Mijn buurjongetje van 7 staat in trainingspakje opgewonden voor mijn deur te springen. Hij verkoopt loten voor zijn club, hier is geen ontkomen aan. En met een ‘hé lieverd, wat goed dat jij je zo inzet voor je team’ zet ik mijn handtekening voor een automatische afschrijving.

 

Hindernisbaan in de supermarkt

Op naar de supermarkt, waar ik de vaste daklozenkrantverkoper groet. Nee dank je, ik hoef geen krantje, maar wat losgeld kan ik wel missen. Binnen krijg ik van een vrijwilliger van de voedselbank vriendelijk een lijstje met producten in de hand geduwd met het verzoek of ik misschien wat extra’s wil kopen om bij hen in te leveren. Het verhaal van de moeder die haar zoon op de roze schoenen van haar dochter naar school moet sturen omdat er geen geld is voor een nieuw paar flitst door mijn hoofd en ach, een pak rijst en pasta is zo in het mandje gegooid. Om mijn fiets te bereiken moet ik  slalommend om een groepje vrijwilligers die me kort iets willen vragen over Artsen zonder Grenzen. Met gebogen hoofd en grote stappen die laten zien dat ik druk, druk en dus niet te storen ben, kan ik ze nog net ontwijken.

 

Rommelmarkt op school

De kinderen hebben op school bijzondere kledinghangers gemaakt en kunst van afval. Donderdagavond zijn de ouders welkom om deze mooie spullen te kopen; de opbrengst gaat naar een weeshuis in Afrika. Daarnaast zou het fijn zijn als de kinderen in de meegegeven schoenendoos spullen stoppen waar de kindjes in Afrika heel blij van worden en ‘nee, doe daar maar niet je zwartepietenlegopoppetje in schat’.

 

Vriendelijke studenten aan de deur

’s Avonds zwelt mijn hart van trots als ik zie hoeveel er ingezameld wordt tijdens de tv-marathon voor de slachtoffers van een natuurramp, en wat handig dat je via een app kan doneren! Even uitproberen hoe dat werkt. De bel gaat en mijn man doet open voor twee vriendelijke studenten. Hij lacht en in zijn ogen lees ik: over een paar jaar doen onze jongens dit vast ook en ah, wat doen ze dat toch beleefd en correct hè? En hup, een vinkje bij ‘ja ik doneer maandelijks 9 euro aan SOS kinderdorpen’. Want wat is nou 9 euro?

 

Sponsorloop voor het goede doel

Op het schoolplein word ik aangesproken: ‘Jij jogt toch regelmatig?’ Op mijn hoede nu: ‘jaahaahha… ach, zo nu en dan sjok ik eens een rondje…’ ‘Oh mooi. Wij zijn nog op zoek naar een extra loper voor de estafetterun voor de Nierstichting. Ik loop voor mijn neefje van 10 die dagelijks een dialyse moet ondergaan, je snapt wel hoe zwaar dit is voor zijn ouders en natuurlijk voor de jongen zelf. Er moet echt meer geld komen voor onderzoek.’ Ik snap het. Natuurlijk. De tranen springen in mijn ogen en ik zeg toe zaterdag klaar te staan. Eenmaal thuis krijg ik de briefing. Graag even de informatielink delen, liken, tweeten en sharen en of ik ook mijn man wil vragen mee te lopen. Nou vooruit, dat is wel het minste wat ik kan doen. Of wacht… toch niet. Er zijn nog wel wat sponsors nodig en het is de bedoeling dat ik die zelf benader.

 

Sociale druk

Ik heb veel respect voor de vrijwilligers die zich voor de goede doelen inzetten maar heb even een goede-doelenoverdosis. We kunnen momenteel geen sportactiviteit meer ondernemen, naar een feest gaan of tv-kijken zonder dat hier een actie aan gekoppeld wordt. De sociale druk is groot en nee zeggen tegen deze goedbedoelde acties is moeilijk. Maar ik kies graag zelf waar ik aan bijdraag zonder dat dit mij wordt opgedrongen.

Ik trek mijn trainingspak aan en ga de deuren langs. Sponsor jij mij? Sponsor ik jou. En de eerste die NEE durft te zeggen ruk ik eigenhandig de nieren uit het lijf.

 

Zeg er maar wat van