Muziek roept herinneringen op. Ik hoor Neil Young op de radio en mijn gedachten dwalen tien jaar terug. Ik ben aan het werk op de methadonpost in Rotterdam en word geraakt door ‘voormalig dandy’ Hansje.

Afgeleefde kerstversiering

Het pand is oud en afgeleefd, maar we hebben het zo goed en zo kwaad gezellig gemaakt met vergane glorie kerstversiering. Een klein plastic kerstboompje staat bij het uitgifteluik te knipperen dat het een lust is en verder hebben we wat zilveren slingers om deuren en kasten gedrapeerd. In de wachtruimte staat naast de gebruikelijke ketel koffie een plastic bordje met kerstkransjes. De kerstmuziek zal binnen tien minuten overstemd zijn door rumoer. Ik geniet nog even van de stilte voor de storm.

De slurp-rij

Stipt om tien uur doet collega Kenneth de buitendeur van het slot en de cliënten golven naar binnen. “Rustig rustig!” roept Kenneth grinnikend tegen niemand in het bijzonder. Hij sloft naar een van de bankjes in de ruimte en knoopt een gesprek aan met een zojuist binnengelopen oudere man. Er vormt zich een lange rij voor het uitgifteloket, ook wel cynisch ‘de slurp-rij’ genoemd. Ik begroet elke cliënt met een vrolijk woordje en via de computer ga ik na of ze zijn wie ze zijn en of de dosis methadon wel klopt. De ene cliënt groet niet terug, neemt zijn slok en vertrekt, de andere maakt grapjes, geeft complimentjes en doet zijn verhaal. Zoals altijd is het onrustig in de wachtruimte: het gaat nooit snel genoeg en er is altijd iemand die voorrang wil omdat hij haast heeft. Toch blijf ik rustig en let ik daarnaast goed op dat de methadon wordt doorgeslikt en niet als smokkelwaar in een ander potje of zakje verdwijnt.

Kerstkransjesdief

“Oh jongens kijk nou toch eens!” zegt collega Marleen verontwaardigd. “Sylvia neemt gewoon twee handen koekjes mee!” Als ik opkijk zie ik Sylvia (met rommelig lang vet haar, groeven in haar gezicht en een te grote winterjas aan) haar zakken volproppen. Ik schiet in de lach, om Sylvia maar ook om Marleen. “Wat hadden we dan verwacht Marleen, dat ze met de schaal rond zou gaan?” Marleen loopt de wachtruimte in en verdeelt de rest van de koekjes over de wachtenden, waarbij ze luid: “Eén per persoon! Eerlijk delen!” roept. “Hier Hansje, neem jij er maar twee.” zegt ze tegen de man met wie Kenneth nog steeds in gesprek is.

Afvoerputje van de zorg

Ik vind het aan de ene kant beschamend dat Marleen volwassenen zo toespreekt, aan de andere kant zijn de karakters van deze mensen door het jarenlange drugsgebruik vaak zo vervormd en op zichzelf gericht dat het bijna wel moet op deze manier. Sowieso vind ik het pijnlijk dat de zorg voor hen op deze manier georganiseerd is: in een oud pand, in een rij, moeten ze wachten op hun methadon en medicatie. Welkom in het afvoerputje van de gezondheidszorg.

Dandy in reservekleding

Het programma is afgelopen en Kenneth neemt de oudere man mee naar zijn bureau. Er is ongetwijfeld een kwestie rondom huisvesting, uitkering of verzekering die vlug opgelost moet worden. Terwijl de top 2000 flink hard aan staat ga ik ook aan de administratie. Af en toe zingt een collega luidkeels mee als er een lekkere klassieker voorbij komt. Dan staat Hansje naast me. “Kun jij hem even helpen met een broek?” roept Kenneth naar me, wijzend op de oude man die me vragend aankijkt. “Kom op Hans, we gaan even in de kast kijken.” zeg ik terwijl ik opsta en richting de kast met reservekleding loop. Als ik met Hansje meekijk welke broek hem zou passen, zie ik zijn kritische blik. Ik herinner me weer dat Marleen heeft verteld dat Hansje vroeger een echte dandy was, strak in het pak en een grote jongen in de scene. Dan hoor ik Neil Young op de radio:

Old man take a look at my life
I’m a lot like you
I need someone to love me the whole day through
Ah, one look in my eyes and you can tell that’s true…

Geraakt

Hansje staat daar, in een oude broek, te lang haar en een versleten gezicht. En gecombineerd met de muziek ben ik ineens ontroerd door dit beeld. Ooit was hij geliefd en succesvol in zijn wereld, nu is hij een armoedige oude man met kind noch kraai. De heroïne heeft zijn verwoestende werk gedaan.
“Kijk eens Hans, is dit wat voor je?” Ik hou een nieuwe donkerblauwe bandplooibroek omhoog en ik hoop dat de broek niet te groot is. Maar Hansje kijkt verheugd en stopt, terwijl hij een bedankje mompelt, de broek in één van zijn plastic tasjes. Ik laat hem uit en zie dat hij zonder paraplu de koude regen in stapt, het kerstdiner bij het Leger des Heils tegemoet. Maar mét een nieuwe broek. Dag oude man, je raakte me.

Zeg er maar wat van