Mijn zoon heeft een gedichten-opdracht voor school. Hij moet gedichtjes opzoeken over humor, liefde, sport en verdriet en er zelf ook eentje schrijven. Hij heeft eigenlijk niet zoveel zin in de opdracht, maar mijn vingers jeuken. Stiekem zoek ik gedichtjes voor hem op internet op. Ik houd wel van gedichten.

Ik wist al vrij jong dat ik journalist wilde worden. En bij schrijven in het algemeen, hoorde in mijn beleving  gedichten maken in het bijzonder. Die gedichten gingen voornamelijk over de dingen die mij als jonge adolescent bezig hielden: vriendschap, sport, liefde (en vooral de onbeantwoorde liefde), school/studie en de toekomst.

Niemendalletjes

Ik schreef niet alleen gedichten, ik las ze ook. Niet van gerenommeerde dichters – dat dan weer niet –  het waren meer de ‘hapklare versjes’ die mij aanspraken. Ik was bijvoorbeeld gek op de gedichtjes van Toon Hermans, toevallig kwam ik laatst weer een verzamelwerk van hem tegen. Sommige gedichtjes zijn nog steeds erg leuk, sommige inmiddels ook behoorlijk gedateerd.

Te naïef

Op de Academie voor de Journalistiek mocht Toon Hermans niet meer. Onbeantwoorde liefdes nog wel, maar verder schreven we over onze innerlijke zielenroerselen. Want dat hoorde zo. Of ik dat echt leuk vond, weet ik eerlijk gezegd niet. Ook snapte ik de poëzie van mijn mede-studenten niet altijd even goed. Hersenkronkels, moeilijke zinsconstructies, onderwerpen waar ik nog niet helemaal aan toe was: eigenlijk was ik een naïef provinciaaltje. Nog niet helemaal klaar voor het ‘echte’ werk.

Oude liefde

Mijn dichterlijke aspiraties heb ik toen laten varen (hoewel ik voor Sinterklaasgedichten wel helemaal uit mijn dak kan gaan). Er is geen gedichtenbundeltje van mijn hand verschenen. En als ik in mijn huidige jachtige leven tussen een boek en een poëziebundel moet kiezen, kies ik voor het eerste. Maar daar gaat verandering in komen. Deze week ga ik mijn oude liefde weer eens oppakken: tijdens Poëzieweek.

Gedichtendag

Sinds 2000 is het elke laatste donderdag van januari Gedichtendag en sinds vorig jaar is deze dag de start van Poëzieweek. Poëzieliefhebbers in Nederland en Vlaanderen houden op deze dag en tijdens deze week een groot scala aan poëzieactiviteiten en ook de media zullen een stuk poëtischer klinken. Natuurlijk hebben Gedichtendag en Poëzieweek een thema: Verwondering. Schrijver en dichter K. Schippers liet zich al door het thema inspireren en schreef het poëziegeschenk ‘Buiten beeld’.

Dichter(es) des Vaderlands

Een interessant gegeven is dat de Rotterdamse dichteres Anne Vegter (1958) tijdens Poëzieweek het stokje overneemt van Ramsey Nasr als Dichter des Vaderlands. Zij is de eerste vrouw die na de dichters Gerrit Komrij, Driek van Wissen en Nasr het ereambt van Ambassadeur voor de Vaderlandse poëzie voor haar rekening neemt.

Volgens de benoemingscommissie is Anne Vegter ‘een uitermate veelzijdig dichter en schrijver, wier maatschappelijk engagement niet nieuw is en met de jaren steeds sterker lijkt te worden’. Zij is de perfecte Dichter des Vaderlands, aldus de commissie, ‘vanwege haar open blik en indringende taal, omdat zij een brug kan slaan naar theater en beeldende kunst en omdat ze ook kinderen voor zich zal weten te winnen’.

Heel benieuwd

Of Anne Vegter met haar poëzie ook (stoere) vrouwen aan zich weet te binden, durf ik niet te zeggen. Ik heb haar bundel ‘Spamfighter’ onlangs gereserveerd bij de openbare bibliotheek. In deze bundel toont ze zich in haar gedichten moedig en kwetsbaar tegelijk en dat spreekt mij wel aan. Ik kan eerlijk gezegd niet wachten tot ik het werk in huis heb.

Poëziekriebels

Hoe dichter de start van Poëzieweek nadert, hoe meer het bij mij begint te kriebelen. Zal ik tijdens alle aandacht rondom deze week mijn oude liefde terug vinden? Zal ik het aandurven om – jaren ouder en vele levenslessen verder – weer eens een gedicht op het beeldscherm te zetten? En zal ik nu wel een gedichtenbundel verkiezen boven een roman of  chicklit? Ik ben benieuwd wat poëzie de komende dagen in mij gaat losmaken. Schuilt er ook een (ontluikende) poëzieliefhebber in jou?

Zeg er maar wat van