Ik weet het. UrbanChicks: voor stoere vrouwen, door stoere vrouwen. En daar kan ik mij best mee identificeren hoor, met stoere vrouwen. Maar dan wel eentje met een mannenbrein.

Eigenlijk heb ik er nooit zo over nagedacht. Het was pas op het moment dat ik naar de ‘Ja, maar… Omdenken Theatershow’ ben geweest met mijn vriendin. De sketch waarin heel typerend het verschil tussen het mannenbrein en het vrouwenbrein werd geschetst – aan de hand van twee eenvoudige voorbeelden – deed mij mijn ogen openen. Voor wie de show niet heeft gezien, zal ik het even kort illustreren.

Het mannenbrein vs. het vrouwenbrein

Het mannenbrein is gemaakt om vooral aan één ding te denken. Mannen kijken naar buiten en alles wat zij door het raam zien is gras. Groen gras. Huppelt er een konijntje voorbij dan is het groene gras even uit het systeem en ligt de focus op het konijn. Is het konijn weer uit beeld, dan is het enige wat de man ziet en waar hij vervolgens weer aan denkt, gras!

Het brein van de vrouw daarentegen is als een brij van spaghettislierten. Trek je heel voorzichtig aan één sliert dan is de vrouw nog best te begrijpen, want los van elkaar doen die slierten niet zo ingewikkeld. Trek je echter net iets te hard aan zo’n sliert, dan blijken al die slierten ineens met elkaar in verbinding te staan. Het gevolg is een klont van spaghettislierten die naar beneden dendert. En voor je het weet sta je je vrouw of vriendin apathisch aan te kijken, omdat je werkelijk geen idee hebt hoe de discussie is uitgemond in een mondeling gevecht over wat je vijf jaar geleden hebt gezegd op de verjaardag van haar zus toen je een borrel te veel op had!

Denken aan niets

Oh my god. Dat dacht ik letterlijk. En het schrijnende aan mijn eigen constatering is dat ik mijn vriendin in mijn ooghoek bijna geschokt naar mij zie kijken. Ik zie aan haar dat zij het zich ook beseft. Ze staat nog net niet op om, wijzend naar mijn hersenpan, door de hele zaal te roepen: ik wist het! Ik heb namelijk een mannenbrein. Ik kan naar gras staren, een konijn voorbij zien huppelen en weer overschakelen naar het groene gras. De kans dat ik het konijn alweer ben vergeten op het moment dat ik mij weer focus op het gras is daarbij aanzienlijk groot.

Het voorbeeld van het gras zegt meer dan het hebben van een gebrek aan multitasktalent. Ook het opslaan van irrelevante onderwerpen en informatie is aan de man (en blijkbaar dus ook aan mij) niet besteed. Bijkomend voordeel is dat die oude koeien bij mij dus gewoon lekker in die sloot blijven liggen. Daarnaast ben ik heel erg goed in het denken aan niets. Ik kan je vertellen dat dat heerlijk rustig is.

Het nadeel is dat discussies met mijn vriendin – over wie wat gezegd, gedaan of gehoord heeft – altijd eindigen in een verloren wedstrijd voor mij. Note to self: geef haar gewoon gelijk, de kans is namelijk behoorlijk groot dat ze dat ook echt heeft.

Wat zeggen de experts?

Tijd voor een huis-tuin-en-keuken-onderzoekje. Want gaat het alleen om het fenomeen multitasken waar ik dus heel slecht in ben, of zijn er meer vergelijkingen tussen mijn – formaly known as female – brein en het mannenbrein. Winkelen bijvoorbeeld. Ik heb er werkelijk een hekel aan. Enerzijds omdat ik niet kan kiezen, anderzijds omdat ik dat geslenter winkel in en winkel uit doodvermoeiend vind. En wat blijkt uit onderzoek? De hersenstructuur van de man is er op gebaseerd dat hij enkel kan winkelen met een gericht doel en zelfs een bepaald tijdschema! Check.

Kaartlezen. Nog zo’n fijn vooroordeel. Een Amerikaanse studie heeft vorig jaar het bewijs geleverd dat mannen echt beter zijn in kaartlezen. Het verwerken van informatie die op een abstracte manier wordt weergegeven, zoals bijvoorbeeld op een wegenkaart, kan een man beter verwerken. En kaartlezen kan ik dus als de beste. Zelfs in een drukke stad als Perth (Australië) leid ik mijn vriendin en mij feilloos door de drukke eenrichtingsstraten richting ons hotel. Waarbij ik zelfs nog rekening hield met het feit dat de Australiërs aan de andere kant van de weg rijden. Check.

Het beste van beide werelden

Ik ben nog niet helemaal overtuigd. Nog een paar vooroordelen dan. Ruimtelijk inzicht? Boven gemiddeld. Praten over emoties? Liever niet. Chocola? Geef mij maar een biefstuk. En technisch inzicht? Best behoorlijk (zeg ik met enige trots). Ik ontkom er niet aan. Ik ben een vrouw met een mannenbrein. Dat verklaart ineens wel een heleboel. Misschien ook wel waarom ik zo slecht ben in het onthouden van namen en gezichten of het begrijpen van, nota bene, mijn eigen vriendin. Laat staan het begrijpen van zeurende vrouwen. Het ligt aan mijn mannenbrein!

Zit er dan helemaal niets vrouwelijks in mijn hersenpan? Toch wel. Ik ben vre-se-lijk slecht met inparkeren, kan behoorlijk goed huilen, doe mijn boodschappen volgens een georganiseerd lijstje en sta nog steeds te gillen als een idioot bij het zien van een in mijn ogen veel te grote spin. Het hebben van een gecombineerd brein voelt bijna als een bevoorrechte positie. Ik heb gewoon the best of both worlds en ik hoop er heel oud mee te worden.

En jij? Heb jij een echt vrouwenbrein of ben jij, net als ik, als vrouw voorzien van een mannenbrein? En hoe uit zich dat bij jou?

3 reacties

    • Kim de Jong
      Kim de Jong

      Leuk! Onderdeel 1 belooft al veel goeds. Op dit onderdeel horen mannen hoog te scoren. Ik scoor 18 van de 20. Best hoog dacht ik zo. Helaas brengt de test mij niet verder naar onderdeel 2. Dus wie weet wordt het later nog vervolgd…

      Beantwoorden
  1. Ilse

    Combi brein, kaart lezen geen probleem, winkelen, hekel aan maar als ik ga dan ben ik in no time klaar, ruimtelijk inzicht check 😊. Grappige is dat mijn vriend een flink deel vrouwenbrein heeft haha, hij heeft meer schoenen dan ik, kaartlezen hopeloos

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van