Daar sta ik dan: fietssleutel in de hand, dik ingepakt, klaar om het weer te trotseren en op de fiets naar de yogastudio te gaan. Ik steek de sleutel in het slot: geen beweging.

Ik draai de sleutel alle kanten op, wiebel het slot… het is bevroren. Daar had ik in mijn planning geen rekening mee gehouden. Het idee was dat ik zonder problemen mijn fiets kon pakken en weg kon fietsen. Maar na een paar minuten wrikken zonder resultaat slaat de paniek toe.

Het is een paniek die ik lange tijd niet heb gekend. Stress was de afgelopen maanden totaal uit mijn leven en paniek vanwege te laat te komen, ken ik niet meer. Het is duidelijk dat hier een les in zit, maar de paniek heeft de overhand en ik ren als een kip zonder kop rond. Ik moet me overgeven, erop vertrouwen dat het goed komt. Mijn yogastudenten zullen niet voor een dichte deur staan en ik zal ze gewoon les kunnen geven.

Met de paniek nog in mijn lijf, mezelf verwijtend dat ik een fout heb gemaakt, besluit ik te gaan lopen: de enige optie die ik heb om nog enigszins op tijd te zijn.

Ik loop, inwendig scheldend. Met mijn dikke winterjas aan en mijn handtas in mijn hand ren ik de helft van de weg. Het moet er belachelijk uitzien. Maar ik wil op tijd zijn, ik wil mijn mensen niet teleurstellen, ik wil ze laten zien dat ik perfect ben en het voorbeeld van rust en zen.

In mijn hoofd is het allesbehalve zen… het is niet volgens de yogafilosofie, het is niet geweldloos, niet liefdevol en er niet op vertrouwend dat er op een of andere manier een groter geheel is, dat er voor zorgt dat het altijd goed komt.

Ik loop, ik ren, ik struikel, ik vloek, ik hoop…

Ik hoop dat er een auto langskomt die ik aan durf te houden, zodat ik een stukje mee kan rijden. En dan gaat het vooral om dat durven. Hulp durven vragen. Zelfs aan een compleet onbekende. Dat is ook al jaren zo’n ding. Ik gun het mezelf niet fouten te maken, vragen te stellen, hulp te vragen.

En dan, op een kruispunt, komt die verlossende auto. Ik houd hem aan en vraag of ik een stukje mee mag rijden, hij gaat toch dezelfde kant op. En natuurlijk mag dat. Dat zou ik toch ook doen als ik iemand aan de kant van de weg zag staan die me dat zou vragen?

Er wordt altijd voor je gezorgd

5 minuten voor de les begint ben ik binnen. Mijn studenten zijn binnen gelaten door mijn collega, die expres iets langer is gebleven en die me vertelt dat ze zelfs met de les had willen beginnen. Ze zou mijn studenten niet in de kou laten staan, ze zou voor ze zorgen. Net zoals ik dat voor haar zou doen.

Voor mij is dit de zoveelste bevestiging dat het altijd goed komt. Dat je erop kunt vertrouwen dat er iets of iemand is, die voor ons zorgt. En dat je mag vragen, ook aan onbekenden.

Tijdens de les neem ik dit voorbeeld mee, dankbaar dat het me is overkomen en dat ik weer een mooi praktijkvoorbeeld kan geven van het thema volledige overgave.

Zeg er maar wat van

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.