Op een terras in Kralingen drink, rook en klets ik met twee vriendinnen de werkweek van me af. Naast ons gezinnen met hun gedoe en dynamiek. Maar projecteren we onze eigen sores niet op hun getob?

“Ha heerlijk!” Het is donderdag en onze laatste werkdag. Weekend! We schuiven gedrieën aan op ons favoriete terras dat hoort bij een fijn Italiaans restaurant. Het terras ligt aan een levendige straat die uitkomt op het Kralingse bos. Scooters, fietsers, zelfs paardrijders komen voorbij. Het stoort niet, zo aan de rand van de stad. We bestellen Siciliaanse wijn en Roos, Simone en ik leggen onze pakjes sigaretten op tafel. Roken doen we eigenlijk niet, maar zo nu en dan dus wel. Al vlug raken we – al rokend en drinkend – diep in gesprek. De zon schijnt en het is windstil, afzomeren kan niet beter dan hier.

Zeg sorry, Mees!

Links naast ons is een gezin komen zitten, zie ik als ik om me heen kijk, nadat we nieuwe wijn hebben besteld. En rechts van ons zit een stel met een meisje van een jaar of zeven. De jongetjes, Mees en Rover, zijn aan het crossen met skateboards en stepjes over de stoep aan de rechterkant van het terras. Bij wijze van stop laten ze hun speelgoed tegen een lantaarnpaal kletteren. Het meisje, Sofie, sluit aan bij de jongens. Even later racen ze ook over het terras en Mees of Rover botst daarbij tegen de achterkant van de stoel van een oudere mevrouw. De moeder van de jongens, gekleed in een wijde dunne witte blouse, jeans en teenslippers, het haar blond en los, springt plotseling op. “Mees! Dit kan zo niet. Ga eens sorry zeggen tegen die mevrouw!” roept ze met luide stem. De mevrouw draait zich vriendelijk lachend om en zegt iets vergoelijkends tegen Mees die zelf bokkig naar de grond staat te staren. “Mees! Zeg sórry!” roept de Kralingse nog maar eens als het joch niet reageert. Hij mompelt een excuus vanonder zijn dikke blonde pony en speert dan weer weg met zijn step. “En Mees. Als je nu niet normaal kunt doen gaan we naar huis. En blijf weg van dat terras!” joelt Kralingse mams hem na. De vader van Mees, streepjes overhemd en een ronde bril, bemoeit zich er niet mee maar neemt een flinke slok bier.

Koffie met een kano? Nee, bedankt.

Roos, Simone en ik kijken elkaar met een grijns aan na het aanschouwen van dit tafereel. Wij zitten hier wel met z’n drieën te roken en te drinken in onze zwarte jurkjes met dito hakken, onze leren werktassen op een kluitje onder de tafel, maar ook wij zijn moeders, alledrie van twee kinderen. Roos pakt haar betoog weer op: “Leuk blad hoor die Linda, maar die rubriek ‘De verlaten vrouw’ vind ik zó niet passen tussen alle powerverhalen. Wat is er mis met ‘De verlatende vrouw’? Weg met dat passieve.” We kletsen verder over een rubriek waarin alleen vrouwen aan het woord komen die zelf  hun man verlaten hebben. Niet omdat hij vreemd ging, maar omdat zij meer ambitie had dan stipt om acht uur bij het journaal koffie en een kano te nuttigen. En dat dat benauwende niet paste. Of over een vrouw die zoveel vaart en ideeën had, dat ze er last van had dat haar man op haar energie meeliftte. We zien het helemaal zitten. We knikken, zijn het erg met onszelf eens en we steken nog een peuk op.

We gaan nu naar huis, Mees!

Dan horen we een klap en glasgerinkel. Mees is tegen het een tafeltje tegenover ons aan gestept en daarbij is een glas bier op de grond gevallen. Het joch staat als aan de grond genageld te staren naar zijn moeder die met twee grote stappen voor hem staat. “Genoeg nu. We gaan naar huis! Nu!” Mees begint hard te huilen. Rover en Kralingse pappa hebben intussen een bord eten voor zich staan. Er zijn ook nieuwe biertjes gekomen. Mees en z’n mamma gaan niet naar huis maar aan tafel zitten. De ober brengt hen borden met gamba’s en pizza’s. “Ik moet ook áltijd álles alléén doen!” articuleert Kralingse mamma vrij luid. Mees blijft huilen. Kralingse pappa reageert niet. Rechts naast ons zit Sofie aan de gesneden spaghetti. Ook zij heeft een meisjesachtige mamma en een pappa die meer op z’n telefoon kijkt dan naar Sofie. Haar moeder moedigt haar aan om nog een hap van het bijna onaangeroerde bord te nemen.

De verlatende vrouw

We vragen ons het zachtjes af: zitten we tussen twee potentiële exemplaren verlatende vrouwen in? We roddelen over hen en onze interpretaties. “De één omdat ze dol van frustratie is omdat haar man haar áltijd álles alléén laat doen.” zegt Roos. “De ander omdat ze die desinteresse gewoon spuugzat is.” aldus Simone. En ík denk: Of zijn we het gewoon zelf? Omdat onze ambities en interesses niet meer passen bij ons gezinsleven. Zijn wij in onze hoofden aan het verlaten? Roos springt op: “Oh zo laat al? Ik zou om zes uur thuis zijn om te koken!” Simone roept: “De BSO sluit om half zeven!” Vlug rekenen we af en springen aangeschoten op de fiets. Onze gezinnen tegemoet. Want er is één ding dat verlatende vrouwen niet willen: zich bij hun kinderen verlaten.

Zeg er maar wat van