In 2012 zette ik eindelijk de stap: ik werd fulltime zelfstandig ondernemer. Na veel wikken en wegen, na al enige tijd naast mijn fulltime baan een beetje te ondernemen en na veel tranen (want ik ben een huilebalk) hakte ik de knoop door. Ik zei mijn baan op en was opeens ondernemer.

Maar dat was ik natuurlijk helemaal niet. Jawel, ik had nagedacht over saaie (maar belangrijke) zaken zoals mijn pensioen, een arbeidsongeschiktheidsverzekering en had zelfs een administratiemannetje geregeld. Maar een onwijze zakenvrouw voelde ik me totaal niet.

Ondernemertje spelen

Mijn eerste klus begon op de dag dat ik als ondernemer startte. Bij een mooi merk, een mooie opdracht, voor een mooi bedrag. Ik had er niks voor hoeven doen, zij waren naar mij toe gekomen. Zo ging het ook met mijn tweede en mijn derde klus en mijn vierde en vijfde klus. Ik deed geen acquisitie en de klussen bleven komen. Lekker! Maar daardoor voelde ik me dus ook al geen ondernemer.

Op mijn kantoor

Ik had natuurlijk wel een kantoor geregeld, in het centrum van Utrecht, samen met een collega-ondernemer. In een prachtig pand zaten we dan te werken. Maar het voelde helemaal niet als een werkplek, want ik voelde me geen ondernemer. Ik speelde kantoortje en bedrijfje. Althans…zo zag ik dat.

Maar dat veranderde

Het is inmiddels alweer 2017. Ik ben alweer 5 jaar fulltime bezig en mijn bedrijf bestaat al sinds 2009. Ik tik deze tekst in mijn studeerkamer, met een gevoerde onesie aan en kattensloffen aan mijn voeten. En gek genoeg, voel ik me nu dus wel echt ondernemer.

Slechte tijden

De belangrijkste verandering kwam nadat ik zakelijk een zeer slecht jaar draaide. Zéér slecht. Ik stond opeens voor de keuze: weer aan de vaste baan of blijven geloven in mezelf en mijn bedrijf. Na veel getob, een bak extra grijze haren extra en gesprekken met iedereen die iets zinnigs te zeggen had, besloot ik eindelijk dat ik wel een ondernemer ben. Dat ik geld kan maken waar het nog niet is en dat ik kan verkopen wanneer dat moet. En niet onbelangrijk: ik ben niet zo gek op kantoortuinkantines.

Een diep dal en dan omhoog

Die kontschop had ik echt nodig. Het moment dat ik officieel ondernemer werd, deed ik dat deels omdat ik mijn baan haatte. Het moment dat ik emotioneel ondernemer werd, was het moment dat ik er bewust en onder de lastigste omstandigheden écht voor koos.

En nu

De klussen waaien gelukkig nog vaak genoeg mijn kant op en soms moet ik ervoor zweten, maar zo hoort het ook. Mijn ambities groeien met de dag en inmiddels regel ik ook klussen voor anderen en verdien ik niet langer alleen voor mezelf cash, maar betaal ik ook facturen waar anderen hun boodschappen mee kunnen doen.

Van een excelletje met wat cijfertjes erin, is mijn administratie tegenwoordig hoogst ingewikkeld (denk ik…die laat ik door een ander doen) en van een beetje onwennig praten over mijn uurtarief, weet ik nu wat ik waard ben.

Het duurde even, maar ik heb het eindelijk geleerd: ondernemer zijn heeft weinig te maken met je inschrijving bij de KVK en alles te maken met de attitude die je hebt. Ik moest de mijne even vinden. Maar nu ik ‘m beet heb, laat ik voorlopig niet meer los.

Ik ben benieuwd of iemand dit ook maar een beetje herkent. Of ben ik de enige die er zo lang over deed?

 

Door: Xaviera Ringeling

één antwoord

  1. Andrea Pronk-De Palm

    Zó herkenbaar! Ik werd ondernemer vanuit een obstinate bui (nooit de beste stemming voor een belangrijke beslissing) omdat ik me als gedeeltelijk WAO’er volledig afgeschreven voelde door de arbeidsmarkt. “Nou, dan doe ik het toch lekker zèlf,” dacht ik, want niks doen vond ik geen optie. Kon ik me niet veroorloven ook trouwens. Ik heb wat afgezucht en gesteund in m’n eentje achter die computer. Het was ondernemen met vallen en opstaan – en de balans sloeg lang niet altijd door naar de positieve kant. Toen mijn gezondheid vooruit ging, behoorde een (parttime) loondienstverband weer tot de mogelijkheden. Soms een redding. Meestal een crime. Ik stond erop om mijn bedrijf “erbij te houden” – al bleek dat in de praktijk niet erg haalbaar. En werd er schamper gelachen wanneer ik mezelf ‘ondernemer’ noemde.
    Maar ik voel me – na 17 jaar – wèl ondernemer. Die vrijheid om te werken wanneer ik wil (tot op zekere hoogte natuurlijk, want de “buitenwereld” hanteert nog steeds globaal 9-5) en (meestal) hoe ik wil is on_be_taal_baar. En regelmatig denk ik nog “Nou, dan maar een baan?” maar die optie heb ik als 50-something niet eens meer. Dus – met vallen en opstaan – blijf ik ondernemer. En voel me ook zo.

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van