Eind 2013 kopte het AD ‘Meisjes hongeren zichzelf uit voor een ‘thigh gap’. Een trend die oppervlakkig lijkt, maar kan leiden tot serieuze eetstoornissen bij kwetsbare meisjes. En dat is niet niks. Claartje (34) kan erover mee praten. Ze heeft bijna 15 jaar ervaring met anorexia en boulimia en kan pas sinds 2011 zeggen dat ze haar eetstoornis overwonnen heeft. 

Waarom vertel jij je verhaal?

“Hoewel ik weet dat het waarschijnlijk niet helpt, hoop ik toch dat ik meiden kan behoeden mee te gaan in dit soort trends. Al is het er maar één. Tegelijkertijd hoop ik duidelijk te maken dat een trend alleen niet voor een eetstoornis zorgt. Er is bijna altijd méér aan de hand. Dat maakt ook dat het niet een kwestie is van ‘maar gewoon eten’, om er vanaf te komen. Het is een battle, die je kúnt winnen, maar dat gaat bepaald niet vanzelf.”

“Veel mensen snappen niet wat een eetstoornis inhoudt en dat is ook logisch. Je moet het zelf hebben om het te begrijpen. Maar opmerkingen als ‘Je moet gewoon wat meer eten‘ of ‘Je bent oppervlakkig omdat je zo met je uiterlijk bezig bent’ slaan de plank volledig mis! Het gekloot met eten is in de meeste gevallen een symptoom, niet het probleem. Er zit wat achter. En je kunt een eetstoornis dan ook meestal niet overwinnen zonder de onderliggende problemen aan te pakken.”

De eerste keer

“Ik was 15 en snoepte tijdens het bakken van een cake van het beslag. Ik voelde me daar zo schuldig over dat ik een vinger in mijn keel stak op de wc. Dat voelde als een geweldige uitvinding, echt een ‘hallelujah-moment’! Ik maakte mezelf wijs dat het geen kwaad kon voor een keer. Maar het bleef natuurlijk niet bij die ene keer. Op een gegeven moment besefte ik dat ik elke avond boven het toilet hing. Het was geen keuze meer; ik moest en zou braken na het eten. Anders raakte ik in paniek. Toen kwam opeens het besef ‘dit is niet goed’. Ik heb toen met een kennisje gesproken van wie ik wist dat ze een eetprobleem had. Ze vertelde me dat ik het niet alleen moest doen, ik moest hulp vragen. Ik heb het toen aan mijn moeder verteld.”

 “Het bleef natuurlijk niet bij die ene keer. Op een gegeven moment besefte ik dat ik elke avond boven het toilet hing.”

Het moment van de diagnose

“Op mijn zeventiende kreeg ik de diagnose anorexia en werd me verteld dat ik op de rand van een opname zat. Ik weet nog dat ik toen dacht ‘dit gaat niet over mij’. Opname?! Doe normaal, met mij was niets aan de hand! Ik zag niet dat ik er slecht aan toe was en vond mezelf niet zo mager. En ik braakte, dus ik had toch eerder boulimia dan anorexia. Mijn eerste therapie ben ik dan ook ingegaan voor anderen. Iedereen maakte zich zo’n zorgen, daar moest ik wat aan doen. Maar zelf vond ik het nog niet zo nodig. Na 6 maanden was de dagbehandeling afgelopen. Binnen 2 maanden daarna viel ik 20 kilo af en was ik verder van huis dan eerst.”

Het dieptepunt

“Ik weet nog dat ik met mijn moeder in de supermarkt stond. Ik kreeg het winkelwagentje niet meer vooruit. Het lukte gewoon niet, ik was zo moe. Toen was ik het zat. Ik wilde dit niet meer. Ik wilde niet meer steeds moe zijn. Altijd maar bezig zijn met eten, calorieën, braken. Toen heb ik besloten me op te laten nemen. Het echte besef dat ik ziek was, kwam overigens alsnog pas later.”

 “Ik stond met mijn moeder in de supermarkt en ik kreeg het winkelwagentje niet meer vooruit. Toen was ik het zat.”

