We lezen het regelmatig in de kranten en horen het in het nieuws; De zorgkosten rijzen de pan uit, er moet bezuinigd worden. Je kunt je eigen risico verhogen, waarmee je de premie van je zorgverzekering drukt, maar helaas moet je dan wel steeds meer zelf betalen. In de ouderenzorg merk je ook aan alles dat er bezuinigd moet worden. Ik kan het weten, want het is buffelen geblazen in het verzorgingshuis.

Ik voel de bezuinigingen in mijn rug, want wij moeten met minder mensen, in minder tijd steeds meer doen. Het is hollen, rennen, vliegen om alle cliënten tevreden te houden en nog steeds zijn er heel veel mensen die hier niets van begrijpen. En dan bedoel ik niet alleen de cliënten zelf, die vaak van onbegrip aan elkaar hangen. Nee, ik bedoel ook een hoop anderen. Zelfs in Den Haag wordt nog steeds gedacht dat wij, in het verzorgings- of verpleeghuis, het alleen maar druk hebben met koffie ronddelen.

Den Haag, kom eens meewerken.

“Er zou eens een delegatie uit Den Haag mee moeten lopen van zeven tot half elf. Of liever nog, mee moeten werken. Gewoon alleen die drie en een half uur. Dan piepen ze wel anders”, denk ik regelmatig. Overigens zijn we om half elf niet klaar hoor. Dat is het tijdstip waarop we even een kwartiertje koffie drinken voordat we weer doorstomen. Hulp bieden bij de toiletgang is een regelmatig terugkerend iets. Sommigen kunnen er wat van en gaan tussen zeven en half twaalf wel een keer of drie. “Maar dat is toch een fluitje van een cent?”, denk je misschien. Nou, nee hoor, want ouderen die om hulp bij de toiletgang bellen, kunnen dit niet zelf. In het gunstigste geval hebben zij wat ondersteuning nodig, maar een groot deel wordt geholpen met de actieve lift. Dan duurt zo’n toiletgang al met al gauw een minuut of tien en soms zelfs langer.

Eten? Een complete volksverhuizing!

Stel je het volgende even voor: Vanaf half twaalf ontstaat er een complete volksverhuizing omdat er om twaalf uur gegeten wordt. Cliënten worden uit hun appartementen opgehaald en naar het restaurant gebracht, tenzij ze zelfstandig deze gang kunnen maken. Anderen worden naar het eetproject gebracht. Daarnaast blijven er nog genoeg over die in hun appartement eten. De maaltijden hebben geen pootjes, dus tussen twaalf en half één brengt één van ons de maaltijden langs. Haal het dan niet in je hoofd om de volgorde te wijzigen, want geheid krijg je bellers die willen weten waar hun maaltijd blijft. Gelukkig mogen wij zelf ook nog eten, maar daarna begint de volksverhuizing in omgekeerde volgorde. Daar zijn we wat langer zoet mee, want de meesten willen dan weer naar het toilet en een aantal gaat naar bed voor een middagslaapje. ”Dat doe je toch even? Dat is toch een peuleschil? Je helpt iemand even in bed en klaar is kees.” Ik hoor het je denken, maar zal je even uit de droom helpen, want hier ben je per cliënt al snel een kwartier mee zoet. Het gros moet namelijk met de actieve of passieve lift worden geholpen. En het vervelendste is nog dat we dit werk met steeds minder mensen moeten doen.

Tien kleine negertjes

Nog niet zo heel lang geleden waren we tot half elf met z’n achten. Tegenwoordig zijn we nog met z’n zevenen. Van half elf tot één waren we met vijf man sterk. Nu zijn het er nog vier. En helaas zijn we van half twee tot half vier nog maar met z’n tweeën in plaats van met z’n drieën. Op deze manier lijken we de tien kleine negertjes wel.

Help, ze zijn me vergeten!

Hetzelfde werk met minder mensen en daardoor in minder tijd. Dat is niet leuk en ik voel het in mijn rug. Iets waar ik nog nooit last van heb gehad. Nu wel dus, doordat ik een verkeerde beweging maakte met het aantrekken van steunkousen bij een cliënt. Het was zijn douche dag en normaal gesproken vraag ik hem na het douchen en aankleden nog even op bed te gaan liggen. Tegen de tijd dat hij ligt zijn de benen goed droog. Het bed kan ik in hoogte verstellen, wat beter is voor mijn rug. Die dag liep ik, door omstandigheden, al achter met mijn werk, waardoor bij een aantal cliënten de schrik toesloeg: “Zouden ze me vergeten zijn? Word ik vandaag wel geholpen? Ik bel maar even, dan kan ik het vragen.” Vriendelijk leg ik alle ‘bellers’ uit dat ik wat later ben, maar dat ik ze echt niet vergeet. Is nog nooit gebeurd overigens. Waar ze dat idee vandaan hebben is mij een raadsel. Al die bellen en mijn uitleg aan de ‘bellers’ werkt nog meer vertraging in de hand. Het is een kwartje wat nog steeds niet valt. Vandaar dat ik direct na het douchen, terwijl hij nog op het douchestoeltje zat, die steunkousen bij hem aantrok. Voeten en onderbenen nog wat klammig. Geen glij- of hulpkous te vinden, die was voor de zoveelste keer zoek. Dan blijkt zo’n, ogenschijnlijk, simpel karweitje ineens en hele klus.

Oei, mijn rug!

Nu heb ik dus pijn in mijn rug en slik ik paracetamol zodat ik gewoon mijn werk kan blijven doen. Ik leg het de cliënten wel uit, want ik ben wat voorzichtiger, dus langzamer. “Ik hoor niet anders dan dat jullie pijn in je rug hebben”, is meestal de knorrige reactie, waarna ik uitleg dat we met minder mensen hetzelfde werk moeten doen en dus minder tijd hebben. Dan gaat er wel eens iets mis.

Mijn eigen stok of rollator.

Misschien slijt ons lijf wel sneller en lopen we straks allemaal met een stok of rollator. Dan strompelen we van cliënt naar cliënt. Voordeel hiervan is dat zij dan misschien meer begrip voor ons krijgen en minder snel aan de bel trekken. Eerlijk gezegd vind ik dat ze ons, na onze pensionering, meteen een appartement in het verzorgingshuis aan moeten bieden. Uiteindelijk lopen we dan ook al tegen de zeventig. Wij kunnen dan mooi vrijwilligerswerk doen of invallen bij ziekte. Zie je wel, ik denk heus wel mee om al die bezuinigingen te kunnen realiseren.

 

Dit artikel is 564 keer gelezen

Leave a Reply

Your email address will not be published.