Eerste deel gemist? Klik hier!

14 uur later. Mijn backpack had ik terug veroverd in een jungle van koffers en tassen. De route naar de taxihalte was via een hoe-kom-ik-van-dit-vliegtuig-af-beschrijving gevonden en een uur later zat ik dan eindelijk in mijn hostel, na uitgebreid te zijn afgezet door de taxichauffeur die me minstens het zes dubbele liet betalen voor een taxiritje. Welkom in Thailand!

Forever alone, again?

Nou nee. Ik was welgeteld 10 minuten in mijn hostel, toen ik iemand hoorde zeggen: ‘Hé, Nederlander!’ Hij bleek mijn reisgezelschap te zijn voor een dikke week samen met nog een Nederlander. We zijn uiteindelijk in het noorden van Thailand beland, waarna mijn weg richting olifanten ging en die van mijn reisgenoten richting de eilanden. Iets wat voor mij pas maanden later op het programma zou staan. Na een week vrijwilligerswerk had ik weer een nieuwe reisgenoot gevonden, een Australiër! En zo ging het eigenlijk mijn hele reis door. Engelsen, Australiërs, Duitsers, Zweden, hier en daar een Amerikaan, ik heb met heel wat culturen Zuid-Oost-Azië ontdekt.

De mindere momentjes

De eerste minder leuke ervaring had ik in het noorden van Thailand, Chiang Rai. Ik zou de volgende dag afspreken met iemand die ik al eerder had leren kennen op reis en had dus een hele avond alleen in de stad. Ik was nog geen tien minuten op straat, toen ik werd gevolgd door een vies Thais mannetje. De eerste poging  om hem af te schudden mislukte blijkbaar, want een kwartiertje later kwam hij weer achter me aan. Oh well, dan blijven we maar wat langer op de bazaar. Een smerig theetje (met gember, bah!), een boek, en een half uur later was meneer nergens meer te bekennen. Opgelost!

De eerste periode

Ik had verwacht dat ik ontzettend moest wennen aan het alleen zijn, het niet hebben van een bekende omgeving en alles zelf maar moeten uitzoeken. Maar ik was praktisch nooit alleen, leerde dat ik ook prima uit een tas kon leven en dat er altijd wel iemand in de buurt was die me hielp als ik er niet uit kwam. Ik rolde er zo in en deed zo nu en dan ook iets nuttigs, zoals een week vrijwilligerswerk in het Elephant Nature Park. Dat is een olifantenkamp dat olifanten redt uit de toerisme- en houtindustrie. Zeker een aanrader, mocht je naar het noorden van Thailand gaan en niet (ik herhaal niet) op olifanten rijden. Thailand was fantastisch.

Het volgende land

Het volgende land op de lijst der bestemmingen was Laos. Per slowboat ging ik met mijn reisgezelschap over van Thailand naar Laos, Luang Prabang. Een stad met de lekkerste baguettes, de leukste markt, een paar dagen de griep en monniken; monniken zijn zo leuk! Een heerlijke plek. Na Laos reisde ik door naar Vang Vieng, berucht door het tuben, en nam ik afscheid van mijn reisgezelschap om voor het eerst echt alleen te reizen.

Tot de volgende blog!

2 reacties

Zeg er maar wat van