer eindelijk eens door de douane kwam. Ik was weer het zieligste meisje van Schiphol.

De voorgaande delen hier

3 reacties

  1. Maaike Vlot

    Je was helemaal niet het zieligste meisje van Schiphol! Want wie zag je toen je je koffers had opgehaald? Ons!!! 😉

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van