Vandaag heb ik een dagje vrij. Ik neem niet vaak een dagje vrij, behalve op zaterdag. Dan lukt het me meestal wel omdat dan de was gedaan moet worden en er gewinkeld moet worden. Op zondag heb ik meestal wel wat professionele dingen te doen. Sessies voorbereiden, de boekhouding voorbereiden, facturen opstellen, website aanpassen, iets nieuws lanceren, een offerte uitsturen…

Ik heb me er lang tegen verzet. Dat maakte me ongelukkig. Nu hou ik gewoon voor ogen, dat zolang ik maar de keuze heb om dit écht op zondag te doen, het is zoals het is. Sommigen zullen me dus een ‘workaholic’ noemen. Iemand die het werken niet kan laten, ofwel omdat het veel te leuk is, ofwel omdat ik denk dat het niet anders kan (wat soms ook echt zo is).

Ik heb gewoon hele bezige hersens

Mijn hoofd is meestal wel met iets bezig. Behalve als ik mediteer. Dan ben ik gewoon heel erg bezig met gedachten parkeren en aan mijn ademhaling denken. Of als ik karate beoefen, want dan is mijn hoofd alleen bezig met karate en dat is ook veruit de veiligste optie. Gewoonlijk lees ik wel iets als ik onderweg ben met de trein of ik beluister een podcast als ik met de auto of de fiets ga. Ik heb hele bezige hersens. Vandaag heb ik dus wél een dagje vrij. Alleen denkt mijn hoofd daar anders over. Ik ben namelijk enorm geboeid door mijn werk en de levens van anderen en ik krijg pas écht veel ideeën als ik rustig ben en de tijd heb om mijn gedachten de vrije loop te laten. Als ik onder de douche sta, als ik een dag vrij neem of als ik een boswandeling maak. Een lege geest kan namelijk bijna alles aan. En ik slaag er wel degelijk in mijn hoofd leeg te maken, alleen blijft het dat nooit erg lang.

Ik heb ook enorm veel geluk

Ik doe mijn werk écht graag. En de dingen die ik niet graag doe, doe ik gewoon niet als dat even kan. Omdat ik twee burn-outs heb meegemaakt, heb ik geleerd om heel kieskeurig te zijn over waar ik mijn energie in stop. Dat lukt me het merendeel van de tijd heel goed. Natuurlijk moet ik ook wel eens dingen doen waar ik een hekel aan heb. En ik kan enorm revolteren tegen dingen die ik pure onzin vind, maar die dan toch schijnen te moeten van de overheid of zo. Die revolte is verlies van energie en daar wil ik beter mee leren omgaan. Een werkpuntje zeg maar. Maar door mijn job op te zeggen en eindelijk voor mezelf te gaan werken, heb ik na vijf en een half jaar stilaan de ‘luxe’ om te doen wat ik graag doe. Ik vind dat ik enorm veel geluk heb, maar het is nog bovenal een kwestie van kiezen en doorzetten geweest. En soms maakt me dat nog steeds bang en dan schieten mijn hersens weer in ‘overdrive’.

Volop genieten?

Soms vraag ik me af of ik het verleerd ben, vakantie nemen. Hoewel me dat op reis heel goed lukt en ik daar enorm van kan genieten. Maar wat doet een mens op een ‘losse’ vrije dag? Winkelen? Geen zin in. Ik heb ook niet echt iets nodig. Ik voel geen drang. Iets met de kinderen? Die vonden lekker thuis zijn best gezellig. De was? Heb ik netjes in het weekend gedaan, op een kleine uitzondering na. Wat met muziek? Ooit was ik geschoold klassiek gitariste. Maar ja, je gitaar haal je niet zomaar eventjes naar boven. Je moet je nagels vijlen en polijsten en de snaren in orde brengen. Too much of a hassle… Ben ik het verleerd, vrij nemen? Of ben ik dan toch een workaholic? Ik heb in elk geval verse soep gemaakt. Dat doe ik om de twee dagen, maar nu deed ik het gewoon veel trager. Ik ging een kwartiertje in de zon liggen aan de vijver, met veel dekentjes. Dat was zalig. Ik schreef een blog omdat die nu eenmaal stilaan rijp was.

Functionele workaholic dan maar

Ik las ooit dat er zoiets bestaat als ‘functioneel alcoholisme’. Dat is wanneer je meer drinkt dan volgens de algemene gezondheidsnorm goed voor je is, maar het je dagelijks functioneren (nog) niet in de weg staat. Zou er zoiets als ‘functioneel workaholisme’ bestaan? En moet je jezelf dan in de gaten houden, zoals bij functioneel alcoholisme? Ik ben ervan overtuigd van wel. Want wat ik in mijn werk doe lijkt op mensen met hun hoofd uit de tunnel halen nadat ze zichzelf er in hebben gegraven of zich er in hebben laten zuigen. Eerst omdat ze het leuk vonden, daarna omdat ze vonden dat het moest of omdat ze hoopten dat het iets ging opbrengen, en ten slotte omdat ze geen andere uitweg meer zagen. Toch maar oppassen geblazen dus.

Mijn strategie bestaat erin om het hele jaar door, vrij of niet, te waken over mijn ‘heilige momenten’. Ik doe geen ontbijtvergaderingen, want ik wil mijn zoon wakker knuffelen en samen ontbijten en ik baal enorm als ik vroeger weg moet. Ik hou niet van netwerkavonden, vooral niet op donderdag, want dat is mijn karate avond. En sociale dingen plan ik het liefst alleen op vrijdag of zaterdag, op voorwaarde dat mijn man mee mag en het leuker is dan thuis gezellig hapjes eten, een filmpje kijken en de open haard aansteken. En die hersens? Hoe leger ik ze maak, hoe voller ze stromen. Ik krijg er veel energie van. Ik zal me pas echt (opnieuw) zorgen gaan maken als ik ze niet meer leeg krijg. Dan bel ik mijn mindfulnesscoach, direct.

Zeg er maar wat van