Alleen zijn: sommigen vinden het heerlijk, anderen haten het. Voor mij is het een ware traktatie zo’n dag in je uppie doorbrengen.

Ik heb het niet altijd gekund, dat alleen zijn. Ik kan me nog herinneren dat ik net op kamers ging. Huilend zat ik elke zondagavond in de trein naar Utrecht, en opgelucht stond ik op vrijdagmiddag weer op het station in Eindhoven. Tussendoor probeerde ik wanhopig elke dag met iemand af te spreken. Want een paar uur alleen op dat kleine kamertje met mezelf als gezelschap? Oefffff, wat voelde ik me dan ellendig. Hoe groot is de tegenstelling met nu: ik <3 cocoonen! Ik zal je vertellen waarom.

1. Doen wat ik wil

De belangrijkste reden is simpel: als je alleen bent, hoef je met helemaal niemand rekening te houden. Je kunt dus doen wat je wilt. Er zijn best een paar dingen die ik niet doe als er anderen bij zijn (mijn konijnen niet meegerekend). Keiharde stinkscheten laten bijvoorbeeld. Alhoewel de harde meestal minder stinken, maar toch. Of heel hard meezingen met liedjes, terwijl je doet alsof je een danser van het Nationale Ballet bent. Ook een fijne: ongegeneerd in jezelf praten en dan enorm lachen om je geniale grapjes. Moet ik nog verder gaan?

2. Meer ruimte voor lummelen

Natuurlijk kun je ook samen lekker niksen, maar alleen gaat het gewoon nét wat beter. Samen zet je toch eerder Netflix aan of ga je wat leuks buiten de deur doen. Als je alleen bent, is er niets meer dat je tegenhoudt om eens flink te lummelen en uit die doe-modus te stappen. Hét medicijn tegen stress. En het mooie is, dat je van dat lummelen juist veel productiever wordt. Win-win. Dus geef jezelf eraan over: staar uit het raam, hang met een kop thee of koffie (en chocolade of chips) in je stoel, neurie mee met al je lievelingsliedjes, waar je maar blij van wordt.

3. Minder prikkels

Vooral voor hoogsensitieve mensen, zoals ik, is een prikkelvrije dag een waar genot. Ik breng mijn alleen-momenten dan ook het liefst thuis door. Op de bank, in de moestuin of in mijn eigen tuin. Geen mensen naar wie ik moet luisteren of mee moet praten, geen geluiden van verkeer of tv (die heb ik thuis niet), gewoon heerlijke stilte. Op zulke momenten laad ik mezelf weer op om de gezellige Kim te kunnen zijn als ik mét mensen ben.

4. Zelfkennis opdoen

Als je aan het leren bent om alleen te zijn, kan dat in het begin best confronterend zijn. Tenminste, ik vond van wel. Zo had ik jarenlang op elk moment van de dag muziek aan staan als ik alleen was. Ik kon maar niet wennen aan die stilte. Want dan ging ik nadenken. En dat waren meestal geen positieve gedachtes. Nu weet ik dat dat kwam omdat ik gewoon niet echt blij met mezelf was. Maar ik heb ontzettend veel geleerd over mezelf, juist op die momenten dat dat alleen zijn helemaal niet zo heel zen voelde. Nu ik gewoon tevreden ben met mezelf en mijn leven, kan ik intens genieten van die oorverdovende stilte.

5. Zelfvertrouwen krijgen

Alleen zijn is naar mijn mening de beste manier om zelfvertrouwen te krijgen. Als je anderen nodig hebt als bevestiging, maakt dat je leven onnodig ingewikkeld en krijg je een bak vol teleurstellingen te verwerken. Het fijne van alleen kunnen zijn, is dat oergevoel. Het vertrouwen dat je het alleen wel redt, wat er ook gebeurt. Of je relatie nou uitgaat, je je baan kwijt raakt of ziek wordt. Je hebt altijd jezelf om op terug te vallen. Mijn zelfvertrouwen heeft daar een enorme boost door gekregen. Op deze manier houd je ook minder lang vast aan dingen die je eigenlijk niet gelukkig maken.

En jij?

Wat vind jij het allerfijnste aan alleen zijn? Of vind je het juist een grote verschrikking? Ik ben benieuwd!

Zeg er maar wat van