Ik heb gehuild. Gehuild om Tijn. Gehuild om alle kinderen die veel te vroeg zijn overleden. Gehuild om dierbaren die zijn overleden. Maar vooral gehuild om de mooie les die een onbekende jongen van zes mij, mijn vrienden, heel Nederland leerde.

Schaamteloos

Dat ik huil is niet per definitie heel bijzonder. Ik kom uit een gezin waar huilen geen teken van zwakte is, maar juist een teken van kracht. Natuurlijk niet als ik weer eens ging huilen omdat ik mijn zin niet kreeg/vond dat mijn zus vervelend was/niet wilde eten/vul zelf maar in. Maar als ik huilde ten teken van oprechte emotie, was er geen haar op mijn ouders’ hoofd die eraan dacht mij te vertellen dat ik mij aanstelde. Die vorm van emotie zit er nog steeds in en laat ik schaamteloos de vrije loop.

Met de nadruk op andere

Toen ik las over ‘onze’ held Tijn en dat hij – na het behalen van zijn doel om 1 miljoen euro op te halen voor de aanschaf van een medisch apparaat – was overleden, knapte er iets in mij. Ik begon te huilen. Ik ken Tijn niet anders dan vele anderen Tijn kennen. De nagellakheld die heel Nederland aan het lakken kreeg. Terwijl hij, toen hij afgelopen winter voor de brievenbus bij het Glazen Huis stond, in eerste instantie maar tien handen wilde lakken. Dan was de missie voor hem al geslaagd. Maar het werden geen tien handen, het werden er tienduizenden. Bekend en onbekend Nederland lakten zijn of haar nagels om Tijn te helpen. Niet om hem beter te maken, want dat werd Tijn niet meer. Maar om andere kinderen beter te maken. Met de nadruk op andere.

Onzelfzuchtig

En dat is precies de reden waarom ik van mijn stuk werd gebracht. Tijn, die wist dat hij zelf geen jaar meer te leven had, besloot zijn jonge leven in te zetten voor anderen. De onzelfzuchtigheid van deze jongen van zes zou een inspiratie moeten zijn voor iedereen. Op het moment dat mijn ogen zich vulden met tranen en het artikel op het beeldscherm wazig werd, begon ik na te denken. Hoe is het mogelijk dat deze jongen heel Nederland bij elkaar weet te brengen. Iets wat ze in Den Haag al jaren proberen, maar nog nooit is gelukt. Iets wat krampachtig top down wordt geroepen. Iets wat nota bene zwart op wit staat gedrukt: heb uw naaste lief. Maar wij hebben onze naasten helemaal niet lief. Ja, wanneer het onszelf uitkomt.

Verdeeldheid in de samenleving

Er lijkt meer verdeeldheid te zijn in de samenleving dan ooit. We willen vluchtelingen best helpen, als er maar geen AZC bij jou in de buurt komt. We zijn allemaal supertolerant, maar twee zoenende mannen zien we liever niet. Zelfs het formeren van een kabinet blijkt tegenwoordig bijna onmogelijk. Pietje wil niet met Jantje en Marietje niet met Keesje. De verdeeldheid wordt daar gecreëerd waar zij eigenlijk het land bij elkaar zouden moeten brengen.

Belangrijk

We maken ons er allemaal schuldig aan. Ja, ik ook. We vinden onszelf en ons eigen leven nu eenmaal erg belangrijk. Maar wanneer heb jij voor het laatst iets gedaan waar je zelf geen enkel voordeel uit hebt gehaald, waar je misschien zelfs iets voor hebt moeten opofferen? Wat heb jij echt gedaan voor een ander? En hoe vaak zeg je niet: ‘Zeg het maar hoor, als ik je ergens mee kan helpen’. Behoorlijk reactief. De ontvanger moet uit zichzelf om hulp vragen, wat vaak al moeilijk genoeg is. Waarom niet: ‘Laat mij je helpen’, waarmee je direct overgaat tot actie.

Nederland was één

Bijzondere Tijn, wat jij hebt gedaan, is de hogere meneren en mevrouwen in hun torentjes nog niet gelukt. Jij hebt niet alleen iets voor de kleine kinderen gedaan, je hebt iets voor heel Nederland gedaan. Iets wat onbetaalbaar is. Jij hebt ervoor gezorgd dat Nederland voor heel even weer één was. Voor heel even maakte het niet meer uit wie je bent, wat je gelooft (of niet), waar je vandaan komt. Want we geloofden allemaal in hetzelfde: jou. Mijn tranen zijn inmiddels gedroogd, maar de les die jij mij – en ik hoop nog heel veel anderen – in jouw veel te korte leven hebt geleerd, zal ik nooit vergeten. Rust zacht.

Zeg er maar wat van