Er wonen in Nederland nog maar duizend kinderen op schippersinternaten. En het worden er steeds minder. Tegenwoordig kunnen schippers makkelijker regelen dat ze twee weken varen en twee weken aan wal zijn. Dat maakt het voor de moeders eenvoudiger om met de kinderen aan wal te gaan wonen. De kinderen hoeven dan niet meer naar een schippersinternaat. Maar hoe is het leven eigenlijk voor de kinderen die nog wél op een schippersinternaat wonen?

UrbanChicks sprak met schipperskind Michelle (17). Haar ouders vervoeren spullen over de binnenwateren, zoals kanalen en rivieren. Als schipper zijn ze de hele dag op het water. Ze hebben niet eens een huis aan land en wonen dus op hun schip. Toen Michelle nog klein was, was ze dag en nacht met haar ouders aan boord. Maar ook voor schipperskinderen komt er een dag dat ze naar school moeten. Voor Michelle betekende ‘naar school gaan’ dus ook dat ze naar een schippersinternaat ging.

Heimwee

Michelle (17) was vijf jaar toen ze naar een schippersinternaat ging. Ze weet zich nog goed te herinneren dat ze het er druk vond. “Er waren zoveel kinderen en iedereen wilde met me spelen.” Het afscheid met haar ouders verliep minder soepel. “Ik huilde en schreeuwde dat ik naar papa en mama wilde. Elke avond huilde ik mezelf in slaap. Dat heeft zeker een jaar geduurd.”

Toen Michelle ouder werd, had ze gemengde gevoelens. Ze miste haar ouders, maar aan de andere kant had ze het super naar haar zin op het internaat. “En ik mocht m’n ouders natuurlijk altijd bellen”, vertelt Michelle. Tegenwoordig mist ze haar ouders niet meer zo sterk als vroeger. Daarvoor heeft ze het te druk met vriendinnen en met haar school.

Op het internaat

De dagelijkse gang van zaken op een schippersinternaat verloopt net zoals bij de meeste kinderen. ’s Ochtends ga je naar school en ’s middags kom je thuis. Je kunt buiten spelen, binnen spelen en en als je op een sport zit, dan ga je gewoon sporten. Op een internaat leef je met z’n allen in een groot huis. Maar gelukkig heb je – net als de meeste kinderen – ook een eigen kamer. Naast haar vrienden op het internaat had Michelle ook veel ‘vasteland’ vrienden. “Ze mochten altijd komen spelen. Zelfs blijven eten was nooit een probleem, als je het maar wel op tijd vroeg.”

Er zijn verschillende groepen die zijn ingedeeld naar leeftijd: van 5 tot 7, van 8 tot 12, van 13 tot 15 en van 16 tot 17. Als je doorschuift naar een volgende groep, betekent dat ook dat je meer dingen zelf moet doen. “Als je klein bent, wordt alles voor nog voor je gedaan”, vertelt Michelle. “Maar je wordt steeds zelfstandiger gemaakt. En vanaf je 17e ga je helemaal op jezelf wonen. Je woont dan dus niet meer op het internaat. Ik moet nu dus zelf koken, schoonmaken en m’n eigen kleren wassen. Alleen de financiën hoef ik nog niet zelf te regelen. Best cool om op je 17e al je eigen huisje te hebben.”

Vroeger

Schipperskinderen gingen vroeger niet vaak naar school. Ze hadden ook geen leerplicht. Je ging mee met je ouders van de ene naar de andere plek. Je werd naar school gestuurd als je aan land kwam. Maar je kon nooit lang op dezelfde school blijven. In 1915 werd het eerste schippersinternaat in Nederland geopend: het Prins Hendrik Internaat. Dat bestaat trouwens nog steeds. Al gauw kwamen er meer schippersinternaten.

Voor de kinderen was zo’n internaat natuurlijk veel beter. Ze zaten met leeftijdgenootjes op school en konden eindelijk vrienden maken. Want als je een zwervend bestaan hebt, is dat natuurlijk moeilijk. Maar hun ouders zagen ze niet vaak meer; alleen nog als die aan land kwamen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het steeds belangrijker dat schipperskinderen onderwijs kregen. Er was namelijk veel concurrentie met schippers uit andere landen. Wilden de schipperskinderen later het werk van hun ouders kunnen overnemen, dan moesten ze geschoold zijn. Ze konden in hun kennis niet achter blijven, anders zouden ze hun schippersbaan kwijtraken.

Ons kent ons

Michelles ouders varen in Nederland, Duitsland en België. Ze ziet haar ouders alleen in de weekenden en in de vakanties. “Ik zie mijn ouders óf helemaal niet óf ik zie ze 24 uur per dag.” Volgens Michelle is dat wel het belangrijkste verschil met haar vriendinnen. Die zijn er aan gewend dat hun ouders ’s ochtends weg gaan en ’s avonds weer thuis komen. “En ze hebben een huis op een vaste plek. Mijn ouders wonen op hun boot.” Volgens Michelle is het voor anderen toch moeilijk voor te stellen hoe dat is.

Michelle vertelt dat de schipperswereld een ons-kent-ons-wereldje is. “Iedereen kent elkaar en dat is best gezellig.” Op de vraag of ze later ook wil gaan varen, antwoordt ze resoluut: “Nee hoor, varen is niet aan mij besteed. Ik wil gewoon een huis op een vaste plek. Ik blijf lekker in Rotterdam, waar ik nu ook op school zit.”

Zeg er maar wat van