Nu heb ik dus geen kinderen. True. Maar ik weet redelijk zeker dat ik er ooit eentje ben geweest. En dat ik toen (het staat me echt bij) een opvoeding heb genoten. Net als jij. En ja, op onderdelen was onze opvoeding niet hetzelfde, maar toch durf ik te wedden dat veel dat wel was. Hoe kán het dan, dat we dat als volwassenen zo keihard overboord gooien. Ik snap er niks van.

Lessen

De belangrijke lessen die ik van mijn ouders leerde toen ik klein was, waren tijdloos en simpel: niet liegen, wees geen klojo (zo zeiden ze het niet hoor), los problemen op met woorden, doe anderen geen pijn, ga niet af op je vooroordelen, wees nobel en probeer altijd het juiste te doen. En het waren niet alleen mijn ouders die mij die lessen leerden. De vele kinderboeken en -films die ik consumeerde, hadden exact dezelfde boodschap. Mijn oma’s en opa’s, leraren, tantes, ooms, willekeurige ouders van vriendjes: zonder uitzondering leerden ze me dezelfde lessen.

Logiesj. Je leert kinderen wat ze nodig hebben om als volwassenen een waardevol onderdeel te kunnen zijn van deze samenleving. Voor hun eigen hachje en die van anderen is het fijn als ze in staat zijn zich op positieve wijze te manifesteren en als niet iedereen ze een klootzak vindt.

En toen gebeurde volwassen worden.

Gooi maar overboord

Dat magische moment dat je 18 wordt (en soms al eerder) waarop je opeens is toegestaan om alles wat je met veel pijn en moeite is bijgebracht en voorgedaan, overboord te gooien. Dat moment waarop alles opeens één van de 50 tinten grijs is uit het gelijknamige (en afgrijselijke) boek. En je is toegestaan om de duvel en z’n ouwe moer erbij te halen om lelijk gedrag goed te praten. Gedrag dat we bij kinderen niet accepteren en met man en macht proberen te corrigeren, accepteren we van volwassenen. Compleet betoverd door het idee van de tint grijs die alles oké maakt.

Waar heeft die vrouw het over, denk je nu misschien. Laat ik een paar voorbeelden geven.

De man bij de bank

Een aantal jaar geleden werkte ik nog bij één van de vier grote banken in Nederland. Zelf zat ik op de internetafdeling en had ik niks te maken met bancaire zaken (want *gaap). Maar je rookt eens een peukie en doet vrienden op in de viezige ruimte die men daarvoor heeft ingericht. Eén van die rokersruimtevrienden biechtte tijdens een gesprek over de woekerpolissen zomaar op “We wisten heel goed wat we aan mensen verkochten. Maar ja, we hadden targets he.”

Ik keek hem aan alsof ik iets vies had geroken (wat structureel een feit was in de rokersruimte, waar zelfs verstokte rokers als ik niet al te lang kunnen verblijven). Zodra hij de afkeuring op mijn gezicht zag, volgde een lange waterval aan woorden die de tinten grijs beschreven van het lelijks dat hij had gedaan. Woorden als targets, management, die mensen hadden het zelf ook moeten weten, iedereen deed het en meer onzin.

Ik moet je eerlijk zeggen dat ik niet erg onder de indruk was van zijn tinten grijs. En ik ben een slechte leugenaar (les 1: niet liegen), dus dat was van mijn gezicht af te lezen. We waren niet langer rokersruimtevrienden. Want met iemand die zo schunnig met anderen omgaat, rook ik liever geen peukies.

Fast fashion en het gebrek aan rechten in Bangladesh

Gisteren keek ik de documentaire The true cost, een film over hoe de goedkope kleding bij (o.a.) H&M genaaid wordt met bloed. Een aanrader overigens, maar dat terzijde. In de film zegt één van de geïnterviewde: “They (de H&M’s van de wereld) choose Bangladesh because there are no worker’s rights. No union, no pregnancy leave, nothing.” (zeer losse quote, maar inhoudelijk juist).

Na het kijken blijft die zin bij me hangen. Ik vraag me namelijk af hoe zo’n proces plaatsvindt. Wie zit er bij die vergadering waar Bangladesh wordt gekozen (een land waar met scherp werd geschoten op demonstranten die een salaris van 100 dollar per maand eisten) en wat zeggen ze tegen elkaar?

Laten we naar Bangladesh gaan, daar is het goedkoop, zal iemand hebben gezegd. En dan hebben we niet te maken met al die lastige rechten, opperde toen een ander? Of zei misschien niemand daar wat over, want als je niks zegt, dan is het niet zo? Maar dit zijn allemaal universitair opgeleide mensen, die – mag ik aannemen – ervaring hebben in de kledingindustrie. Die kunnen toch wel raden wat er gaande is in Bangladesh of China?

Zou je dat ook je kinderen leren (die kinderen die niet in een fabriek hoeven te werken, yeah)? Om stil te zitten bij onrecht. Om je mond te houden als je weet dat iets fout zit? Zéér onwaarschijnlijk.

