Ik geef toe: ik hartje chicklits. Ook al ben ik met man en van onbestemde leeftijd, in mijn hoofd ben ik soms nog immer de dolende dertiger op zoek naar Liefde. Chicklits kunnen zo heerlijk zijn. En soms zo vreselijk.

Vorige week las ik bij Petra Kruijt de doorgeefvraag: wie zijn jouw chicklit queens? Dat was leuk. Wie vind ik nou eigenlijk het beste? Uiteindelijk kwam ik op Marian Keyes, Heather McElhatton* en Jennifer Weiner. Dat kiezen was helemaal zo simpel niet, in mijn hoofd ging het ongeveer zo: “Xenia Kasper? Nope. Rachel Gibson? O echt zo niet gewoon! Whitney Gaskell? Pffff. Heb wel wat beters te doen. Jane Green? Afgehaakt na The Other Women. Emily Griffin dan? Als iemand vrouwen een slechte naam bezorgt, is zij het wel. Cathy Kelly?  Olivia Goldsmith? Jennifer Crusie? Nee nee en nee. O lordie. Wie vind ik dan wel goed?” Dus. Bij dezen. De drie slechtste chicklitschrijfsters.

Op drie: Sophie Kinsella

Ik vind het heel erg, maar Kinsella? Afgedaan. De eerste drie Shopaholics waren wel grappig, want Becky Bloomwood was best herkenbaar. Ik heb ook weleens een schoen (ok, twee, een paar dus) gekocht, terwijl ik daar echt ’t geld niet meer voor had. Ook mijn financiële administratie is ooit een grotere chaos dan Pakistan geweest. Daarbij waren de situaties grappig, was Becky ongelooflijk inventief in het oplossen van problemen en nou ja, het las gewoon lekker weg. De vierde en vijfde Shopaholics waren al wat meer over de top, maar de laatste twee Shopaholics slaan echt alles. Becky is nu ronduit egoïstisch, haar omgeving dom/blind/doof, en de verhalen gaan over he-le-maal niets (of ik moet wat subplotten gemist hebben). Kan het stommer? Vast wel, want het einde van nummer zeven voorspelde nog een deel. Argh.  Bedenk eens wat nieuws. Hoewel. Ook haar andere boeken zijn op drie na (Hou je Mond, Wat Spook jij uit en Ken Je Me Nog) niet grappig en vooral irritant. Mag ik daaraan toevoegen dat dat een heule slechte score is voor iemand die onder twee namen 21 boeken heeft geschreven? Dat mag ik: voor iemand die 21 boeken heeft geschreven vind ik vijf goede boeken een heule slechte score en daarom staat ze op drie.

Op twee: Jill Mansell

Men neme: een schattig meisje (dat heel knap is,  maar dat niet van zichzelf weet), een succesvolle man (die heel knap is, maar dat wel van zichzelf weet), een semi-grappige beste vriendin (die minder knap is, maar dat ni… ach laat ook maar), en tal van hilarisch bedoelde situaties die nooit hilarisch zijn. Alle, ja echt alle, boeken volgen dit stramien: schattig meisje ontmoet knappe man, het lijkt goed te gaan, het lijkt helemaal verkeerd af te lopen, alles komt goed. Doet je ergens aan denken hè? HA! Bouquetreeks! Voilà! Mansell schrijft formuleboeken. Daar is weinig creatiefs en vernieuwends aan en daarom staat ze op twee. Ze staat niet op één, omdat die plek heel stevig wordt vastgehouden door iemand van wie ik vrees dat ze nooit meer stopt.

Op één: Lauren Weisberger

Mevrouw Weisberger had lekker moeten gaan rentenieren na het enorme succes van De Duivel Draagt Prada. Op de een of andere manier heeft iemand haar wijsgemaakt dat ze echt heus kan schrijven. Blijkbaar geloofde ze het ook nog en hop! vier volslagen onnodige boeken werden de wereld in gesmeten. Vier! Omdat ik hardleers ben, heb ik ze ook nog allemaal gelezen. Stom stom stom. Want je kent het gevoel wel als je te veel McDonalds hebt gegeten: vol misselijkheid en zelfhaat van “Ik wist dat het niet goed was, ik wíst ’t en waarom doe ik dat nou toch telkens weer? Hé zie ik daar nog stukje chocola?” Precies dat gevoel krijg ik na het lezen van haar boeken. Dat is toch niet goed. Grootste bezwaar? Haar neuzelende, passief-agressieve hoofdpersonages die allemaal een gooi doen naar de titel “Prinses op de erwt van de 21ste eeuw”. Bleh. Ksst. Ga weg!

Om met een vrolijke noot te eindigen

Nu we weten wie we moeten vermijden, volgt hier nog een opsomming van een paar schrijfsters die best het proberen waard zijn:

1. Helen Fitzgerald. Not your usual chicklit: moord, overspel, drugs, maar zooo grappig. Probeer het gewoon eens, begin met Kleine Meisjes. Klinkt vies, is het helemaal niet. Vond je die leuk, dan door naar: Ex. Wat mij betreft de beste.

2. Jen Lancaster. Is ooit begonnen met een blog toen ze werkeloos raakte begin 2000, na jaren van zwemmen in geld en een veel te groot ego . Haar eerste boek Bitter Is The New black gaat dan ook over hoe ze zichzelf staande probeert te houden in een volledig veranderde situatie. Zonder geld, zonder baan, zonder designer tassen maar met dat enorme ego. Dat ego speelt ook de hoofdrol in de daaropvolgende boeken waarin ze (zonder succes)probeert af te vallen en een goede huisvrouw te worden. Inmiddels schrijft ze ook romans en ook deze zijn meer dan leuk. En stiekem ook erg herkenbaar.

3. Lucy Dawson. Altijd leesbaar, altijd spannend en altijd net even anders dan je had verwacht. Haar boeken vallen tussen chicklits en psychologische thriller. Wie had gedacht dat romantiek ook echt heel spannend kon zijn?

Nu jij! Wie is wat jou betreft de Queen van Chicklit en wie helemaal niet?

 

* Echt. Lees haar boeken!

 

8 reacties

  1. Cecile

    Ik vind het tweede boek van Lauren Weisberger wel erg goed. Maar daarna had ze inderdaad moeten stoppen. Ook erg is Mel Chabot . Wel goed: Anna Maxted en Cecilia Ahern.

    Beantwoorden
  2. roos

    Een lekker dik boek: witte olanders van finch. Is Niet helemaal een chicklit maar toch. De onbekendere van cecelia ahorn: kon je me maar zien (mijn favo ever) & de plek van verloren dingen. Geniaal! En “je blijft” van anna drijver. Verdrietig maar heel grappig

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van