Veel mensen denken dat je een heuse moestuin van minimaal 25m2 nodig hebt om van verse groenten of fruit te genieten. Niets is minder waar. Ook in je stadstuin kun je prima moestuinieren. Wat tips.

Oké, ik geef toe. Zomaar in het wilde weg beginnen met stadstuinieren staat bijna zeker garant voor teleurstellingen. Zo begon ik vorig jaar onder andere enthousiast met het kweken van mijn eigen courgettes. De lullige opbrengst na maanden zwoegen: drie miniatuurmonsters. Maar al doende leert men en dit jaar ben ik stukken beter voorbereid het moestuinseizoen ingegaan. Ik deel mijn ervaringen (lees vooral mislukkingen) over het stadstuinieren graag, zodat jij het in een keer goed doet! Met deze tips geniet jij dit jaar nog van heerlijke groenten en vers fruit uit je eigen stadstuin.

1. Maak een moestuinplan

Een moestuinplan op papier zetten is het halve werk. En dat plan begint met inlezen. Welke groenten en fruit zaai en oogst je wanneer? Welke planten hebben minimaal zes uur zon nodig en welke kunnen met minder toe? En hoe zit het met compost? De courgette is er bijvoorbeeld dol op, terwijl bonen ervan gruwelen. Het leukste is natuurlijk dat je zo’n beetje het hele jaar door wel iets te oogsten en dus te eten hebt. Natuurlijk groeit en bloeit er meer van maart tot en met september, maar ook in de wintermaanden zijn er best wat groenten te telen. Als je je goed hebt ingelezen, bijvoorbeeld met behulp van dit handige moestuinboekje, kun je aan de slag met je plan. Zorg voor een goede spreiding zodat je het hele jaar door kunt genieten van je eigen groenten en fruit. Op het vrijgekomen plekje van de vroege groenten, kun je vervolgens de late groenten inzaaien of uitplanten. Het is even een gepuzzel, maar dan heb je ook wat!

2. Kies je groenten slim

Ten eerste is het natuurlijk handig te bedenken welke groenten je graag eet. Leuk om maanden vol trots te kijken naar je opgroeiende bietjeskinderen, maar houd je eigenlijk wel van die rode rakkers? Maak dus eerst een lijstje van welke groenten je allemaal lust. Ben je net zoals ik een allesvreter, dan heb je geluk! Dan kun je namelijk ook de wat onbekendere groenten zoals postelein en raapsteel proberen. Meestal zijn de stadstuinen niet zo groot dus zorg dat je je ruimte zo effectief mogelijk gebruikt. Zaai bij voorkeur groenten die weinig ruimte nodig hebben (doperwten, radijs), snel te oogsten zijn (pluksla, snijbiet, postelein) of een hoge opbrengst hebben (courgette). Zo heb ik vorig jaar maaaaaaanden zitten wachten op zes lullige, misvormde worteltjes. Voor mij dus geen wortels meer. In de bak waar ze stonden, had ik in die tijd wel vijf verschillende snel oogstbare groenten kunnen verbouwen. Zonde!

3. Zaai voor

Het voorzaaien in afgedekte bakjes (binnen of buiten) heeft meerdere voordelen. Zo kun je eerder beginnen met zaaien en dus sneller oogsten. Zaaien in afgesloten bakjes zorgt er ook voor dat je zaailingen de kans krijgen op te groeien voordat ze cru door slakken of ander gespuis zoals vogels worden vermoord. Vogels zijn dol op zaadjes! Zeker vroeg in het jaar als ze in de natuur nog niet zoveel eten kunnen vinden. En een plantje dat net ontkiemd is, is een gewillig slachtoffer voor slakken. Eet die glibberige vriend de eerste twee kiemblaadjes op, dan is het gedaan met je zaailing en is al je werk voor niets geweest. Daarnaast ontkiemen de zaden sneller omdat de temperatuur in de bakjes hoger ligt dan buiten in de volle grond. Jelle, van de ‘Makkelijke Moestuin’ verkoopt heel handige afsluitbare voorzaaibakjes met zogenaamde vermiculiet. Ideaal als je net begint met stadstuinieren.

4. Gebruik bakken of potten

Heb je een kleine stadstuin en geen plek voor een kleine moestuin, dan kun je prima met bakken of potten werken. Zo heb ik in mijn tuin van 3m x 9m, een verticale moestuin van houten bakken en losse potten staan. Ook leuk en echt overal verkrijgbaar: een vierkantemetertuin. In de zestien vakken kun je meer groente kwijt dan je denkt. Op de site van de makkelijke moestuin vind je alle informatie (en materiaal) die je nodig hebt om een vierkantemetertuin aan te leggen. Groenten die je prima in bakken of potten kunt telen: courgette (wel een flinke pot!), tomaten, paprika’s, sla, radijs, snijbiet, bonen, doperwten, knoflook, lente-ui en nog veel meer. Ook kruiden zijn ideaal voor in pot, net zoals aardbeien. Je kunt die ook prima ophangen. Zo bespaar je ruimte en heb je minder last van slakken.

5. Geef slakken geen kans

Tsja, slakken. Geen kans is misschien een beetje misleidend, maar er zijn wel een aantal manieren waarop je de schade in ieder geval kunt beperken. Natuurlijk heb je slakkenkorrels, maar je kunt slakken ook op andere manier bestrijden. Ik zet er een paar voor je op een rijtje:

Bierval: graaf een potje in de grond en zorg dat de opening precies aan de oppervlakte zit. Gooi er voor 1/3 bier in. De slakken klimmen over de rand om zich te bezatten en vallen in het potje. Wel elke dag overledenen eruit halen en het bier verversen, want anders gaat het stinken.

Knoflook: pers een flink aantal tenen knoflook fijn en meng dit met water. Laat het een uur of langer intrekken en bespuit je planten ermee. Slakken gruwelen van de geur van knoflook.

Eierschalen: bewaar al je eierschalen, laat ze drogen en breek ze in stukken. Maak cirkeltjes om je planten heen. De slakken vinden de structuur van de eierschalen niet prettig aan hun ‘voeten’.

Koffiedik: dol op koffie? Mooi! Bewaar je koffiedik en strooi dat om je planten heen. Slakken vinden het smerig en katten ook! Dat is dus mooi meegenomen. Het is ook nog eens goed voor sommige groenten, zoals pompoenen, tomaten en wortels. Multifunctioneel dus dat koffiedik.

Tips of vragen?

Natuurlijk zijn er nog veel meer tips die ik je kan geven om het stadstuinieren tot een succes te maken, maar dit zijn de belangrijkste. Heb je zelf nog tips, laat dan een reactie achter. Ook als je vragen hebt, mag je dat laten weten. Wie weet heb ik het antwoord voor je. Veel moestuinplezier!

Zeg er maar wat van