Door een update op Facebook besloot ik aan NaNoWriMo mee te doen. Dat bleek niet een Hell Week, maar een Hell Month te worden!

Half oktober las ik op Facebook over de ‘Survival Kit voor NaNoWriMo’ van schrijfcoach Kelly Meulenberg. Ik was meteen geïnteresseerd (wie houdt niet van een survival kit?) en heb via Google gezocht wat dat Nano-gedoe nu was. Het bleek te staan voor “National Novel Writing Month“, een project met veel internationale deelnemers. Die zijn onderverdeeld in regio’s, waaronder de Nederlandse. De deelnemers gaan de uitdaging aan om in november een eerste versie (first draft) van een boek te schrijven. Je begint op 1 november en schrijft tot op 30 november, niet eerder en niet langer. Tweede voorwaarde: 50.000 woorden. Na het allemaal eens te hebben bekeken, werd ik warm van enthousiasme. Ik stuiterde meteen: ik wilde ook meedoen! Wist ik veel wat ik me op de hals haalde…

 

Research

Nog een beetje voorzichtig ben ik me eerst gaan inlezen, over hoe ik dat moet aanpakken. Ja, ik had een idee voor een omgeving (een fantasy ‘world’) en een paar personen . Maar die personen wilde ik niet ‘weggooien’ in deze testfase, waarin ik nog leren moet hoe je een boek schrijft. Je hebt maar één kans om een goede indruk te maken en net zo maar één shot om het meteen goed uit te voeren. Gelukkig kwam een aantal andere karakters in mij op, het was alsof ik twee broers zag en hen hoorde vertellen zat zijn hun verhaal wel verteld wilden laten worden. Na deze verrassende ontmoeting, geheel in mijn hoofd als je me nog volgen kan, was ik vol goede moed. Dus ik googlede vrolijk verder.

 

Planner or Pantser?

Een blogpost bleek nog simpel vergeleken met de opzet voor een heel boek. Ik ‘wist’ het ergens wel, maar toch. Er blijken heel verschillende technieken voor te zijn, iedere methode met haar eigen voors en tegens. Sommige deelnemers noemen zich “Pantsers”, afgeleid van ‘writing by the seat of your pants‘. Anderen zijn Planners, die uitgebreid in Excel hele indelingen/outlines maken van het book-to-be, nog voordat ze zijn begonnen en hun karakters al door en door kennen alsof ze schoolvrienden van hen zijn geweest. Tot slot is er de tussenvariant: Plantsers. Zij plannen wel wat, maar niet tot op het kleinste detail. In de laatste groep herkende ik mezelf het meest. Ik had tenslotte een idee van hoe het verhaal moest verlopen, maar had nauwelijks een complete planning. En ik wilde houvast voor ik begon.

 

So far so good…

Het was nog een week voor 1 november. Ik lag aardig op stoom met de invulling en de karakters die ik mee wilde laten doen. Ik speelde met de namen op een site met naambetekenissen die toepasselijk Behind The Name heet, meldde me aan en vroeg om informatie op het forum, waar ik me ook inschreef voor een mentor. En natuurlijk schreef ik me in voor de Survival Kit waar het allemaal mee was begonnen.

Een paar dagen voor het startschot op 1 november had ik mijn belangrijkste karakters enigszins ingevuld en een outline gemaakt op basis van de indeling in aktes.

Wat mij opviel was de toon op het forum, van de regioleidsters, mijn mentor en de mensen op de chat (ja, ouderwets een IRC chat!). Iedereen ondersteunt en helpt elkaar en er is hooguit hier en daar wat gezonde competitie wat betreft je woordenaantal. Het grappige is dat je het vooral zelf doet, je vecht tegen jezelf, maar iedereen doet datzelfde en op die manier is het toch alsof je samen aan iets groots werkt. Het communitygevoel is sterk en heel positief. “Je kan het! Succes!” las ik vaak.

 

Indeling van je boek

Nadat ik gelezen had over de algemene structuur van een plot (onder andere hier), wilde ik meer weten over hoe je zo’n indeling maakt. Dat noem je ‘outlinen’ of ‘plotten’ en er is veel over te vinden via Google en het forum.

Uiteindelijk heb ik veel aan de zogenaamde “3 Act structure” gehad. Daarnaast heb je nog vele andere manieren: echte planners kunnen een Story Bible maken. Als je het globaler wilt aanpakken, kijk je bijvoorbeeld naar de Snowflake Method. Kijk vooral bij deze links en via Google naar wat bij jou het beste past.

 

Tips voor karakters

Ook voor het uitwerken van de karakters zijn er verschillende sites. Zelf heb ik daar niet zoveel mee gedaan (ik had ze redelijk voor ogen) maar voor wie nog wat hulp kan gebruiken:

Tip voor de ‘digitalen’ onder ons

Even tussendoor een tip voor wie graag met digitale middelen werkt, zoals de apps voor iOS en Android, gewone software en specifieke software voor schrijvers. Natuurlijk doet Word het prima (de word count daarin komt het dichtstbij het aantal woorden dat de NaNoWriMo site telt). Maar met Word loop je het gevaar dat het verhaal niet opgeslagen wordt of dat Word je document niet meer wil openen, of…

Daarom gebruik ik drie programma’s:

  • Evernote: daarin schrijf ik. In een apart notebook maak ik per dag een nieuwe notitie aan met het nummer van de dag, onderaan staat netjes het aantal woorden.
  • Scrivener: na het schrijven kopieer ik de tekst in de hoofdstukken volgens de 3 act structure die ik in Scrivener heb opgezet (hier vind je een tutorialversie voor deelnemers). Dit programma werkt geweldig, het biedt zoveel mogelijkheden. Je maakt de hele structuur van je boek hierin, verzamelt alles over je karakters, plaatsen, plaatjes ter inspiratie en andere resources en aan het eind kan je het een manuscript laten maken.
  • Word: tot slot kopieer ik alles en plak ik het stuk voor stuk (beter gezegd dag na dag) onder elkaar in Word. Voor het aantal woorden, voor back-up én om het stuk straks makkelijk te kunnen kopiëren en plakken voor de officiële controle op de website van NaNoWriMo.org.

