Je kent die momenten wel tijdens kerstavond of de kerstdagen dat je het gezellig wilt maken. Kerstdiner met kleinere kinderen, balorig uit verveling. Of met tieners: dan zit je bij elkaar, de TV staat uit en de smartphones zijn met moeite aan de kant gelegd. En dan valt het stil…

Dat zijn de momenten waarop je dit verhaal kunt voorlezen. Geschreven door mij, voor jullie.

De kleine kerstboom

Er was eens een groot bos aan de rand van een dorp. Heel diep in dat grote bos stonden op een kleine heuvel allemaal dezelfde soort dennenbomen. Midden in de groep stond een klein dennenboompje. Hij was zo klein dat herten eroverheen konden springen. De hele zomer had hij plezier met zijn dierenvriendjes. Ze krioelden om hem heen, vertelden verhaaltjes en speelden in de zomerzon. Toen werd het steeds kouder. De bomen aan de voet van de heuvel verloren hun bladeren. Er stak een koude wind op, die door de dennennaalden van alle bomen blies. Het kleine boompje rilde ervan. De dieren gingen druk op zoek naar eten. Heel veel vriendjes kwamen afscheid nemen, want zij gingen winterslaap houden. Zo kwam het dat er steeds minder vriendjes voor het kleine boompje overbleven. Daar werd hij wel een beetje verdrietig van. Gelukkig had hij de grotere bomen nog om mee te praten.

Een ster in de nacht

Op een nacht verscheen een ster aan de hemel. Midden in de nacht viel deze heel heldere ster iedereen op. De grotere bomen waren opgetogen maar wilden niet zeggen waarom. De volgende ochtend kwamen de mannen uit het dorp. Ze hadden spaden en wagens bij zich, groeven de grote bomen uit en namen ze mee. Nu was het kleine boompje helemaal alleen! Hij begreep niet wat er aan de hand was en of er ooit nog iemand terug zou komen. Hij stond er maar alleen, te wachten op wat ging komen. Na een paar weken hoorde hij ’s nachts een enorm geknal. Hij zag allemaal gekleurde lichtflitsen uit de buurt van het dorp komen. Hij begreep weer niet wat er aan de hand was en sidderde van angst. Er gebeurde niets. Hij bleef alleen. Bijna een week later werden alle bomen weer teruggebracht. De een had nog iets van glinsterende slingers aan zich hangen, de andere had nog een lichtje in zijn takken. Allemaal hadden ze grote verhalen over wat ze hadden meegemaakt. Het boompje begreep er niet veel van. Voorzichtig vroeg hij of hij dan ook een keer mee mocht. De bomen antwoordden dat hij dan nog veel groter moest zijn.

Een groeiplan

Na een tijdje werd het weer warmer. De dieren werden wakker of kwamen terug. Zo werd het weer zomer. Dit keer had het boompje een groter doel voor ogen. Hij vroeg zijn vriendjes hem te helpen zovéél mogelijk water naar hem toe te brengen. Ook vroeg hij ze om alle mest mee te brengen. Zo werd hij zeker heel groot, dacht hij. De hele zomer was hij ermee bezig. Hij dacht: ik moet groeien, ik moet groeien, ik moet groeien! Zoals het gaat met seizoenen, ging ook die zomer voorbij. Het werd herfst. De dieren waren in de weer met eten of gingen trekken en hadden het te druk voor het boompje. Hij bleef bij zichzelf denken: ik moet groeien, ik moet groeien, ik moet groeien.

De ster is terug

Op een nacht was daar de ster weer, helder stond zij aan de nachthemel. Het boompje gloeide van trots: de volgende dag zou hij zeker worden uitgekozen! En daar kwamen de mannen van het dorp. Ze groeven de bomen weer uit. Het boompje rekte zich nog extra uit, zodat hij er heel mooi bij stond. De mensen keken om zich heen en zeiden ‘dat was het dan’. En ze gingen weer naar dorp terug. Zonder hem. Het boompje keek ze verdrietig na. Hij was toch niet groot genoeg geworden. Wekenlang heeft hij verdrietig in het bos gestaan. Zijn takken hingen, zijn naalden vielen en hij huilde zo nu en dan van eenzaamheid. Zes dagen na het geknal en de gekleurde lichtjes, kwamen de bomen weer terug. Ze waren heel gelukkig. De ene had nog betere verhalen dan de andere. Het boompje luisterde er stilletjes naar…

Een verdrietige zomer

Langzaam ging het weer over in de lente en de dieren kwamen terug. Het viel hen op dat het boompje zo stil was. De hele zomer was een boompje wel vaak vrolijk, maar zo nu en dan keek hij zuchtend voor zich uit. Zijn vriendjes vroegen dan wat er was, maar het boompje kon niet antwoorden. Ook nu weer ging de zomer over in de herfst. De gouden en rode pracht werd zichtbaar in de takken en bladeren van de bomen aan de voet van de heuvel. De dieren namen afscheid en het boompje zette zich schrap. En ja hoor, op een nacht verscheen de ster weer. Die hele nacht was het boompje ontroostbaar. Hij was ervan overtuigd dat hij weer een aantal weken moederziel alleen op het heuveltje zou staan. De grotere bomen probeerden hem op te monteren, maar hij bleef stilletjes snikken. Toen de mannen met de schoppen kwamen om de dennen uit te graven, keek het boompje niet eens op. Ze waren klaar en stonden op het punt om terug te gaan naar het dorp. Toen draaide één van de mannen zich om en zei: “Hé, we zijn er één vergeten”. Even later werd, tot zijn stomme verbazing, het boompje uitgegraven.

De kleine boom wordt een echte kerstboom

Hij ging mee naar het dorp en werd binnenshuis neergezet in de grote kamer van een familie met vader, moeder en twee kinderen. Ze zorgden ervoor dat hij er heel mooi uit kwam te zien met lichtjes en slingers en vrolijke hangers. Ze legden allerlei pakjes onder zijn takken met de woorden: “Goed oppassen hoor”. En het boompje paste goed op de cadeautjes, het speelde met de huisdieren en straalde toen de kinderen uitbundig kerstliedjes zongen. Wekenlang was hij het middelpunt van de festiviteiten en gezelligheid, temidden van geuren, kleuren en lichtjes. Elke avond was hij verrukt en dacht de hele nacht over wat hij gezien, gehoord en gevoeld had. Hij voelde zich een echte Kerstboom!
Op een avond gingen alle mensen, nadat ze elkaar gefeliciteerd hadden, naar buiten toe. Even later hoorde het boompje heel hard geknal en zag hij door de ramen linten van licht door de lucht gaan. Het was een prachtig gezicht. Het kerstboompje begreep nu eindelijk wat hij de vorige twee winters had gezien. Hij was niet bang meer.

Zes dagen later werd hij met de andere bomen teruggebracht naar het heuveltje in het midden van het bos. Daar, tussen zijn vrienden, had hij het hoogste woord. Het boompje kon haast niet wachten tot de volgende winter!

Zeg er maar wat van