“Het is ongekend, vlekkeloos uitgevoerd. Ze blijft perfect in balans. Sanne Wevers is hier bezig met een historische oefening,” roept de commentator enthousiast. Ik zit op het puntje van mijn stoel.

Niet dat ik veel verstand heb van turnen, maar hé dit zijn de Olympische Spelen! Ik smul van de euforie, de emotie en het drama. En dus zat ik de afgelopen twee weken aan de buis gekluisterd. Ik leef mee met wielrenster Annemiek van Vleuten, die lelijk valt, en met turner Epke Zonderland die letterlijk misgrijpt. Ik juich samen met de roeisters en de lange afstand zwemmers. Ondertussen vraag ik mezelf af: wat kunnen wij eigenlijk leren van deze Olympische sporters?

Sportiviteit is … een helpende hand uitsteken

Nikki Hamblin (Nieuw-Zeeland) struikelt tijdens de finale van de 5.000 meter voor vrouwen en Abbey D’Agostino (Verenigde Staten) kan haar niet meer ontwijken. In plaats van snel op te staan en door te rennen, steekt Abbey haar hand uit en helpt Nikki omhoog. “Kom op, dit zijn de Olympische Spelen, we moeten finishen”, zegt Abbey wanneer Nikki nogmaals in elkaar zakt door de pijn aan haar knie. Beide atletes halen uiteindelijk, ver achter de winnares, de finishlijn. Sport is rivaliteit, maar met een simpel gebaar toont de atlete dat het uitsteken van een helpende hand soms belangrijker is dan eigen gewin. In deze tijd van aanslagen en onrust in de wereld, is dit wat mij betreft één van de mooiste momenten van de Spelen.

Soms moet je ook een klein beetje geluk hebben

Negentig procent is bloed, zweet en tranen, maar je moet soms ook gewoon een klein beetje geluk hebben. In de sport en in het leven. Sanne Wevers turnt de oefening van haar leven in de finale op de balk en weet dat de sterren gunstig staan. Haar grootste concurrente Simone Biles maakte even daarvoor namelijk een foutje. De 19-jarige Amerikaanse won al goud bij de individuele allround finale, de team-allround finale en de sprong, maar moet op de balk haar meerdere erkennen in Sanne Wevers.

Vallen en weer opstaan

Hij zou het goud wel weer even pakken. Het liep anders af. Epke Zonderland won tijdens de vorige Olympische Spelen het goud aan de rekstok en werd daarna twee keer wereldkampioen. Maar gekneusde vingers spelen hem nu hem parten. Alle ogen zijn op hem gericht en hij begint goed, maar dan slaat het noodlot toe. Ik houd mijn adem in terwijl ik zie dat Epke misgrijpt en op de mat valt. Even blijft hij doodstil liggen. Dan staat hij op, herpakt zichzelf, wetende dat zijn droom in duigen is gevallen. De pijn en teleurstelling zijn van zijn gezicht af te lezen, maar hij recht zijn schouders en maakt zijn oefening foutloos af.

Ik kan mij zo goed voorstellen dat hij het liefst in een hoekje had willen wegkruipen of met iets had willen gooien – zoals Daphne Schippers deed na het verliezen van goud – maar wat doet hij? Hij staat op, gaat door en staat na afloop met opgeheven hoofd de pers te woord. Een geweldige prestatie en een prachtig voorbeeld.

Altijd blijven lachen

Als het verschil met brons maar 0,01 seconde is, dan moet dat wel een behoorlijke domper zijn. Als de verslaggever aan sprinter Churandy Martina vraagt of hij hiervan baalt, dan antwoordt de eeuwige optimist dat hij niet baalt, maar juist blij is dat hij de finale heeft gehaald. “Er is niemand die trotser is dan ik nu ben. Ik heb mijn best gedaan. Voor iedereen die de wekker heeft gezet; ik hoop dat ik jullie niet heb teleurgesteld.” Churandy weet dat hij zijn best heeft gedaan en alles heeft gegeven, dus waarom zou hij teleurgesteld zijn? Wat de goedlachse Churandy ons leert? Het recept voor een gelukkig leven is niet ingewikkeld: wees optimistisch, doe je best en wees dankbaar.

Het waren twee geweldige weken, met vele hoogtepunten maar ook teleurstellingen. Wat voor mij de Olympische Spelen zo bijzonder maakt, is het samenhorigheidsgevoel, de wil om te winnen, sportiviteit en vriendschap. Ik ga alvast sparen voor een ticket naar de Olympische Spelen in Tokio over vier jaar.

Zeg er maar wat van