Vintage kleding is tegenwoordig hipper dan nieuwe kleding. De Amsterdamse IJ-hallen, worden in mijn beleving beter bezocht dan de Bijenkorf op zaterdag. We delen en lenen ons suf en hergebruik staat hoog op de agenda.

Dit weekend heb ik mijn kledingkast opgeruimd. Het was hard nodig. Ik had geshopt en de nieuwe aanwinsten pasten er niet meer bij in de kast. Dat betekent tijd voor de grote zomer-winterwissel. Het resultaat? Zakken vol kleding, klaar voor een tweede – in sommige gevallen derde – eigenaar. Ik wilde er wel eens wat anders mee doen dan de gebruikelijke rode kruis-container (een onwijs goed doel, begrijp me niet verkeerd), of in de kou op de vlooienmarkt staan. Hoewel het bezoeken ervan nog steeds een grote hobby is.

Dat deed me denken aan een artikel dat laatst door mijn handen ging over de bibliotheek. Dat is zo’n beetje de bakermat van het delen en lenen. Maar anno 2014 wil de bieb zichzelf opnieuw uitvinden. De openbare bibliotheek wil in 2025 immers nog steeds bestaan en heeft daarom een onderzoek laten uitvoeren om tot een oplossing te komen. De digitalisering, terugtrekkende overheid en snelle maatschappelijke ontwikkelingen blijken de grootste uitdagingen te zijn voor het instituut.

Ranja versus wodka

Wat mij betreft zijn delen, hergebruik en toegankelijkheid de grootste kansen van dit nostalgische centrum. Want de bieb, daar liggen mooie jeugdherinneringen. De nadruk ligt op jeugd, want daarna ben ik er ook vrijwel nooit meer geweest. Ik weet niet eens waar de bieb in mijn buurtje in Amsterdam gevestigd is. Maar als kind was het een walhalla. Nu ben ik een echte boekenwurm – je wordt niet voor niets journalist – en ik kende de kinderafdeling van de ‘grote bieb’ in Tilburg op mijn duimpje. De grotemensenafdeling was vooral een doolhof. Mijn broer was er een keer verdwaald. We vonden hem jankend terug bij de balie met een stroopwafel. Vanaf toen wilde ik ook verdwalen, want dan kreeg je een stroopwafel. Maar dat terzijde.

Bovenin diezelfde bieb zat een café. Soms ging ik met mijn oma en mijn zusje naar de bieb en dan kregen we na afloop altijd een glaasje ranja in de kroeg op de vierde verdieping. Hét hoogtepunt van mijn weekend. Overigens is dat nog zo, alleen dan zonder die ranja en met wodka. Jaren later was ik in de buurt van die ‘grote bieb’ en besloot ik even de kroeg te bekijken. Ik kwam aan op de vierde verdieping. En wat denk je. Geen kroeg, maar seniorenappartementen. Niet echt de nostalgie waar ik op gehoopt had, maar ach, de herinnering blijft.

Materialisme verliest aan terrein

Maar in een samenleving waarin we steeds meer hergebruiken en delen – denk: Snappcar, Peerby en Airbnb – is de bieb dus eigenlijk hartstikke hip. Kopen maakt immers plaats voor delen, we gaan massaal op in de trend van bezit naar gebruik, of die van bezit naar toegang. We delen en lenen zelfs auto’s. Daarbij zijn gemak en een eerlijke prijs een vereiste. Het materialisme verliest aan terrein, want hoe minder je hebt, hoe minder je kunt kwijtraken en hoe sneller je kunt inspelen op onverwachte veranderingen.

De Engelse filosoof en wiskundige Bertrand Russell zei het al eens: “De mens heeft voor zijn geluk niet alleen het plezier van dingen nodig, maar ook hoop, vooruitgang en verandering.”

Het enige wat de bieb nu nog hoeft te doen is een goede plek vinden in of aansluiting met de digitalisering. Maar dat brengt me ook op andere ideeën. Een georganiseerde kledingruil of vlooienmarkt in de bieb. Met natuurlijk gezonde hapjes en sapjes – ook helemaal hipperdepip. En drank. Een avondje uit dus. Een soort van byow; bring your own wardrobe. De bieb is hipper dan zij zelf denkt! Ik mis de bieb. Ik ga mijn buurtbieb zoeken en dit weekend langs om te vragen of ik er een kledingparty mag organiseren. En dan laten we mensen zich digitaal inschrijven.

Zeg er maar wat van