Wat erachter zat

“Mijn ouders zijn gescheiden toen ik klein was en dat ging niet zonder slag of stoot. Op mijn 13e heb ik door de omstandigheden het contact met mijn vader verbroken. Een half jaar daarna overleed mijn stiefvader die voor mij ook een vader was. Voor mij werd de wereld op dat moment grijs. Daarbij kwam dat ik heel onzeker was en flinke faalangst had. Als iemand een keer iets onaardigs tegen me zei, lag ik ’s nachts in mijn kussen te huilen. Ik was ook heel kritisch op mezelf. Aan de buitenkant was dat niet te zien overigens, er werd weleens gezegd dat ik alles mee had. Maar dat voelde ik zelf niet zo. Bovenop al het verdriet, voelde het leven voor mij vrij zinloos.”

“In de eerste therapie hebben ze verteld dat ondervoeding ervoor zorgt dat je emoties afvlakken. En dat mijn anorexia in feite een stoplap was voor mijn depressie. Meer gewicht betekent meer emotie… en de angst om aan te komen is dan ook onbewust de angst voor het terugkomen van emoties. Leuk om te weten, zeker achteraf. Maar het maakte de praktijk niet makkelijker.”

“Toen mijn stiefvader overleed werd de wereld grijs.”

Leven met anorexia

“Anorexia is heel geleidelijk mijn leven ingeslopen, door veel verschillende kleine en grote oorzaken. Ik had het gevoel geen controle te hebben over mijn leven en anorexia was mijn controle. Daarnaast projecteerde ik al mijn onzekerheden op mijn uiterlijk. Ik vond mezelf te dik -ook al was ik dat totaal niet, nooit geweest ook- en vond dat ik moest afvallen. Mijn botten kunnen vastpakken omdat ze uitstaken, gaf me een gevoel van veiligheid.”

“In het begin kon ik het allemaal heel goed verborgen houden voor de buitenwereld. Het verlies aan gewicht verstopte ik onder dubbele lagen kleding. Maar het werd steeds erger. Ik telde echt alle calorieën, zelfs die in de suikervrije kauwgom en de Cola Light. Ik wist precies hoeveel ik verbrandde met staan, zitten en lopen.”

“Het enge vind ik dat je geest echt rare dingen met je doet als je midden in een eetstoornis zit… Ik had een compleet vervormd zelfbeeld. Precies dat maakt het moeilijk om te beseffen wat er aan de hand is. Je went in kleine stappen aan steeds minder eten. Je went aan een lichaam dat langzaam maar zeker stopt met functioneren. Ik woog op mijn dieptepunt nog maar 39 kilo. Ik heb nooit dood gewild, maar was er hard naar op weg, zonder dat ik het besefte. Mijn botten konden centimeters uitsteken en ik zag nog steeds een dikke buik als ik in de spiegel keek. Ik had een half verlamde voet. Ik had een hartritmestoornis. En toch voelde ik me eigenlijk best ok.”

“Na verloop van tijd was mijn lichaam zo ondervoed, dat het schreeuwde om eten. Ik kreeg vreetbuien. Eerst waren dat twee beschuiten met vlokken, later sloeg het om naar echte boulimia en werd het een tafel met voedsel. Ik at zoveel dat ik het niet binnen kon houden, al had ik het gewild. Dat eten moest eruit, dus braakte ik, soms een uur lang. Uitgeput ging ik dan slapen en dan dacht ik: ‘morgen wordt het anders’. Het werd niet anders. De volgende dag vond ik dan al snel weer dat ik te veel gegeten had. Dan dacht ik: ‘nu maakt het allemaal niet meer uit’, en volgde weer een vreetbui en braken. In mijn echt slechte periodes wel vijf tot zeven keer per dag. Ik voelde me totaal mislukt want ik was de controle nu kwijt. Ik stak mezelf voor mijn vreetbuien in de schulden en deed dingen waar ik me nu nog voor schaam. En dat leverde dan weer een vreetbui op, de bekende vicieuze cirkel.”

