Renée Zellweger was trending topic nadat ze met haar nieuwe verjongde uiterlijk in het openbaar verscheen. Jong blijven: het is en blijft een hot topic. Maar is het eigenlijk wel zo leuk?

Wat is jong? Geboren in 1977 ben ik geneigd te zeggen dat ik gewoon jong ben. Ik geniet van het leven en zorg voor mezelf. Kijk ik door de ogen van mijn kinderen, tsja, dan wordt het een ander verhaal. En arbeidsmarkttechnisch gezien? Man, dan ben ik in de buurt van de AOW-gerechtigde leeftijd. Als ik die niet al bereikt heb.

Lang ben ik de jongste collega geweest. Dat heb je als je net voor je 19de verjaardag begint met werken. Een paar jaar geleden was ik ‘ineens’ niet meer de jongste. Vond ik een uitgeprint cv van iemand die eind jaren ’80 geboren was. In mijn ogen nog veel te jong om te werken, maar in werkelijkheid een starter met zo’n twee jaar werkervaring.

Waar is Bridget Jones?

renee-naHoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk wordt iedereen ouder. Willen we allemaal toch? En dan het liefst in combinatie met een blakende gezondheid en een fantastisch uiterlijk.

Voor sommigen onder ons (en dat zijn echt niet altijd alleen maar vrouwen) is ‘een fantastisch uiterlijk’ gelijk aan ‘er jong uitzien’. Neem Renée Zellweger: ze verscheen pasgeleden op de rode loper met een glanzende, strakke huid. Ze leek een stuk jonger dan haar alter ego Bridget Jones. Maar was waar Bridget zelf gebleven? Als je ’t mij vraagt, is Renée totaal onherkenbaar. En dat gaat wel erg ver.

Puberjaren

Ieder z’n ding, denk ik dan. Ik vraag me af of ik ooit een naald in één van m’n vermeende rimpels laat zetten. Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik vraag me af: wil je ook weer jonger zijn? Ik bedoel écht jonger, in leeftijd. Terug naar je puberjaren bijvoorbeeld?

Ik niet, weet ik sinds deze week. In één van de kratten op zolder vond ik mijn vier dagboeken terug. Dagboeken die ik ergens tussen m’n tiende en twintigste volschreef. Dat begon onschuldig (en met spelfouten) op 5 december 1987:

‘Lief dagboek – Ik heb je vanmiddag gekregen en ik ben heel erg blij. Vanavond ben ik ook heel erg verwent. Dit heb ik gekregen: kunstschaatsen, beschermers, licht gevende stift, Sindykleertjes, 2 poely’s (wit en groen), tasje, ammandelmarsepeinletters, 4 klipjes, haarstrik op clip, en dit dagboek.’

Naarmate ik ouder werd, veranderden de verhalen in mijn dagboeken. Ik zie mezelf ontwikkelen van jong meisje naar onzekere puber. Ik lees terug hoe ik voor de eerste keer met de dood werd geconfronteerd toen mijn opa stierf. En ik verbaas me hoe gemakkelijk ik dat parkeerde en doorging met m’n normale kinderleventje. Ik lees, met samengeknepen billen en brullend van het lachen, de gesprekken met mijn vriendin terug. Ik lees over mijn ups & downs op liefdesgebied. Wat was ik een onzekere bakvis!

Liftdeuren

Verhalen met een lach en een traan. Wat me het meest raakt, is dat ik de momenten van diep puberleed me nog zo goed voor de geest kan halen. De totale radeloosheid toen mijn vader een hartoperatie moest ondergaan. Ik zie de liftdeuren nog sluiten. Hij bleef daar in dat akelige ziekenhuis. En ik wist zeker ‘Ik zie hem niet meer levend terug.’

Ik voel nog mijn angst toen we de volgende dag, de dag dat hij geopereerd zou worden, maar niet gebeld werden door de artsen. Uiteindelijk bleek er niets aan de hand. De operatie was een paar uur uitgesteld alleen had niemand eraan gedacht dat even door te geven.

Klein meisje

pubermeisje fiona

pubermeisje Fiona

Ik proef m’n eigen verdriet, m’n eigen angst en denk: ‘Zo zou ik nu, als volwassene, niet meer reageren.’ Niets is minder waar. Toen mijn vader een paar jaar geleden geopereerd moest worden aan een tumor in zijn darmen, voelde ik diezelfde blinde paniek. Ik belde hem de avond ervoor op en zei alleen maar: ‘Pap, ik wil je niet kwijt.’ Vreselijk egoïstisch vond ik het van mezelf; het ging om hem, niet om mij. En nu het, gelukkig, weer goed gaat met hem, parkeer ik dit verhaal weer net zo makkelijk als ik op 10-jarige leeftijd deed met de dood van mijn opa. Weinig veranderd; kennelijk zit dat kleine meisje nog steeds in mij.

Dat kleine meisje is er gelukkig niet alleen in momenten van twijfel en verdriet. Ze is er ook als ik een avond aan de wijn ga met vriendinnen. Of als ik een doel heb bereikt. Dan ben ik nog steeds dezelfde hysterische puber als de Fiona uit mijn dagboeken.

Jong met rimpels en grijs haar

Ik vind het een fijne gedachte dat het meisje nog altijd in mij zit, maar dan mét alle geleerde lessen en het relativeringsvermogen van een volwassene. Dat scheelt een hoop onzekerheid. Dat meisje heeft geen botox nodig. Zij blijft jong van zichzelf. Ook met rimpels en grijze haren aan de buitenkant. Terug naar m’n puberjaren hoeft voor mij echt niet meer.

En jij? Zou jij terug in de tijd willen?

2 reacties

Zeg er maar wat van