Je houdt ervan of je haat het. Daar is absoluut geen middenweg in te vinden. En oh, wat vind ik het een geweldig feest! Natuurlijk heb ik het dan over… Carnaval!

Vier dagen in het jaar legaal verkleden en dansen op straat. Heerlijk! Verstand (soms letterlijk…) op nul, meezingen met de muziek, een drankje of twee, drie met vrienden in de kroeg. Klinkt voor sommigen misschien als een normale zaterdagavond. Op het verkleden na dan.

Met de paplepel ingegoten

Als rasechte Brabantse blonde schone is carnaval er met de paplepel ingegoten bij me. Verkleed als clown (want dat wilde ik vroeger héél graag worden) ging ik samen met mijn ouders en broers naar de optocht en het kinderbal bij ons in het dorp. Spelen met vriendinnetjes, sap drinken en chips eten. Wat was het leven eigenlijk toch heerlijk simpel in die tijd. Als ik nu ook al die verkleedde kinderen zie, dan smelt ik toch echt even. Nog nooit een schattige sperzieboon gezien? Met carnaval kom je ze tegen!

Katholiek feest

Ook al staat carnaval bekend als een excuus om het vier dagen lang op een zuipen te zetten, toch zit er meer achter. Van oorsprong is het een katholiek feest voorafgaand aan de vastenperiode. Volgens de katholieke kerk geldt 40 dagen voor Pasen de vastenperiode. In die tijd mag je onder andere geen vlees eten en geen alcohol drinken. Carnaval is dus het feest om nog één keer los te gaan, voordat je gaat vasten. Dat eerste lukt bij de meesten wel, al vraag ik me af of er nog veel mensen ook 40 dagen gaan vasten. Ik heb zo mijn twijfels.

Boordevol tradities

Sinds de middelbare school vier ik carnaval in Bergen op Zoom. En in Bergen op Zoom – oftewel Krabbegat tijdens carnaval – houden ze er eigen tradities op na. Zo trekken we niet een mooi pak aan om onszelf te verkleden als Elsa uit Frozen. Nee, we pakken juist oude kleren, trekken de glasgordijnen van het raam, zetten een hoedje of pruik op ons hoofd en ‘me zijn mar wir is weg’.

Dit gebruik komt van vlak na de Tweede Wereldoorlog. In die tijd hadden de mensen geen geld om een pak te kopen, dus sloegen ze letterlijk glasgordijnen om hun schouders en bonden een rode zakdoek om hun nek. In die tijd werd ook voor het eerst ‘Agge mar leut et’ geroepen en werd de Bergse carnavalsgroet bedacht door je linkerduim aan je neus te zetten. Dan kan je met rechts gewoon je biertje vasthouden. Wel zo makkelijk! Anno 2016 doen we dit allemaal nog steeds.

De prins rules

Op 11 november om 23:11 uur wordt het startsein gegeven voor de komende vastenavend met de bekendmaking van het motto. Elk jaar is er een bepaald thema waar alles om heen wordt gebouwd. Drie weken voorafgaand aan de vastenavend wordt het nieuwe liedje bekend gemaakt en gaan we elk weekend al ‘dweilend’ door de straten van café naar café. Want ja, het hossen en springen noemen we hier dweilen en vier dagen is toch echt veel te weinig. En dweilen met de kraan open is het soms zeker! Op zaterdag krijgt Prins Carnaval de sleutel van de stad en is het vier dagen lang niks anders dan leut dat de klok slaat. Op dinsdagavond 24:00 uur is het feest dan weer echt voorbij.

Griepgolf

Het gewone leven ligt letterlijk vier dagen plat. Wil je een klant of bedrijf bereiken? Bel dan op woensdag of donderdag nog maar een keer terug. Bedrijven gaan dicht, winkels zijn maar beperkt open. Alleen de supermarkt is vaak nog open, zodat je nog snel even wat worstenbroodjes, kaas en worst kunt halen. En na die vier dagen? Dan liggen er veel mensen met griep op bed van de alcohol uit vieze glazen, vette hap en bomvolle cafés waar iedereen in je nek staat te hijgen. De bekende Brabantse griepgolf.

Maar oh, wat is het toch een geweldig feest! De komende vier dagen laat ik me weer meevoeren met de leut. Ik duik onder en op woensdag kom ik weer boven drijven. Agge mar leut et!

Vier jij ook carnaval? Waar doe je dat en wat zijn daar de tradities? Daar ben ik dan wel benieuwd naar!

Zeg er maar wat van