Het is dinsdag 6 november 2018, kwart over tien in de ochtend. Tot twee keer toe gaat mijn telefoon over. Ik voel hem trillen in de tas, tegen mijn been. Het is mijn vader. Hij weet dat ik nu een sollicitatiegesprek heb en hij zou mij nooit storen, behalve… Ik zeg de selectiecommissie dat ik het gesprek móet aannemen.

Mijn vader huilt. Hij kan niet meteen zeggen wat er aan de hand is. Mijn oma, schiet het door mijn hoofd en ik stel me in op het slechte nieuws van haar overlijden. Maar mijn vader vertelt me dat hij zojuist mijn moeder dood gevonden heeft in bed. Wat? Hij heeft mijn moeder dood … Wat? Mijn moeder is dood.

Het ergste wat me kon overkomen is gebeurd. Volkomen onverwacht, zonder waarschuwing, is mijn moeder overleden. Zomaar ervandoor gegaan in haar slaap. Geen afscheid, geen vooraankondiging. Ze is er niet meer en dat is niet te bevatten.

Er kan nog meer bij

Iets meer dan een maand na het overlijden van mijn moeder nemen we ook afscheid van mijn oma, de moeder van mijn vader. De uitvaart is op dezelfde plek. Alhoewel ik in de dagen na het nieuws over de dood van mijn oma erg verdrietig was, voel ik in de stoet achter de rouwwagen aan nagenoeg niets. Op de radio draait Skyradio vrolijke kerstliedjes. Ik denk dat mijn vader deze niet eens hoort. “Driving home for Christmas…”, zingt Chris Rea. Het is volkomen surrealistisch.

Bij het binnengaan van het rouwcentrum valt mijn oog op het bordje dat naast de deur staat: Uitvaartplechtigheid Mevrouw P.M. Meijerink – Coenders. Ik denk aan de dag dat de naam van mijn moeder daar stond. Ineens komen de waterlanders en voel ik een enorme weerstand. Ik wil hier niet zijn, niet weer! In elkaars armen laten mijn vader, mijn zusje en ik ons verdriet even gaan. De familie kijkt toe, vol medelijden en dat is precies waar we zo tegen op zagen. Mijn vader fluistert in mijn oor: “Komt het nu eindelijk los, meisje?”

Moederliefde op afstand

Ik schrik en ik voel me schuldig. Ik ben bang dat ik niet genoeg verdriet heb laten zien om de dood van mijn moeder. Had ik meer moeten huilen? Dit voelt vreselijk. Ik probeer een goede rouwer te zijn, maar het lukt niet.

De band met mijn vader is hechter dan die ik met mijn moeder had. Tot groot verdriet van mijn moeder begrepen we elkaar vaak niet. Ze was een binnenvetter en iedereen was altijd belangrijker dan zijzelf. Maar ze heeft mij opgevoed tot een sterke, onafhankelijke vrouw en ik ben het tegenovergestelde van haar: extravert en behoorlijk egocentrisch.

Op mijn zeventiende ging ik het huis uit. Van Zwolle naar Almelo. Hemelsbreed geen onoverbrugbare afstand, maar gevoelsmatig wel. Ik deed mijn best onafhankelijk te zijn van mijn ouders. En als ik een keer een probleem had, belde ik mijn vader. Mijn moeder heeft vast het gevoel gehad dat ik haar niet meer nodig had. De fysieke afstand betekende echter beslist niet dat ik niet meer van haar hield. Dat vertelde ik haar ook. Elke keer dat ik haar zag.

Schuldgevoel

Wanneer mensen aan mij vragen hoe het nu gaat, dan antwoord ik: “De ene dag beter dan de andere. Vandaag is een goede dag.” Eigenlijk lieg ik dan. Er zijn namelijk meer goede dagen dan slechte. Ik weet, nee ik voel, dat mensen verwachten dat ik zeg dat ik naar de klote ben. Dat is immers hoe zij het zelf hebben ervaren toen zij hun moeder verloren, vertellen ze mij. Soms is het al dertien jaar geleden en nog kunnen ze ineens overvallen worden door het besef dat ze er niet meer is.

Natuurlijk word ik weleens getriggerd. Bijvoorbeeld als ik mooie bloemen zie of als ik een nummer van Queen hoor. Dan zorgt een minuscule stroomstoot voor kippenvel en vochtige ogen. ‘s Nachts is ze altijd aanwezig in mijn dromen. Ze heeft geen actieve rol, maar kijkt vanaf de zijlijn toe. Dat voelt vertrouwd, het is zoals het altijd was.

Hoe moet dat, rouwen?

Ik weet dat iedereen zijn eigen manier heeft en tijd neemt om te rouwen, maar ik heb het gevoel dat er in mijn geval iets niet klopt. Ik heb de liefste moeder ter wereld en ik groeide op in het warmste gezin dat ik me kan indenken. Misschien durf ik ‘daar’ nog niet naartoe te gaan, of zit mijn antidepressivum mij in de weg om de rotsbodem te raken. Of zorgt mijn verlangen naar de rust van niet meer zijn en de geruststelling die uitgaat van mijn vriend de dood voor troost. Ook die emotionele onafhankelijkheid die er lang geleden al was kan meespelen. Ik weet het niet.

Ik weet niet hoe dat moet, rouwen. Daar zit ik mee. Is het normaal dat ik bijna niet huil? Dat ik haar niet de hele dag mis? Dat ik geen behoefte heb aan relieken, zoals foto’s en kaarsjes? Dat ik haar niet zoek in de menigte?

 

één antwoord

  1. Jack Gieles

    Goh, Wendy, wat een indrukwekkende woorden en vragen. Volgens mij breng je precies de essentie naar voren. Maar wie bepaalt hoe je ‘moet’ rouwen? Laat staan wat een ‘goede’ rouwer is. Je voelt wel het Grote Gemis, maar niet het Overrompelende Verdriet dat je van jezelf misschien zou verwachten. (Of misschien dat anderen zouden verwachten?) Maar niets is zo persoonlijk als juist dat. Er is gewoon geen script voor rouw. Gelukkig maar. De één voelt verdriet, de ander berusting. Het is allemaal persoonlijk, dus goed.
    Mijn ervaring met het overlijden van mijn vader (heel andere situatie: 87 jaar, kort ziekbed, zijn lichaam was op) is ongeveer net zo: geen enorme rouwstormen. En ik heb er vrede mee. Blijkbaar hoort dat bij mij. Mijn verdriet komt in kleine stukjes naar buiten en dat is goed. Ik kende dat niet van mezelf, kijk er verwonderd naar en heb het maar te accepteren. En of ik dan een goede rouwer ben? Ik rouw – precies zoals jij zegt – vaak getriggerd door kleine situaties. Stroomstootjes. Rouw in korte fasen. Fijn.
    Je rouwt zoals je bent, denk ik. En dan rouw je dus altijd per definitie goed. Jij ook!

    Beantwoorden

Zeg er maar wat van

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.