Ik krijg altijd een beetje jeuk van veel vrouwen bij elkaar. Helemaal als ze aan het stereotype beeld gaan voldoen. Kakelend over van alles maar vooral over niks. Nee, doe mij maar mannelijk gezelschap.

“Ik kwam van de week Sylvia tegen, je weet wel, die nicht van mijn buurvrouw”. Verhalen vol details die er niet toe doen. “Ik zag haar toen ik langs de drogist liep dinsdag. Of was het nou woensdag? Ja, er stond markt dus het moet woensdag geweest zijn.” Zich druk makend over onbenullige zaken. “Ze liep langs me zonder gedag te zeggen! Dus ik dacht: wat krijgen we nou?” Om vervolgens andermans intenties te duiden en zichzelf daarbij een prominente rol toe te dichten. “Ze voelt zich kennelijk ineens te goed om mij te kennen”. En aan invulling geen gebrek. “Jaloers, denk ik, op de verjaardag van de buurvrouw laatst keek ze ook al zo raar naar me toen ik vertelde dat we een nieuwe auto gekocht hebben”.

Verrassing

Je zult mij niet zo snel op de huishoudbeurs of Libelle zomerweek zien. Ik krijg het al Spaans benauwd bij de gedachte. Nou zijn die twee evenementen makkelijk te ontlopen, hoor, dus geen problemen daar. Onlangs werd ik echter onaangenaam verrast. Nietsvermoedend ging ik naar een beroepscongres in het kader van managementondersteuning. Ik had me alleen even niet gerealiseerd dat mijn vak toch voornamelijk door vrouwen wordt uitgeoefend. En voor ik het wist, stond ik in een Jaarbeurs vol met soortgenoten. Da. Fuck.

In de val

De informatiemarkt op het congres is een heksenketel. Ik wurm me langs de stands van vergaderlocaties, organisatoren van bedrijfsuitjes, relatiegeschenken en zakenreisbureaus waar plastic tasjes met gadgets in ruil voor een visitekaartje gretig aftrek vinden door hebberige maar keurig gemanicuurde handen. Het volume van de hoge, opgewonden stemmen heeft vormen aangenomen die een gemiddeld rockconcert overschrijden. Dat laatste kan me bekoren, maar dit geluid heeft op mij hetzelfde effect als een paar nagels over een krijtbord. Ik ben nog geen twintig kraampjes gepasseerd, als het zweet me uitbreekt en ik koortsachtig op zoek ga naar een uitgang. Halverwege het pad zie ik een de aanduiding “WC” aan het plafond. Ik twijfel, want tja, het toilet en vrouwen…. Maar juist op dat moment zegt een congresmedewerker tegen me: “Bent u op zoek naar de congreszaal voor het middagprogramma? Dat is die kant op, voorbij de toiletten”. Aangezien de medewerker een man is, neem ik aan dat hij de wanhoop in mijn ogen herkent en ik volg direct zijn aanwijzing op.

Pumps

Ik laat het toilet links liggen en loop direct door de congresruimte in. Leeg. Op een enkele mede-einzelgänger zit er niemand in de zaal. Ik plof in een stoel. Wel dicht bij de uitgang, want ik heb enig wantrouwen richting de lezing die hier gegeven gaat worden. Wat na een paar minuten begint als gedruppel van mede-congresgangers die de zaal in komen, ontaardt qua volume al gauw in een regenbui die met enorm kabaal op een dakraam klettert. Net als ik me afvraag hoe lang ik het nog volhoud, verschijnt de presentatrice van de middag op het podium. Pas dan zie ik dat er allerlei damesschoenen her en der op het podium staan. Ik ruik onraad. Voor de vorm vraagt de dame met de microfoon nog of er ook heren in de zaal zitten en verdomd, er is één heer in het gezelschap. Het arme jong. En dan begint het pas echt. De presentatrice pakt een paar schoenen, schrijft ze toe aan een fictieve dame en vertelt over haar. Daar gaan we, denk ik. Ze werkt nog een paar “schattige sandaaltjes” af met een verhaal. En dan komt het. “Als jij jezelf zou moeten omschrijven als een schoen, wat voor schoen bèn je dan?” vraagt ze aan de zaal. Ik ben de enige die in de lach schiet, maar hou daar verschrikt mee op als er daadwerkelijk iemand een hand opsteekt. “Ik zou een gele, suède pump zijn”, zegt ze en ik krimp een beetje ineen, “Geel omdat ik toegankelijk ben, suède vanwege de aaibaarheid en de pump omdat deze stoer èn vrouwelijk tegelijkertijd is”. Ok, that’s it, I’m out of here.

Mannenpraat

Terwijl de zaal applaudisseert, laat ik de klapdeuren hun werk doen en vertrek. Ik haast me naar mijn trein die ik nog net haal. Ik laat me in een coupé op een bankje zakken tegenover twee heren. Tevreden over mijn ontsnapping haal ik even diep adem en sluit mijn ogen. “Gast, wat heb jij nou?”, vraagt man 1 aan man 2. Als ik mijn ogen open zie ik man 2 naar beneden knikken. “Mooi, he”, trots steekt hij zijn linkervoet iets omhoog, “Èchte Van Bommels.”

2 reacties

Zeg er maar wat van