Op vakantie heb ik niet veel nodig. Voor een onbezorgde zonvakantie heb ik een paar goede boeken, een fijn strand, voldoende zonuren en een douche zonder douchegordijn nodig. Douchegordijnen bezorgen mij namelijk rillingen. Echt waar.

Domme pech

Van nature ben ik geen klager en al helemaal niet tijdens mijn vakantie. Niemand doet mij wat. Zo ook niet tijdens de afgelopen vakantie, die toch wel enigszins aan elkaar hing van ongelukkigheden en (domme) pech. Zo liet ik op de eerste dag mijn e-reader – waar ik een nogal emotionele band mee heb – in het vliegtuig liggen. Werd ik op de tweede dag wakker met een ontstoken en dik oog. Kreeg mijn vriendin buikgriep en hebben wij als klap op de vuurpijl de zijkant van de huurauto laten kennismaken met de Griekse bossages, die sterker bleken dan de lak…

Geen reden tot klagen

Ik heb geen moment van stress, negativiteit of klaagzang gehad. We hebben samen lekker veel spelletjes gedaan, termijn mijn zonnebril mijn tijdelijke mutilatie verhulde en werd mijn lichaam – door de zorg voor mijn vriendin – een dagje niet blootgesteld aan die schadelijke UV-stralen. Voor het eerst in ons huurauto-verleden hadden we ons eigen risico afgekocht, dus daar hoefden wij ons ook geen zorgen meer om te maken. Nog steeds geen reden tot klagen.

Vies en onhandig

Maar waar ik toch echt heel erg chagrijnig van word zijn douchegordijnen! Serieus. Nu vind je vast dat ik enorm overdrijf, mij aanstel op zijn minst, maar ik kan er echt niets aan doen. Ik heb er zo’n hekel aan. Ik vind ze vies en onhandig en ik krijg er dus echt de rillingen van. Als de doucheruimte waarin ik staat groot genoeg is, dan kan ik het gordijn nog redelijk omzeilen. Maar de douche in ons vakantieappartement was ongeveer zo groot als een toiletpot, dus ik kon niet om het gordijn heen. Douchen wordt voor mij dan oprecht een uitdaging.

Vastgeklampt

Je moet je voorstellen dat ik het aanraken van een douchegordijn al een overwinning vind, laat staan dat ik in zo’n kleine bak sta, aan twee kanten omringd door groen plastic. Ineens heb ik last van claustrofobie en smetvrees. Zolang ik stilsta en de douche niet aanzet, gaat het goed. Op het moment dat de douche begint te stromen ontstaat er een soort vacuüm en zie ik het groene plastic al dreigend op mij afkomen.

Zonder dat ik er ook maar iets aan kan doen – laat staan om vraag – hecht het zich vast aan mijn been. Ik slaak een korte gil en duw uit alle macht het plastic van mij af. Het enige waar ik nog maar aan kan denken is aan hoeveel benen – of erger – dit plastic zich al heeft vastgeklampt. Vol afschuw kijk ik naar de plek waar het douchegordijn zich een paar seconden geleden als een kwal om mij heen heeft gewikkeld en laat snel het water direct over het aangevallen been stromen.

Waterballet

Ik gebruik vervolgens de douchekop als wapen en plak de onderkant van het gordijn vast aan de rand van de douchebak. Dat helpt een beetje. Nu komt horde nummer twee. Ik moet mijn benen scheren. Ik ben gezegend met een paar lange benen en daar ben ik normaal gesproken behoorlijk blij mee. Behalve dus als ik in een soort wc-pot sta, omringd door plastic (en als ik broeken moet kopen, maar dat is weer een ander verhaal). Om bij mijn enkels te komen, moet ik een behoorlijke buiging maken. Dat gaat  normaliter prima, maar als je een douchegordijn wilt omzeilen – zonder de hele badkamer in een waterballet te veranderen – wordt dat een hele uitdaging. Het is kiezen of delen. Ik kies voor het waterballet.

Als ik dan eindelijk klaar ben met douchen, komt horde nummer drie. Uit de douchebak stappen zonder het gordijn aan te raken, anders begint het hele circus gewoon weer van voor af aan (gelukkig hoef ik dan mijn benen niet meer te scheren).

Voordat ik mijn vakantiebestemming kies, lees ik altijd graag de reviews. De hele zure neem ik met een korrel zout en de positieve hemel ik nog verder op. Dat hoort een beetje bij mijn positieve instelling. Maar alsjeblieft, lieve mensen, vertel het mij als er een douchegordijn aanwezig is. Ik beloof dat ik je commentaar dan heel serieus zal nemen.

Zeg er maar wat van