Je kent hem vast wel: die stem. Die zegt dat je iets niet kunt, er niets van hebt gebakken of iets oerstoms hebt gezegd. Fuck die interne criticus. En dit is waarom.

Ik was er altijd heel goed in: luisteren naar die interne criticus. Daarom ben ik aan het einde van mijn studie ‘Sociale Geografie voor Ontwikkelingslanden’ geswitcht naar een andere afstudeerrichting. Want onderzoek doen in Bolivia? Dat kan ik toch niet? Ik blijf veilig in Nederland. Daarom ben ik pas na jaren twijfelen in 2013 als tekstschrijver voor mezelf begonnen. Een eigen bedrijf? Een introverte ondernemer? Forget it!

De laatste jaren begin ik echter steeds meer in te zien dat die interne criticus maar wat uitkraamt. Dat gedachten maar gedachten zijn en geen feiten. En dus zeg ik steeds vaker fuck jou interne criticus! Ik laat je zien waarom jij dat ook maar beter kunt doen:

1. Hij vertelt niet de waarheid

Die interne criticus ratelt maar door. De hele dag. En altijd is hij negatief. Een complimentje hoef je niet op te rekenen. Je aansporen en zeggen dat je iets heus wel kunt? Dacht het niet. Wat een rotzak is het ook. Het aller allerbelangrijkst is je te realiseren dat die interne criticus maar wat loopt te zwetsen. Het zijn maar gedachten. En die zijn lang niet altijd waar. Vaker niet dan wel zelfs. Onthoud dit maar: gedachten zijn geen feiten. Dat wordt jouw nieuwe mantra!

2. Je zelfvertrouwen daalt

Als je 10 keer per dag tegen iemand zegt dat hij of zij iets niet kan, een loser is, lelijk is, niets waard is, gaat diegene dat vanzelf geloven. Hetzelfde gebeurt er als je altijd luistert naar je interne criticus. Er blijft geen spaan heel van je zelfvertrouwen. Waarom zou je dat jezelf aandoen? Ben je ook zo negatief en gemeen tegen anderen? Gokje: nee. Anderen moedig je aan en geef je een knuffel. Een beetje zelfcompassie doet wonderen voor je zelfvertrouwen. Hier een kleine oefening in zelfcompassie:

3. Het kost veel energie

Als je te veel naar je interne criticus luistert, ga je piekeren. Veel. En man, wat kost dat een energie! En tijd. Zonde zonde. Behalve als je het een beetje effectief doet trouwens. Bestaat dat? Effectief piekeren? Jazeker! Maar verder: gewoon niet doen dat rottige piekeren. Het zuigt je leeg. Gebruik je energie liever voor leuke dingen zoals een wandeling, een kopje koffie met een vriend(in) of een cursus pottenbakken (bloemschikken of punniken mag ook hoor).

4. Hij beperkt je

Had ik die reis naar Bolivia nou toch maar gemaakt! Nog geen twee jaar na mijn afstuderen reisde ik met een vriendin de halve wereld rond en gaaf dat het was! Wat nou eng? Ik ben zelfs alleen op vakantie geweest twee keer. Bolivia staat overigens nog steeds op mijn verlanglijstje. Het is zo ontzettend zonde om je te laten beperken door die kritische stem. Grote kans dat je allerlei dingen vooral NIET doet. En als er een ding is dat ik zeker weet: je krijgt later meer spijt van de dingen die je niet hebt gedaan, dan van de dingen die je wel hebt geprobeerd. Ja, ook als het niet geweldig ging. Laat je dus niet tegenhouden. Leef!

5. Kortom: hij maakt je ongelukkig

De conclusie is dat de interne criticus je simpelweg ongelukkig maakt. En dat is eeuwig zonde. Waarom zou je jezelf ongelukkig maken door negatieve gedachtes te geloven en ernaar te handelen? Mijn tip: geef je interne criticus een naam. Die van mij heet Harry. Elke keer als Harry weer loopt te lullen zeg ik: ‘Harry, had ik jou uitgenodigd op de koffie? Nee toch. Ga lekker iemand anders lastig vallen. Of beter nog: zak lekker in de poep.’

Luister jij naar je interne criticus?

En? Heb jij ook zo’n interne criticus? Luister jij daar naar? Nog tips om hem de mond te snoeren? Ik hoor het graag!

2 reacties

  1. Liselore Verschuren

    Tja, mijn interne criticus is af en toe ook redelijk overheersend. Zodra hij iets te hard begint te roepen zet ik snoeiharde Metallica muziek op zodat ik dat vervelende gezeur overstem! 😉

    Beantwoorden
  2. Andrea Pronk-De Palm

    Het scheelt dat ik van nature koppig ben 😉 Maar dan nog is ‘ie moeilijk te weerstaan, die innerlijke criticus. Ik leg ‘m het zwijgen op door me mijn succesjes – hoe bescheiden ook – te herinneren. Dat heb ik tenslotte toch óók gedaan. Ik geef ‘m trouwens ook geen naam. Daarmee zou ik z’n bestaan erkennen en ik ben ‘m liever kwijt dan rijk 😉

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van