De uitvaartbranche, laat dat nou net een branche zijn waar ik erg weinig van af weet. Toch zat ik afgelopen donderdag op een symposium aandachtig te luisteren naar mensen die vanuit hun beroep dagelijks met de dood te maken hebben. En dat was nog best interessant.

Thema van het symposium ´Multicultureel afscheid in Nederland´. Waarom ik een uitnodiging ontving? Ik raad dat ik als donkere vrouw bij het onderwerp pas. Maar ook omdat vorig jaar mijn oma overleed en ik op Aruba haar begrafenis meemaakte. En wat een happening was dat.

Dus kreeg ik van organisator Yarden een kaartje, want ook zij hadden mijn verslag van de Arubaanse begrafenis gelezen. En daarom vertrok ik in alle vroegte (oké, zo vroeg was het niet, maar een beetje drama is mij niet vreemd), richting het pittoreske Bunnik (oké, zo pittoresk is Bunnik niet, maar laten we het toch zo noemen).

Brothers wordt chique

Eenmaal bij de locatie gearriveerd, bleek het de oude Brothers te zijn. En wie zo lang heeft geleefd als ik, moet die naam kennen. Wat vroeger een licht foute discotheek was, is nu A12, een hip congrescentrum en de plek waar de uitvaartbranche dit jaar dus bij elkaar kwam.

Ghanese dood

Binnen was het druk en gelukkig een stuk warmer dan buiten. Druk en gezellig lawaaierig. Bron van die gezelligheid: een Ghanese drumband, die niet alleen muziek maakte, maar ook een doodskist op de schouders droegen. Want waar in Nederland begrafenissen veelal sobere en sombere aangelegenheden zijn, vieren mensen in andere delen van de wereld uitbundig het verruilen van het tijdelijke voor het eeuwige.

Ik ruilde mijn jas bij een aantal vriendelijke dames in tegen een kaartje met nummer erop en zocht een plekje in de grote zaal, waar het programma door Diana Matroos zou worden afgetrapt. Stiekem keek ik een beetje om me heen: de dag ging over multiculturaliteit en diversiteit, het publiek was echter overwegend blank. Niet erg, maar wel opvallend.

Na een welkomstwoordje van Voorzitter Hoofdbestuur Yarden Vereniging Derck van der Vegte, gingen we los.

Iedereen gaat dood

Spreker na spreker vertelde over de veelheid aan gewoonten en tradities in verschillende culturen. De één vanuit wetenschappelijk optiek, de ander vanuit persoonlijke ervaring en weer een ander vanuit zijn of haar beroep.

Fascinerende verhalen zoals bijvoorbeeld dat van de Creoolse Mama Sophia-A-Tjak, die vertelde over de Creoolse gewoonte om in de kist ondergoed mee te geven aan de overledene. Ondergoed dat je over je hele (héle!!) lijf afveegt, om het daarna over de overledene te smeren. Kweetniethoor, maar haar verhaal leidde in elk geval tot lichte hilariteit onder de plechtige uitvaartmensen.

Of het verhaal van een uitvaartondernemer die de crematie van een Lama moest regelen. Niet het dier, maar een heilige. Een Lama die volgens zijn gebruiken rechtop gecremeerd moest worden. Maar ja, daar zijn Nederlandse crematoria niet op gebouwd. Gelukkig wist hij het uiteindelijk wel naar tevredenheid van alle andere ingevlogen Lama’s op te lossen.

Maar ook de dame die met een Hindoestaanse dode te maken kreeg en die een week lang heerlijke huisgemaakte nasi voorgeschoteld kreeg. Voor haar even wennen, maar uiteindelijk toch vooral genieten.

Verschillende mensen en dus wensen

Naast de ervaringsverhalen was er natuurlijk ook de uitdaging: hoe ga je om met verschillende religies, tradities en gewoonten? Hoe zorg je ervoor dat – juist bij een sterfgeval – je geen stomme fouten maakt, terwijl de cultuur waar je mee te maken hebt, je onbekend is.

