Ik weet nog dat ik lang heb getwijfeld over die bikini. Als pubermeisje moest ik al wennen aan die groeiende borsten en nieuwe haargroei, dus durfde ik dit statement wel te maken?

oldschool_swimwear_from_the_40s_and_50s_640_31Ik besloot dat ik dat durfde. Ook ík kon een nieuwe trend starten. Dus lag ik de volgende dag met mijn nieuwe bikini in navy kleuren en qua model uit de jaren ’50 op het strand. Dit was in de tijd dat Braziliaanse bikini’s het modebeeld voerden. Verderop lag een groepje populaire meiden van mijn middelbare school en tot mijn grote verbazing kwam een van hen naar mij toe. Met een allerliefst lachje vroeg ze “Hey, waar heb je die bikini vandaan?”. Ik voelde mij bevestigd in het statement dat ik wilde maken en antwoorden zo nonchalant mogelijk “Oh, bij de Hunkemöller, ze hebben er vast nog een paar hangen”, waarop het meisje nog net “Ok, dank je” kon zeggen en al proestend terug holde naar haar vriendinnen. Het kwartje viel. Die vraag was niet bedoeld als compliment; het was een vorm van kritiek uit het hoofdstuk ‘pesten’.

Niet zo filmische leermomenten

Nu, twintig jaar later, zie ik die gebeurtenis als een vorm van feedback. Ik had weliswaar een heel dappere poging gedaan om mezelf te positioneren als ‘trendsetter’, maar hoopte daarbij op lof van een meidengroep die mij toch al een nerd vond. Iedere Hollywood-film zou dit bestempelen als een mooi leermoment. Maar hoe zit het met de leermomenten die niet zo filmisch zijn? Hoe ga je om met kritiek die een enorme angst in je naar boven brengt, terwijl de criticus op rustige toon zijn mening met je deelt?

Van kritiek naar feedback

Ik ga er even vanuit dat ik hier niet de enige in ben. Dat er soms commentaar op mij afkomt waarbij mijn handen klam worden, mijn hart begint te bonzen en ik een waas voor mijn ogen krijg. En dat de persoon die dit commentaar met mij deelt eraan toevoegt “Dit is alleen maar mijn mening hoor, je moet verder zelf weten wat je ermee doet.” Dat ik dan piep ik vanuit mijn diepste, dapperste binnenste “Ja, tuurlijk, ik leer hier alleen maar van!”. Terwijl alles in mij schreeuwt ‘stress!’, ‘pijn!’ en ik mijzelf toch dwing om goed te luisteren. Want ik wéét dat er een moment komt – misschien morgen pas, misschien al later vandaag – dat ik deze angst niet meer zo sterk voel. Op dat moment kan ik die kritiek zien voor wat het is: feedback.

De psychologie achter de reactie

De psychologische uitleg van deze angstige reactie op feedback is dat je limbische systeem, het meest primitieve deel van je hersenen, negatieve feedback ervaart als een bedreiging. Volgens onderzoek van Naomi Eisenberger heeft negatieve feedback hetzelfde effect op je brein als lichamelijke pijn: stress. Dus worden er stresshormonen aangemaakt. Tja, en als jij niet de gewenste actie onderneemt met die hormonen – heel hard weghollen! – dan is concentreren erg lastig. Laat staan dat je dan open staat voor allerlei nieuwe informatie, zelfs al is die nog zo nuttig en goed bedoeld.

Hoe zit het met je zelfvertrouwen?

De remedie die het beste werkt tegen de stressreactie van dat limbische brein is zelfvertrouwen. Mijn ervaring is dat ‘zelfvertrouwen’ een iets te grote noemer is. Je kunt namelijk zelfvertrouwen hebben wanneer het om een appeltaart bakken gaat, maar niet wanneer je feedback ontvangt over je schrijfstijl in rapportages. Want, wanneer je buurjongen zegt dat hij je appeltaart niet belieft, dan voelt dat toch anders dan wanneer je leidinggevende meedeelt dat er teveel fouten in je rapportages staan. Wat wél werkt is te beginnen met noteren welke feedback weinig met je doet en welke feedback je bijna letterlijk doet steigeren. Die laatste versie van feedback raakt je blijkbaar op een punt waar je weinig zelfvertrouwen in hebt. Ah, een clue!

Heb ik hier iets aan?

Wat ook goed is om te bedenken, is dat niet ieder commentaar van nut is voor jou. Soms geeft iemand zijn mening om…ehm…zijn mening te geven. Dat zegt meer over die persoon dan over jou. Vraag je bij alle feedback dus ten eerste af: heb ik hier iets aan? Daarvoor moet je soms twee seconden die stresshormonen negeren, maar dat kún je! Wanneer je je dan wat kalmer voelt, vraag je jezelf: is dit een punt van zelfvertrouwen waar ik echt iets aan wil doen? Bij het voorbeeld van die rammelende rapportages kun je vragen of iemand anders die eerst nakijkt. Of je kunt een baan gaan zoeken waarbij je geen rapportages hoeft te schrijven.

Mag het in een mailtje?

Een ander alternatief, eentje die ik zelf nog vaker moet testen, is om tijdens die angstige reactie aan te geven dat je je onzeker voelt over dat punt en daarom zo reageert. Dat je de feedback enorm waardeert, maar dat het in dit geval beter is om het commentaar in een mail te ontvangen. Meer dan 90 procent van het menselijk gedrag komt namelijk uit ons onderbewustzijn voort. Zolang dat onderbewustzijn alarmbellen doet rinkelen bij dit punt van feedback, kun je beloven je leven te beteren, maar is de kans groot dat je dat niet werkelijk doet. Een e-mail, daarentegen, kun je op je gemak lezen, even wegzetten, weer oppakken en herlezen. Net zolang totdat die alarmbellen niet meer rinkelen en je (het nut van) de feedback inziet en uitvoert.

Dus zolang je het schriftelijk aan mij doorgeeft onder dit artikel …. wat is jouw feedback op dit verhaal?

4 reacties

  1. Gabriella van Rosmalen
    Gabriella van Rosmalen

    Potverdorie, het is echt net alsof je een spiegel voorhoudt! Wat een goede blog!

    Ik ga de techniek eens uitproberen 🙂 Ben benieuwd of het werkt.

    Beantwoorden
    • Pauline Siebers

      Jeetje Gabriella, dat is nog eens fijne feedback! 😉 Ik ben benieuwd naar jouw ervaring met die techniek.

      Beantwoorden
  2. Alexa
    Alexa

    Hi Pauline, nou, op een totaal feedbacktechniek-onwaardige wijze van mij he volgende: intelligente hele goede blog. I like!

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van