Nadat ik een schokkende documentaire over een paardenslachthuis zag, besloot ik vegetariër te worden. Maar als ik mooie leren pumps koop, sussen smoesjes mijn geweten.

Unox leverpastei

Kippenpootjes met bot en zenige slierten, spek met een lillend vettig randje, vis met graatjes en een duidelijk zichtbaar vel. Van jongs af aan gruw ik er van. Maar paté, kipfilet en gehaktballetjes vond ik daarentegen weer erg lekker. De grens lag bij ham, want met ondefinieerbare dingetjes, en lever want idem. Zolang ik niet direct kon zien dat ik een onderdeel van een dier at, genoot ik van de pittige vettige smaak. Des te onherkenbaarder, des te beter én des te lekkerder; de vele blikjes Unox leverpastei -drie in een blister- die ik er vrolijk doorheen joeg, zijn daar een perfect voorbeeld van. Vlees bleef voor mij lange tijd de status ‘lekker, zolang het onherkenbaar is’ hebben.

Het slachthuis van Brigitte Bardot

Totdat ik als 20-jarige een uitzending van SOS Brigitte Bardot zag, waarin uit de doeken werd gedaan hoe paarden werden geslacht. Ik was in shock. Natuurlijk zette Bardot de zaak op scherp: ze liet een machtig dier zien dat zonder enige vorm van comfort aan zijn einde kwam. Er werd ingezoomd op de angstige ogen en het gutsende bloed. Voor mij was er geen ontsnappen aan: vanaf die dag at ik geen vlees meer. Geen paard, geen koe of varken, zelfs geen lekker kippetje, zo besloot ik. Nog lange tijd at ik vis, vanwege het eeuwige ‘maar het is zo lekker’ excuus. Maar ook dat moest er aan geloven. Want ook vissen hebben oogjes, zij het vissenogen, en dat stukje tonijnsteak leek toch verdomd veel op vlees, bedacht ik me. Naast het slachthuisargument raakte ik overtuigd dat vlees niet goed is voor mijn lichaam. Niet alleen bioindustrieel vlees met hormonen of plofkip, maar alle vlees en vis, hoe biologisch of ambachtelijk ook. En hoewel mijn bijdrage klein is, bewijs ik moeder Aarde hiermee een dienst.

Eet je ook geen vis?

En dan. De anderen. Om Sartre te parafraseren, soms zijn ze inderdaad de hel, hoewel meestal onbedoeld. Ik zou mijn eigen vegetariërsbingo kunnen maken, met op nummer één de vraag: ‘Eet je ook geen vis?’ (‘Nee.’) met daarna ‘Wij eten de laatste tijd minder vlees.’ (‘Oké.’) op twee en ‘Ik zou het niet kunnen hoor!’ (‘Dat hoef jij toch ook niet te kunnen.’) op nummer drie. De meeste opmerkingen verdedigen het eigen eetgedrag. Alsof ik iemand een morele standaard op leg, waar ze iets tegenover moeten stellen. Maar van mij hoeft het niet hoor, ik ben geen vegangelist (ik verzin dit woord ter plekke) en zolang ik niet mee hoef naar McDonalds of een grillrestaurant zit je mij niet in de weg met je gebakken beestje.

Ingeburgerd

Ik denk namelijk dat de wal vanzelf het schip keert: vega raakt steeds meer ingeburgerd, wat goed te zien is op de menukaarten (eerder was het vooral omelet met champignons of pasta met room als goedbedoeld ‘vegetarisch alternatief’). En met het aanbod van de Vegaslager kun je inderdaad, zoals de fabrikant zelf zegt, je partner bedriegen. En dat is wat het voor mij weer lastig maakt: de ‘kipstuckjes’ lijken zoveel op echte kip dat ik het niet meer eet: het proeft en voelt veel te echt.

Niet zeuren

Zucht. Is het dan nooit goed? Jawel hoor, het is mijn keuze, dus ik zeur niet over grappig bedoelde stickers van lachende koetjes en varkentjes op het vrachtwagentje van de slager. ‘Echt, ze hebben hier niets vegetarisch!’ klaagde ik vroeger als arrogante randstedelijke Hollandse tijdens vakanties op het Franse platteland, waar op marktjes de locale worsten en hammetjes tot aan de horizon leken te reiken. Intussen heb ik me keurig aangepast, maar het is nog wel oppassen daar, want kip is geen vlees en ham is ook geen viande.

Geen beter mens

Achteraf gezien vind ik de manier waarop Bardot haar boodschap uitdroeg moralistisch en intimiderend. Later bleek dat zij meer van dieren dan van mensen met een andere etnische achtergrond hield. Voeg daar Adolf Hitler en Volkert van der Graaf aan toe. Een illuster gezelschap, daar wil sowieso niemand bij horen. Maar eigenlijk vind ik dat niet erg: vegetarisme hoort dus ook bij slechte mensen. Mijn zelfopgelegde spijswetten vallen dus niet per definitie in de categorie ‘goed’. Sterker, als iemand nog eens zegt: ‘Ik zou het niet kunnen.’ dan kan ik als cynisch grapje zeggen: ‘Ach, Volkert kan het ook, die is zelfs veganist.’

Marchanderend geweten

Ik hoef van niemand toestemming, controle of goedkeuring, dus de categorieën ‘sociaal’ en ‘religie’ vallen hiermee ook af. Alleen mijn geweten en ik blijven over. Want die schoenen en die mooie tas, dat toffe motorjackje. Ze zijn toch allemaal veel mooier, zachter en soepeler als ze van echt leer gemaakt zijn? Ik eet niets met oogjes, maar ik draag het wel. En ik marchandeer me een ongeluk om dat voor mezelf goed te praten.

Wat vind jij: doe ik te ingewikkeld of zou ik consequenter moeten zijn?

Zeg er maar wat van