Je verdiepen in de verschillende culturen, werd geopperd. Je personeelsbestand diversifiëren, riep een ander. En daar kan ik allemaal maar moeilijk tegen zijn. De vraag is echter of dat alles oplost. Want hoeveel verschillende culturen kun je nou eigenlijk opnemen in je personeelsbestand? En is het wel mogelijk, maar vooral ook nodig om álle culturen en bijbehorende tradities te kennen en begrijpen?

Nee.

Mix it up, we zijn individuen

Zelf kom ik uit een mix van culturen: Cubaans, Indiaans, Arubaans, Duits, Chinees, Creools. En dat zijn alleen nog maar mijn opa’s en oma’s. Al mijn opa’s en oma’s zijn inmiddels gestorven. En alle begrafenissen waren weer net even of juist heel erg anders.

Culturen, uitingen van religie, tradities, zijn allemaal om verschillende redenen, bij verschillende mensen, op verschillende plekken, onder verschillende omstandigheden, net elke keer weer anders. En soms echt compleet anders ondanks een gedeelde achtergrond.

De uitvaartbranche mag best wat gekleurder, want waarom niet. Maar wat de uitvaartbranche vooral moet doen, is luisteren naar de individuele wensen van hun klanten. Maakt het dan uit of die klant zwart of wit is? Of dat die klant moslim of hindoe is? Ik denk eerlijk gezegd van niet.

Het start met Wij

Maar dat luisteren moet dan wel starten met het inzicht dát er verschillende invullingen zijn van afscheid en rouw. En dat dat geen probleem is, maar een gegeven dat hoort bij die uitvaartbranche.

Want hoewel de zaal vol zat met mensen die het onderwerp van voldoende belang vonden om bij het symposium van Yarden aanwezig te zijn, twijfelde ik daar soms wel een klein beetje aan. Het zat hem in wat subtiele zaken. Zoals het overwegend blanke publiek, maar ook de manier waarop dat publiek sprak over die andere culturen. Over “wij en zij” en “jullie en ons”. Ik telde vier keer de opmerking bij een anekdote: “Ze waren [vul afkomst hier in], maar spraken wel gewoon Nederlands hoor.”

De niet blanke (feitelijk) autochtone Nederlander wordt zo nog steeds een beetje gezien als ‘de ander’ en dat is eigenlijk raar. Nederland is een multicultureel land en gelukkig maar, want hoe saai zou het zijn als we een monocultuur hadden. En we zijn al even een multicultureel land, dat is echt totaal niet nieuw. Het is gek dat we het nog steeds als bijzonder en anders ervaren, terwijl het oud en established is.

Luisteren

Het is goed dat Yarden het onderwerp als gespreksstarter in de hoofden van mensen plant. Maar het is eigenlijk gek dat het nog moet. Zeker in een branche waarvan ik denk dat zij bij uitstek in staat moeten zijn om goed naar individuele wensen van mensen te kijken. Maar neem dan als startpunt wel `Wij`. Wij Nederlanders en onze eigen afscheidsinvulling. En niet wij Nederlanders en zij buitenlanders. Want dan staat je oor heel anders en hoef je niet alle 200 in Nederland aanwezige nationaliteiten in je personeelsbestand binnen te trekken. En kind, dat scheelt me een moeite joh.

Het dagje uitvaartbranche heeft me veel geleerd, soms geïrriteerd (“Ik deed eens een Surinaamse uitvaart en ging er toen natuurlijk vanuit dat ze te laat zouden zijn” de zaal vond het hilarisch….uh?) en bij vlagen geïnspireerd. Vooral om eens na te gaan denken over mijn eigen Nederlands, Arubaanse, Cubaanse, Chinees, Duitse, Creoolse begrafenis. Maak je borst maar nat uitvaartbranche, want dat wordt op zichzelf al een symposium waard.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.