Behandeling

“In mijn eerste opname moest ik binnen negen maanden 20 kilo aankomen. De focus lag dan ook vooral op weer leren eten. Later ben ik aan de slag gegaan met alles wat erachter zat. Het verlies van mijn stiefvader. Het contact met mijn echte vader herstellen. Werken aan mijn zelfvertrouwen. Leren om boos te worden. Leren om ruimte in te nemen, letterlijk en figuurlijk. Leren om mezelf te uiten als ik ergens mee zat, in plaats van het (letterlijk) op te vreten, weg te kauwen en weer uit te braken. Uiteindelijk heeft het me zo’n 7 jaar aan therapie gekost. Daarna had ik nog steeds een eetprobleem, boulimia, maar ik kon wel weer gewoon functioneren. Ik maakte mijn middelbare school en studie af en ging werken. Het werd een verborgen deel van mezelf en ik had eigenlijk wel geaccepteerd dat het altijd zo zou blijven.”

“Toen ik 26 was, verhuisde ik voor een aantal jaar naar Curacao. Een ontzettend gave ervaring en goed voor mijn ontwikkeling en zelfvertrouwen. In 2010 keerde ik naar Nederland terug, leerde mijn vriend kennen en ging samenwonen. In het eerste jaar had ik zeker nog wel vreetbuien, maar geleidelijk aan werden die minder.”

“En toen ik in 2011 voor mezelf begon, bleek dat precies te zijn wat ik nodig had. De volgende stap in mijn ontwikkeling en zelfvertrouwen, denk ik. En sindsdien ben ik vreetbui-vrij en hou ik me niet meer bezig met hoeveel ik eet. Heel apart na al die jaren, maar ik denk dat mijn innerlijke basis nu eindelijk stevig genoeg is!”

Hoe kunnen omstanders iemand met anorexia steunen?

“Het is altijd moeilijk om de grens te bepalen tussen ‘te ver erin meegaan’ en iemand met een eetstoornis echt steunen. Soms moet je accepteren dat je niet meer kan dan machteloos toekijken. Iemand is pas klaar om deze ziekte aan te pakken, als hij/zij daar zelf toe beslist. Mijn moeder bijvoorbeeld, heeft altijd de deur voor me open gehouden. En geprobeerd me te accepteren, ook met eetprobleem. Zij en anderen die mij echt steunden, vroegen niet naar hoe het met eten ging (alsof ik daar überhaupt ooit een eerlijk antwoord op zou geven, daar schaamde ik me veel teveel voor), maar naar hoe het met MIJ was. En dat is belangrijk!”

Wat zou je willen zeggen tegen meiden die nu vechten tegen anorexia?

“Zoek hulp, zo snel mogelijk. Vertel het een vriendin, een ouder, een decaan, weet ik veel wie en vraag of ze je willen helpen. Hoe langer je ermee bezig bent, hoe langer het duurt om er vanaf te komen… Ook al wil je nog niet in therapie, iemand die de vinger aan de pols houdt voor hoe het met je gaat is belangrijk. Werk aan je zelfvertrouwen, focus je niet alleen op het eten. Het gaat erom dat je jouw eigen kracht leert kennen en die ten goede leert gebruiken.”

Zoals mijn moeder ooit zei: ‘als je de kracht hebt om jezelf zo naar beneden te halen, dan ben je sterk. Als je dat kunt omdraaien, kun je heel ver komen’.

2 reacties

  1. faarsheik

    Wat ontzettend sterk dat je jouw verhaal hier deelt. Ik hoop dat je veel meisjes de kracht geeft om te blijven vechten en dat het niet gek is dat het zo lang duurt, het gevecht.

    Beantwoorden
  2. Charlie Paludanus

    Mooi blog Claartje. Eerlijk! Het eten en compenseren is alleen een symptoom. De onzekerheid zit eronder. Leren houden van jezelf, leren vertrouwen op jezelf en leren voelen zonder je alleen te richten op ander. Een hele klus, maar het kan. Dat zie je maar aan jouw verhaal.

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van