De nacht ervoor slaap ik niet. Met knikkende knietjes loop ik het gebouw in. Kan ik het nog/wel? Zijn de verwachtingen niet te hoog? Mijn eerste werkdag bij een nieuwe werkgever voelt als mijn eerste schooldag. Ik heb er zin in, maar vind het ook heel spannend, want ik heb al maanden niet meer gewerkt.

Van die stomme dingen: als ik daar om 9:00 uur moet zijn, hoe laat moet ik dan opstaan? Het antwoord zint me niet: 6:00 uur. Zes uur! Ongeveer, want hoe lang had ik ook alweer nodig voor mijn ochtendritueel? Ik heb geen idee, dus ik neem het ruim. Zes uur… Ik ben geen ochtendmens. Voor mij staat wakker worden door de wekker gelijk aan de dag beginnen met een trauma. Dan is werken in de stad waarin je woont zo gek nog niet.

En dan, wat doe ik aan? Heb ik überhaupt iets om aan te trekken? Gadver: te laat bij stilgestaan. Ik sta de avond van te voren uren voor de spiegel om uiteindelijk de eerste jurk te kiezen die ik probeerde. Hebben ze eigenlijk iets van een restaurant? Zal ik mijn eigen eten meenemen? In ieder geval een mok en mijn nieuwe Dopper. Ik besluit het eten te laten zitten, want er is op zijn minst iets van een supermarkt in de buurt. “Toch?”, denk ik ‘s nachts. Het is dan half twee. Ik kan van de zenuwen niet slapen.

Achtbaan

Ik voel me er een beetje sullig, als ik die dinsdag – natuurlijk veel te vroeg – aankom bij mijn nieuwe werkplek. De sporen van een doorwaakte nacht zijn duidelijk zichtbaar.  Verlegen neem ik de uitgestoken hand van mijn opdrachtgever aan. Er is veel moeite gedaan om mij deze functie te kunnen geven. Ik wil daarom juist daadkrachtig en zelfverzekerd overkomen. Een goede eerste indruk maken, maar ik heb het gevoel dat ik het tegendeel uitstraal. De moed zinkt me in de schoenen.

Maar dan begint mijn nieuwe collega over mijn opdracht en ik voel de moed terugvloeien. Oh ja, dit is wat ik leuk vind, dit is waar ik goed in ben! Na een kort gesprekje met goeie koffie, zoek ik een plekje waar die eerste dag door zal brengen en wrijf ik in mijn handen. Het gebouw is fijn en overzichtelijk. Er is goeie koffie en er is een restaurant met een saladebar én keuze uit drie verschillende smoothies. De sfeer is heerlijk informeel. Diezelfde middag heb ik mijn eigen laptop al en de ICT-omgeving blijkt efficiënt en logisch. Hier ga ik mijn weg wel vinden.

Waar maak ik me druk om?

Op weg naar huis gniffel ik om mezelf. Wat heb ik me weer druk gemaakt om werkelijk alles. Ik heb mij tot in de belachelijkste details voorbereid, tot en met mijn favoriete onderbroek die al dagen van te voren klaar lag. Eenmaal thuis plof ik uitgeput op een stoel. “Hoe was het?”, vraagt mijn man. “Goed”, antwoord ik. Hij lacht, want hij heeft natuurlijk ook mijn gierende zenuwen gemerkt. Die steek ik nooit onder stoelen of banken. Ik was de vorige avond niet te genieten. Wee hem.

Inmiddels zit de eerste maand erop en heb ik mijn draai gevonden. Het voelt verrassend vertrouwd: het is een andere werkgever, maar deze verschilt niet veel van mijn vorige. Mijn intuïtie is betrouwbaar, als vanouds. Ik doe waar ik goed in ben en wat me blij maakt. Mijn nieuwe collega’s nemen me serieus. In het begin was dat wennen, want het was lang geleden dat er naar me geluisterd werd. Ik kan volop gebruik maken van mijn kennis en verworvenheden.

Werken is topsport

Ik denk terug aan september vorig jaar, toen ik besloot mijn baan op te zeggen. Aan het avontuur dat mijn harde reset was. Aan alles wat ik geleerd heb, afgelopen 9 maanden. Vooral over mezelf. Zo vraag ik me niet meer af wat ik later wil worden, want ik ben al. En hoe belangrijk werk, status, salaris is. Helemaal niet, ben ik achter gekomen. Ja, oké, ik moet een substantieel deel van de uren dat ik wakker ben, werken om geld te verdienen. Maar dat geld besteed ik aan dingen waar ik energie van krijg. Zo fijn dat dit weer terug is.

Wanneer je een tijdje gelanterfant hebt, is ineens weer werken erg pittig. Het ritme, willen presteren, twijfelen aan je kunnen, acht uur achter elkaar in touw en dan nog de reis heen en terug. Werken is topsport. Gelukkig komt mijn conditie verrassend snel op peil. En ik ben blij, want ik doe weer mee en ik verdien mijn eigen geld. Het voelt heerlijk, als herboren. Dit is een treffende metafoor omdat het negen maanden geduurd heeft voordat ik weer aan de slag mocht.

En nu: doorrrrrrr

Het was het allemaal waard: De moed die ik moest verzamelen om mijn vorige baan op te geven. De dip die ik probeerde te voorkomen door stages te lopen, maar die toch kwam. Het knokken tegen de frustratie van telkens afgewezen worden. Het me neerleggen bij het idee dat ik mezelf niet meer kon bedruipen en dat ik afhankelijk was van mijn man. Het heeft me veel geleerd. Zoals de voldoening van het schrijven, het plezier van cadeautjes krijgen en het herijken van wat ik belangrijk vind. 

Ik heb prachtige mensen ontmoet tijdens mijn ontdekkingstocht en ik ben hen heel dankbaar voor het kijkje in hun leven en hun spiegel. Ik heb het goed gedaan. Ik kan weer verder. Nu maar hopen dat de geleerde lessen blijven hangen. Maar daar hoef ik me niet sappel om te maken. Ik heb goeie mensen om mij heen en belangrijker nog: ik heb mezelf.

Zeg er maar wat van

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.