Met dieren heb ik altijd meer gehad dan met mensen. Ik heb daar zo mijn redenen voor. Zal ik die eens met jullie delen?

Een grote vriendenkring heb ik nooit gehad. Dat zal voor een groot deel ook mijn eigen schuld zijn. Ik zette mij nooit zo op de voorgrond en vond mijzelf nooit bijzonder genoeg voor anderen om te willen leren kennen. Ik vind ook meer vriendschap, interesse en genegenheid bij de dieren die ik tot nu toe in mijn leven heb gehad. Het merendeel honden, maar ook wat hamsters, een parkiet, een goudvis en sinds kort een kat. Stuk voor stuk heb ik daar meer plezier van gehad dan van welk mens ik ooit ben tegengekomen. En wat zijn in mijn ogen zo de redenen waarom ik dieren prefereer boven mensen?

1. Dieren zijn te vertrouwen

Honden noemen ze niet voor niets trouwe viervoeters. Ik heb altijd meer vertrouwen in dieren gehad dan in mensen. Dieren belazeren je nooit. Ze zijn wel eens stout en eigenwijs, maar verder volledig te vertrouwen. Mensen stellen je vaak teleur. Soms na een tijdje en soms vrijwel gelijk, maar op een dag komt dat moment waarop je denkt: ‘hoe heb ik mij zo in die persoon kunnen vergissen?’.

2. Dieren zijn altijd blij je weer te zien

Vroeger werkte ik terwijl mijn moeder, bij haar thuis, op mijn hond paste. Klokslag zes uur, als ik weer terug kwam van mijn werk, zat hij al op de vensterbank te wachten op zijn baasje. Ook mijn kitten rent mauwend naar de voordeur als hij hoort hoe ik de sleutel in de deur ronddraai. Zo gewild heb ik mij bij mensen niet altijd gevoeld.

3. Dieren beoordelen je niet om je uiterlijk

Mijn kat maakt het niet uit hoe ik eruit zie. Of ik er nu uit zie om door een ringetje te halen of even een niet zo fotogenieke dag heb, het maakt hem niet uit. Hij komt nog steeds net zo vrolijk op mij af en klimt op schoot voor een aai en een knuffel. Mensen zijn wat dat betreft een stuk oppervlakkiger. ‘Het is het innerlijk wat telt’ is maar één van die dooddoeners die mooi klinkt in een ideale wereld, maar in de praktijk een fabeltje blijkt.

4. Dieren geven je onvoorwaardelijke genegenheid

Mijn kat volgt mij overal. Niet alleen als ik naar de keuken loop, en hij denkt dat hij ook eten krijgt, maar ook als ik naar het toilet ga, naar bed, de was ga ophangen, of op de bank ga liggen. Bij het laatste word ik dan overladen met knuffel-verzoekjes, of hij komt met zijn rug gemoedelijk tegen mijn hoofd aan liggen. Pure, onvoorwaardelijke genegenheid. Wel wat anders dan mensen die je alleen genegenheid geven als ze iets van je nodig hebben.

5. Dieren geven je een reden om thuis te komen

Met een huisdier ben je natuurlijk meer gebonden aan thuis. Het wil verzorgd worden, heeft eten en drinken nodig, gezelschap, een speelkameraadje. Het geeft voldoening er voor iemand te kunnen zijn en bovendien een extra reden om thuis te komen. Beter dan thuiskomen in een leeg huis of bij iemand die jou niet zo weet te waarderen.

Dieren hebben altijd een extra plekje gehad in mijn hart en nu ik weer een kitten in huis heb om voor te zorgen, zijn mijn dagen weer wat minder ‘leeg’. Het zou fijn zijn als mensen ook wat van dergelijke kwaliteiten zouden hebben. Welke kwaliteiten vind jij bij dieren welke je niet of nauwelijks bij mensen lijkt te vinden? Wat maakt jouw huisdier zo extra speciaal voor jou?

3 reacties

Zeg er maar wat van