Ik zou graag beginnen met een ‘we hebben het allemaal wel eens meegemaakt’, maar dat statement durf ik niet te maken. Een besneden piemel is nu eenmaal wat zeldzamer dan zijn onbesneden broertje. Een soort bedreigde diersoort zeg maar.

Toch denk ik dat er stiekem best wat mensen zijn die dit enigszins gênante moment meegemaakt hebben. Of nog mee moeten maken. Lust en geilheid kennen we namelijk allemaal. En je weet maar nooit wat er achter het boxershortje schuilt. Na wat knuffeltjes en kusjes eindigen er steeds meer kledingstukken op de grond. Een rits glijdt beneden, een broek zakt over de knieën. Er wordt vooral veel gekust en gegraaid. Overal. Totdat je dus ineens naar beneden kijkt en denkt ‘goh, ligt het nou aan mij of is dit toch net effe iets anders?’ De pielemuis in je hand lijkt net wat strakker in zijn velletje te zitten dan normaal. Is dat velletje er überhaupt wel? Je friemelt er wat ongemakkelijk mee, maar niets lijkt te werken zoals het normaal doet. En aan die kale plassert zit ook een man vast. Een man die deze situatie waarschijnlijk al wel vaker heeft meegemaakt. Met een beetje geluk krijg je dan dus ook de vraag ‘heb je er al ooit eerder zo eentje gehad?’

Daar zit je dan. Met je bek vol tanden en een besneden piemel in je hand.

Dikke kans dat je in jouw rol als femme fatale automatisch antwoordt met een zelfverzekerd ‘ja hoor’, terwijl je hoopt dat hij je even niet in je angstige Bambi ogen kijkt. Je wilt de sensuele spanning natuurlijk niet verbreken, dus knijp je een beetje, maak je wat artistieke draaibewegingen en sabbel je ondertussen wanhopig maar wat aan zijn oorlel. Nou is een handjob voor velen al een wat saaie, ingewikkelde klus, maar zo’n vel-loze jongeheer brengt de trekkunsten toch wel naar een Olympisch niveau. Zonder dat velletje, glijdt het gewoon allemaal net wat minder makkelijk. En die pijnuitingen in je oor werken nou ook niet echt mee.

Trekken tot je erbij neervalt

Dus pas je je technieken maar wat aan. Je doet wat hier, je doet wat daar. Friemelt enthousiast aan zijn zaaddragers terwijl je radeloos en quasi hitsig in zijn oor hijgt. Alle treklessen van Goedele Liekens schieten door je hoofd. Dan probeer je de ‘citruspers’, dan weer de ‘diepe tunnel’, terwijl iedere aflevering van Spuiten & Slikken de revue passeert. Totdat hij je vergevingsgezind verlost van deze zware missie. Met een beetje geluk, legt hij je ook even uit hoe het dan wel werkt voor zijn kale kneiter.

Kwijl maakt gelukkig

Want wat je eigenlijk nodig hebt, is kwijl. Of glijmiddel, mocht je dat bij de hand hebben. Want het velletje dat de onbesneden piemel zijn vocht en wrijving geeft is er nou eenmaal niet, en dat maakt het allemaal net een beetje strakker en soms ook pijnlijker. Kwijl heb je daarentegen meer dan genoeg. Dus met een goede rochel kom je vaak een heel eind. Maak eens een kommetje van je hand, gevuld met glijmiddel, en wrijf wat over zijn sergeant-majoor. Of doe hetzelfde terwijl je twee handen afwisselt. Een soort ‘deze vuist op deze vuist’ zeg maar. Jong geleerd is oud gedaan toch? Zolang de leuter dapper glinstert in het vocht, kun je er eigenlijk alle technieken op loslaten die je in huis hebt.

Kale koppen niet te stoppen!

In het begin kan het wat lastig zijn, maar als je de smaak eenmaal te pakken hebt, is die kale kop niet te stoppen. Een besneden dopje is namelijk een stuk minder gevoelig dan de standaard Calimero. Wellicht had je de conclusie zelf al getrokken, maar dit betekent dus uren meer plezier! Zo’n besneden piemel, rijdt namelijk nog effe in sneltreinvaart door wanneer jij al 3x op je eindstationnetje aangekomen bent. K’deng-k’deng, k’deng-k’deng. OEH OEHHHH!

Zeg er maar wat van