En toen: week 1

Enthousiast wilde ik mijn agenda leeg maken voor 1 november. Op die dag had ik een workshop. Ook heel belangrijk en leuk. Maar, verzekerde iedereen mij, ‘dat haal je zo weer in’. Dus ik heb zoveel mogelijk ’s avonds geschreven. Dat schoot niet op met zo’n vierhonderd woorden per avond. Je moet namelijk gemiddeld 1667 woorden per dag schrijven om op 30 november op 50.000 woorden uit te komen.

De dag daarna heb ik heel de dag gezwoegd en met resultaat: 3748 woorden. Mákkie. Maar niet-heus-dikke-neus. Mijn nek deed pijn en mijn vingers tikten in bed nog na. Dag drie kwam en ging goed: 1900 woorden. Alleen…. life happens. Dinsdag ging ik naar familie voor een paar dagen. Tja, ik hád verwacht dat ik tussendoor alle tijd zou hebben om te schrijven; ik had mijn laptop en iPad mee. Dat heeft één dag gewerkt, maar een paar dagen niets (oeps!) of te weinig schrijven helpt niet voor je innerlijke rust.

Week 2 dan?

Al met al had ik op dag acht slechts 9270 woorden. Met veel moed, zweet en tranen tikte ik er die dag 1030 woorden bij en de dag erna 1050 woorden. In de tussentijd was het verhaal aardig gegroeid. Ik kon het eerste stuk laten lezen aan familieleden en een Facebookvriendin die ook met Nano bezig is. Ik kreeg feedback en leuke reacties. Dat gaf me moed om door te gaan. Ook de karakters begonnen zich te ontwikkelen. Mijn hoofdfiguur was nog jong, maar werd in het eerste deel al snel een stuk volwassener. Ik zag de indeling tot leven komen en voelde me als een vaarder op de woelige zee. Veel storm en soms een stuurloos roer, maar op de sterren kon ik de koers afstemmen.

Ik raakte ook een beetje gewend aan hoe persoonlijk schrijven eigenlijk is. Je komt jezelf tegen, niet alleen bij een writer’s block, maar ook bij het loslaten van de controle. Ik hield wel vast aan de indeling die ik had opgesteld. Maar het voelt alsof je een pad hebt afgesproken met meerdere personen, maar gaandeweg merk je dat ze als kleine kinderen liever alle kanten op willen en natuurlijk niet de kant die je had afgesproken. Ze willen hun eigen weg gaan. Soms kan dat, maar vaak wil je toch echt vooruit naar de plek van waaraf jij denkt dat het verhaal beter loopt. Je voelt je een reisleidster met kinderen die allemaal dezelfde exotische markt willen bekijken maar je bent de groepsleden telkens kwijt.

Uiteindelijk geldt de gouden tip: je moet een karakter niets laten doen wat hij of zij echt niet wil doen. Dat werkt niet en je verhaal ontspoort. Houd vast aan de indeling en laat je karakters los, dan zal je versteld staan van wat er gebeurt.

Ik heb de eerste paar plotpoints bereikt en zelfs een eerste versie van Act I geschreven. Yes, mijn hoofdpersoon kon de reis naar Act II part I beginnen. Nu wordt het leuk…

Boem!
Daarna sloeg het noodlot toe: eerst speelde mijn migraine op – wat wil je als je met de zenuwen zit te typen omdat je achter loopt?. Daarna moest ik voor een ‘simpele chirurgische ingreep’ naar de polikliniek. Mij was verzekerd dat het echt moest gebeuren, ik zou er hooguit wat blauwe plekjes boven en onder het linkeroog aan over houden. Maar de zwaartekracht was het niet eens met de geruststellingen vooraf. Het werd niet blauw, maar bloedrood en erg dik. Het is alsof iemand flink los is gegaan op de linkerkant van mijn gezicht. De pleister die een week moest zitten en het opzetten zorgden ervoor dat mijn linkeroog op een spleetje na buiten spel stond…. Daahaag twee dagen schrijven!

 

Oh jee…. De zenuwen slaan toe

Uit pure noodzaak ben ik dit blog gaan schrijven. Even wat anders. Vandaag moet ik er nog zeker 1000 woorden uit wringen. Als ik naar de word count (de teller met hoever je bent) kijk, krijg ik een hartverzakking. Mijn lieve, ondersteunende mentor (een ouwe rot in het vak als het gaat om NaNoWriMo en zelf weer deelneemster) verzekert me dat ik al een kanjer ben omdat ik alsnog aan het doorschrijven ben. Voor mij voelt het alsof ik een dolende in de woestijn aan het worden ben.

Dat brengt mij weer op een idee, trouwens. Ik ga na dit blog gewoon de subplot uitwerken. Lange neus naar mijn hoofdfiguur die een beetje saai begint te doen, ik ga eens op stap met een van de andere karakters!

 

En jij?

Heb jij wel eens meegedaan aan NaNoWriMo, doe je nu mee of zou je eens mee willen doen? Deel jouw ervaringen in de comments!

Zeg er maar wat van