Hoe los je een conflict op? In elk geval niet zo

Als kers op de taart kwam ik ook nog dit tegen op Twitter:

CMmBxiEWoAAr3JL

In het kort ging dit eraan vooraf. Karen Attiah scheeft dit artikel in The Washington Post, over dit artikel in NRC. Met haar mening kun je het eens of oneens zijn (en voor het gebruik van het woord nigger van NRC geldt dat ook (oneens!)). Maar de manier waarop Adjiedj Bakas zich uit in zijn tweet naar Attiah, is iets waarvoor je hem als kind langdurig in de naughty corner zou zetten. In de hoop dat hij z’n lesje leert over frustratietolerantie en conflictoplossend vermogen en niet opgroeit tot een onaantrekkelijke scheldmachine. Eentje die gewoonweg niet in staat is om zonder schelden een mening te geven. Datzelfde geldt overigens voor Erik de Vlieger die misschien slimmer is in zijn woordkeuze, maar vervang koloniale historie door elke andere genocide in de geschiedenis van de mens en je ziet direct dat zijn boodschap bijzonder onappetijtelijk is.

Te veel

Ik kan nog even doorgaan met voorbeelden. Voorbeelden van gedrag van volwassenen, dat we van kids niet zouden accepteren. Gedrag waarvan we kinderen expliciet aanleren dat het fout is en waarbij we hen expliciet vertellen wat wél goed is. Geen grijstinten, geen mitsen en maren, gewoon mis.

Maar er zijn te veel voorbeelden. Genoeg om een heel nieuw magazine mee te vullen. Dus dat doe ik niet.

Huh?!

Maar ik snap het niet. We hebben op deze wereld álles in handen om het leven voor iedereen beter te maken. Minder honger, meer geluk. Minder armoede, meer vriendelijkheid. Wij zijn er als mens als enige toe in staat om de consequenties van ons gedrag en keuzes te overzien. Om niet te doen wat ons beter uitkomt, maar om te doen wat beter ís.

Om bij die vergadering over Bangladesh onze mond open te trekken en te zeggen: oké, we kunnen daar wel onze kleding laten maken, maar dan moeten we er álles aan doen om de omstandigheden te verbeteren. Die mensen zijn ook iemands dochter, zoon, zus, broer, moeder, vader en die verdienen dezelfde zorgvuldigheid als die van ons.

Om als medewerker van die bank te zeggen: we kunnen toch niet liegen tegen onze klanten?! Ben je nou helemaal gek geworden. Weet je in wat voor problemen we ze brengen. Dat kunnen we echt niet maken hoor.

Om als je het ergens niet mee eens bent, gewoon fatsoenlijk te blijven. En nee, fatsoen is niks vies, als je dat nu denkt, is dat je aangepraat zo na je 16e. Want als kind leerde je ouders je dat je fatsoenlijk gedragen belangrijk was.

3 simpele stappen + 1 bonusstap

Het kan echt. Anders doen, andere keuzes maken, je anders opstellen. Het is niet eens echt heel moeilijk en vraagt niet meer dan 3 stappen: ontwikkel je eigen morele kompas, houd situaties ertegenaan als ze zich voordoen, trek je mond open als ze gebeuren/werk niet mee aan het laten gebeuren. Vergeet als bonusstap niet om ook je eigen morele kompas af en toe tegen het licht te houden. En voilà, de wereld is alweer een stapje beter geworden.

En laat je niet aanpraten dat dat naïef is. Dat je nu volwassen bent en dat alles 42 kanten en mitsen en maren heeft. Sommige zaken zijn niet grijs. Niet eens een beetje. En als het naïef is om je dat te realiseren, laat mij dan maar naïef zijn. Hoewel ik de wereld misschien niet in mijn eentje verander, kan ik in elk geval ervoor kiezen om niet actief mee te werken aan het lelijker maken ervan. En dat kun jij ook!

2 reacties

  1. Danielle

    Eensch. Overigens heb ik in een aantal van dit soort discussies wel mijn mond open getrokken. Het commentaar varieerde van ‘jij bent zo naïef’ tot ‘je bent een meisje in een bakkerswinkel’ of ‘jij bent niet hard genoeg.’ En daarmee was een eventuele dialoog al weg. Nu kan ik mij beter verwoorden, maar ‘harde mensen’ genoeg in deze wereld sie niet luisteren. Ik heb in ieder geval geen zin om daar aan mee te doen. En zo voed ik mijn kinderen ook – hopelijk – op.

    Beantwoorden
    • Xaviera Ringeling

      Hard zijn is helemaal geen prima eigenschap en naïef blijkt dus een groot compliment. Gewoon lekker je mond open blijven trekken én dan komt het met die kids ook goed. Want die doen veel meer wat jij voordoet, dan wat je zegt!

      Beantwoorden

Zeg er maar wat van