Ik ben op zoek naar een nieuwe sport. Zo eentje waarin ik mij helemaal kan uitleven. Het snot voor de ogen kan trainen. Een sport die mij het gevoel geeft dat ik wat gedaan heb. Dus ben ik gaan golfen…

Agressie

Ik ben een teamsporter pur sang. Ik houd van intensieve sporten. Sporten waar je lekker moe van wordt. Daarnaast ben ik echt retefanatiek. In het dagelijks leven doe ik graag alles in goede harmonie. Tijdens het sporten maak ik echter graag zoveel mogelijk vijanden. Toen ik nog een soort van volleybalcarrière had, kon ik mensen letterlijk uit de wedstrijd praten en kreeg ik geel voor schelden tegen de scheids. Ik balde mijn vuisten op het moment dat mijn tegenstander met een bloedneus van het veld afliep, omdat ik de bal precies tussen haar ogen wist te mikken. Er kwam een soort agressie in mij naar boven die ik buiten het veld totaal niet bezit.

Baanetiquette

Op het moment dat ik noodgedwongen mijn volleybalschoenen – veel te vroeg – in de wilgen moest hangen door langdurig blessureleed, ben ik op zoek gegaan naar een nieuwe sport. Hoe ik uiteindelijk met een tennisracket in mijn hand en met gravel in mijn sokken ben beland, weet ik nog steeds niet. Baanetiquette, gezellige taferelen met de tegenstander en scheidsrechter zijn bij mijn eigen wedstrijd, werd mijn nieuwe kader. Je moet je voorstellen dat je dus op de baan staat, in je eentje en niet alleen tegen je tegenstander, maar ook tegen jezelf staat te tennissen. Terwijl je dus niets mag zeggen. Je mag niet eens juichen voor een fout van de tegenstander!

Keihard werken

Wat mij daarnaast nog het meest verbaast, is dat je ook nog ‘gezellig’ met je tegenstander wat moet gaan drinken terwijl je net van de baan bent geveegd met 6-0 en 6-1. Echt, waarom?! Het enige wat er tijdens dit verplichte onderonsje door mij heen gaat, is hoe ik mijn racket om het hoofd van mijn tegenstander krijg. Onsportief? Ik noem het liever fanatiek. Mijn motto was ook niet voor niets: winnen is belangrijker dan meedoen. Sport is voor mij geen ontspanning, het is gewoon keihard werken en vechten, vooral tegen mezelf.

Rust, heel veel rust

Totdat ik door een vriendin werd uitgedaagd met haar mee te gaan naar de golfbaan. Wij hebben altijd samen getennist, dus haar vraag verbaasde mij eigenlijk net zoveel als dat het mij nieuwsgierig maakte. Ze kent mijn mentaliteit. De tennisetiquette is één ding, de golfetiquette doet daar rustig nog een paar schepjes bovenop. Ik zie mijzelf al vloekend en tierend met mijn club (toen nog stok) de green (toen nog grasveld) omploegen bij iedere gemiste put. Een sport die opperste concentratie vergt, techniek en vooral rust, heel veel rust. Klinkt dus echt als een sport voor mij.

De wereld die golfen heet

Aangezien ik vind dat ik eerst moet proberen, voordat ik er een mening over mag hebben, ga ik de uitdaging aan en geven we ons op voor een aantal lessen. Ik leen wat kleding van mijn golfende schoonzus – in mijn kast vind je echt geen geruite broek of  polo – trek mijn Adidas sneakers aan en begeef mij in mijn nieuwe sportwereld die golfen heet. Inmiddels ben ik een paar lessen verder en ondanks dat ik altijd de persoon was die het hardst riep dat ‘golfen echt geen sport is’, moet ik daarvan terugkomen. Dat ik niet met het zweet op mijn voorhoofd en vuur in mijn ogen bezig ben met het beoefenen van mijn sport, wil nog niet zeggen dat het niet intensief is. Eerlijk gezegd vind ik het een verademing. De rust, de concentratie. Het is bijna verslavend.

Het lijkt erop dat ik een nieuwe sport heb gevonden. En als ik toch behoefte heb aan actie, dan heb ik gelukkig mijn tennisrackets nog en maak ik de tennisbaan gewoon weer eens onveilig.

3 reacties

Zeg er maar wat van