Japan. Het land van de rijzende zon, theeceremonieën en treinen die stipt op tijd rijden. Van Manga, Murakami en… miniatuur koken. Yeah, laten we ieniemienie cheeseburgers bakken op een poppenfornuis!

Miniatuur koken

Voor de duidelijkheid. Ik bedoel dus geen nep-hamburgers van snoepgoed of kleine nepgroenten uit de AH-speelgoedwinkel. Nee, ik bedoel echt vlees, tomaten, brood en sla. Een hamburger. Van ongeveer twee bij twee centimeter. En een pannetje. Op een fornuisje. Met een waxinelicht vlammetje eronder. Ja, echt!

Nog niet zo lang geleden kwam ik – per ongeluk, je weet hoe dat gaat – een filmpje tegen over miniatuur koken. Minutenlang bleef ik gefascineerd kijken. Wat? Zo klein? Met echte ingrediënten?

Je ziet hoe een Japanner – dat is een aanname, want je ziet alleen een hand – een minitomaatje opensnijdt om te vullen met roomkaas. In een andere video bakt hij een mini-hamburger. Of klutst met een ieniemienie-garde een kwartelei, dat hij vervolgens in een superklein pannetje op een poppenfornuis met wat melk tot een pudding kookt. Als klap op de vuurpijl voert hij de pudding aan zijn hond.

Na het tweede filmpje dacht ik alleen maar: waarom doe je dit? De lol van koken ken ik. De fun van het eten daarna vind ik nog mooier. Voor beiden geldt, waarom in miniatuur als het ook groter kan?

Kawaii

Uit Japan komen de meest vreemde tv-shows en ze bedenken hele gekke uitvindingen. Zoals papa-borsten of altijd een zakdoek bij de hand met een pleerol op je hoofd. Ook kennen ze een rage van ‘schattige’ dingen. Deze variëren van schrijfwaren met Hello Kitty-achtige figuurtjes erop tot een kledingstijl met matrozenjurkjes waarover we op Urban Chicks al eerder schreven. Voor volwassenen dan hè. Kawaii, noemen de Japanners dat. Vrij vertaald als ‘schattig’.

Zeg je schattig, dan zeg je klein. Zie, we komen al in de buurt.

Hip

Trouwens, als je denkt dat die schattigheidstrend is voorbehouden aan Japanners, dan heb je het mis. Want kort nadat ik kennismaakte met miniatuur koken, hoorde ik mijn veertienjarige dochters het woord ‘kawaii’ in de mond nemen.

“Wat is dat dan?” vroeg ik hen achteloos. “Gewoon allerlei gekke Japanse snoepjes, van die schattige figuurtjes als een meloen met grote ogen en pizza bakken in een speelgoedoven. MeisjeDjamila maakt er YouTube-filmjes van.” Ik weet niet wat ik vanuit pedagogisch oogpunt beter vind om naar te kijken. Djamila of die luidruchtige jongens met hun Minecraftavonturen. Maar dat is weer een ander verhaal.

Afijn, het is dus in. Kawaii. Schattig koken op een vierkante centimeter.

Lering en vermaak

In mijn speurtocht naar het waarom van deze – in mijn ogen – vreemde hobby, ontdekte ik dat miniatuur koken niet helemaal nieuw is. In de negentiende eeuw gebeurde dat in ons land ook al.

Poppenhuizen zijn al eeuwen lang kinderspeelgoed. Beter gezegd, speelgoed voor meisjes. Die meisjes moesten, als ze later groot waren, een huishouden kunnen runnen. Hoe bereid je ze voor op zo’n verantwoordelijke taak? Door ze een huishouden in het klein te laten runnen natuurlijk! En zo gebeurde het dus dat jonge meisjes leerden koken op een poppenfornuis. Video’s zijn er niet van (duh!) en ze noemden het destijds vast niet schattig. Laat staan Kawaii. Ter leringh ende vermaeck was waarschijnlijk de term voor het 19e-eeuwse miniatuur koken.

Voordelen

Het heeft zéker voordelen, dat miniatuur koken. Je hebt niet veel rommel in je keuken. Dat kan ik absoluut waarderen. Bovendien heb je geen last van een volle maag na zo’n miniatuurmaaltijd. Maar dat vind ik dan eigenlijk weer jammer. Waarom zou je zoveel tijd besteden aan gepriegel met mini redvelvet-cakes en daar dan geen verzadigd gevoel aan over houden? In iets meer tijd bak je een normale maat cakes. Of een hamburger. Of beiden.

Wat vind jij? Schaar je dit miniatuur koken onder de categorie ‘rare jongens die Japanners’? Of sta je nu te popelen om een miniatuurmuffin te bakken in een poppenoventje? Laat het me weten, ik ben razend benieuwd.

Zeg er maar wat van