Hebben jullie vanavond nog een plekje vrij?’ Ik hoor druk geklik met de muis. ‘Vanavond zeg je, ja hoor ik heb om 7 uur nog een plekje.’ ‘Nou perfect, dan kom ik graag langs!’ ‘Prima, gewoon wassen, knippen, drogen?’

Voorbereidend werk

Een lange tijd terug plofte ik met mijn ongewassen haar in een rommelige knot verwachtingsvol neer in een kappersstoel. Ze waste mijn haar en knipte er een paar cm af. ‘Kijk, dat ziet er beter uit dan hoe je binnenkwam toch?!’ riep ze trots. Tja, het was dan ook geen uitdaging. Sindsdien verhoog ik mijn inzet. Mijn haar is gewassen en gestyled voordat ik een voet in een kapperszaak zet.

Wat mag het zijn?

Het is een week geleden. Ik mag na een toch wel intimiderend handje plaatsnemen in de stoel. We kijken samen in de spiegel, waarin ik er steevast uitzie alsof ik twee nachten door heb gehaald en de kapper alsof ze net uit een van de bladzijden van de Vogue is gestapt. Volgens de ongeschreven kappersregel vraagt ze me met een oordelende blik wanneer ik voor het laatst bij een kapper ben geweest en wat ik wil. ‘Gewoon een stukje eraf, zodat het er weer gezond uitziet’, antwoord ik zoals altijd. Ze kijkt bedenkelijk en laat tussen twee wijsvingers zien hoeveel ze eraf gaat halen. ‘Ja, het wordt wel een stukje korter hoor’, lacht ze me toe. Ik glimlach twijfelend terug.

Wassen-knippen-kletsen

Ze schuimt de shampoo wild op met haar vingers. Haar nagels krassen zo hard over mijn hoofd, dat ik in stilte bang ben dat ze de huid van mijn schedel krabt. Met de massage erna maakt ze het weer goed. Of ik ook nog een verzorgend masker wil, kost maar een tientje meer. Nee, het was-ritueel is voor mij zo wel klaar. Ze doet me een handdoek om en ik neem plaats in de stoel. Of ik ook nog wat wil drinken? ‘Nou lekker, een kopje thee graag.’ Terwijl ze de thee haalt luister ik naar een gesprek tussen mede-klant en kapper. Het gezamenlijke geklaag schept kennelijk een warme band in deze kapper-klant relatie. Dan komt mijn kapper terug met een hete kop thee die ze voor me neerzet. Ze begint met knippen. Ik heb het gevoel dat ook ik wat moet zeggen tegen mijn kapper. Verwoed doe ik een poging en vraag ik of ze als kapper ook haar eigen haar knipt. ‘Nee, natuurlijk niet. Ik kan toch niet bij de achterkant.’ Oh ja, dom-dom-dom, verwijt ik mezelf. Ze slaat een pluk van mijn natte haar voor mijn ogen. Opgelucht haal ik adem. Als ik je niet kan zien, hoeven we ook niet te praten.

Bedankt en tot ziens!

Ze smeert van alles in mijn lange lokken en laat ieder flesje zien met een uitleg waar het voor is, want het is echt heel goed voor mijn haar. Echt heel goed. Dan opent ze de lade en komt er een borstel en een föhn tevoorschijn. Alsof ze me als een crème-brûlée probeert te branden richt ze de hete föhn op mijn hoofd. Ze haalt geconcentreerd de borstel erdoorheen. ‘Zo, dat was het. Ziet er weer gezond uit!‘ Ik zie mezelf in de spiegel glimlachend knikken. Ik werp nog een bewonderende blik op mijn verse kapsel, omdat ik weet dat zodra ik naar buiten stap, deze perfecte illusie smelt als sneeuw voor de zon. Terwijl ik opsta, kijk ik naar mijn onaangeraakte, inmiddels koude, kop thee. We lopen naar de kassa. Of ik ook nog wat van die verzorgingsproducten aan wil schaffen. Mijn portemonnee zegt nee. Mijn mond zegt ja. Terwijl ik naar buiten loop en de kassa achter me nog luid hoor rinkelen roep ik ‘bedankt, tot de volgende keer!

Zeg er maar wat van