Daar ligt hij, helemaal alleen in het park. Hij beweegt niet meer. Het is duidelijk: hij is dood. Hij, de jongen die ik vijf jaar geleden op een vroege morgen vond.

Het liedje

Antonie Kamerling zong jaren geleden het liedje ‘Toen ik je zag’. Een liedje dat ik als tienermeisje indrukwekkend vond. Het liedje over een kennismaking zonder dat de ander het misschien door had. Over een stille aanbidder, of in mijn geval over de meest intense ontmoeting ooit met iemand die mij niet zag. 

Het leed van de ander

Jaren geleden pleegde Antonie zelfmoord, op 6 oktober. Mijn verjaardag. Ik was op dat moment in Nieuw Zeeland. Mijn moeder sms-te me het nieuws. Een berichtje dat ongeveer zo luidde: ‘Gefeliciteerd en Antonie is dood.’ Mijn moeder komt uit een klein plaatsje waar dit soort nieuwtjes snel rondgaan. En waar mensen zich altijd wat verplicht voelen om het leed van anderen te delen. Het nieuws maakte me verdrietig, aan de andere kant van de wereld. Ook al had ik hem nog nooit gezien, zoals hij in zijn liedje zong.

De jongen in het park

En toen was er een ochtend in augustus, jaren later, die de link zou worden met Antonie. Met mijn goede gedrag liep ik destijds ’s ochtends vroeg hard in mijn favoriete Utrechtse park. Het heeft iets kalmerends om wakker te zijn voordat de grote stad ontwaakt. Ik ga op in de geur van zomerse ochtenddauw en vers gemaaid gras. Ik ben alleen, maar toch niet.

In de verte zie ik iemand in het gras liggen, tegen een boom aan. Mijn onderbuik vertelt meteen: hier klopt iets niet. Zachtjes loop ik over het gras naar hem toe. Zijn wijdopen ogen kijken me aan zonder me te zien. Ze knipperen niet meer.

Hij leeft niet meer

En zo ontmoeten we elkaar: de jongen in het park en ik in mijn hardloopkleding. Meteen is mij duidelijk dat deze jongen van mijn leeftijd niet meer leeft. Ik raak in paniek. Ik ren naar huis en bel de politie. Het park wordt afgezet en de dagen erop blijf ik in shock achter. De politie mag niets zeggen over de jongen of over de doodsoorzaak.

De meest bizarre ontmoeting

‘Toen ik je zag’, zoals Antonie zingt, zo’n guilty pleasure-liedje dat ik soms nog even op zet. Het doet me nu denken aan de jongen in het park, met wie ik de bizarste ontmoeting ooit heb gehad. Achteraf was hij het die mijn ogen opende voor de wereld. Ik wilde meer vrije tijd en stopte met veel werken. Die tijd vulde ik op met het antwoord vinden op de vraag: ‘Wat wil ik nu met mijn leven?’ Ik begon bewuster te leven. Ik stopte met vlees eten, begon me te verdiepen in meditatie en kwam er uiteindelijk achter dat de relatie waar ik in zat niet de juiste was. Door al het verdriet en de verstrooidheid die ik voelde liet de jongen in het park mij het leven weer voelen: je hebt maar één leven en wat doe je ermee?

Hulde aan de politie

Laatst knaagde het weer aan me. Wie was nu die jongen in het park en waaraan is hij overleden? En waarom kan ik hem niet loslaten? Via via kwam ik in contact met de leidinggevende rechercheur die destijds op de zaak zat. Ik stuurde hem een handgeschreven brief, en werd warm ontvangen. De rechercheur zette rustig een kopje thee voor me. Daar zat ik dan weer, en deze keer kreeg ik wel antwoord op alle vragen. De jongen in het park kreeg een naam. Hij had zelf de keuze gemaakt om niet meer te leven. 

‘Toen ik je zag’, de ontmoeting uit het liedje van Antonie, in praktijk gebracht door de jongen in het park en ik in hardloopkleding. Beide mannen zal ik nooit meer vergeten.

Fotocredits: Lyan van Furth

Zeg er maar wat van

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.